De gynaecoloog kan een biopt nemen of behandelen.

Wegnemen van weefsel (een biopt)

Als de gynaecoloog afwijkingen aan de baarmoederhals ziet neemt hij een stukje weefsel af voor verder onderzoek (een biopt). Bij een biopt neemt de gynaecoloog met een tangetje kleine “hapjes” weefsel van de baarmoederhals. Dit kan even wat kramp in de onderbuik geven. De baarmoederhals kan daarna een beetje bloeden. De baarmoederhals hoeft niet verdoofd te worden.
Het weefsel wordt in het laboratorium verder onderzocht om te kijken hoe ernstig de afwijkende cellen zijn. En of verdere behandeling nodig is.

Behandelen met een lisexcisie

Soms ziet de gynaecoloog oppervlakkige afwijkingen in de baarmoederhals die zeer waarschijnlijk niet vanzelf verdwijnen. Dan kan het zijn dat de afwijking in de loop van de jaren in ernst toeneemt. De gynaecoloog kiest er dan vaak voor om te behandelen. Meestal vindt behandeling plaats met een lisexcisie. In sommige ziekenhuizen gebeurt dit meteen tijdens dezelfde afspraak. Andere ziekenhuizen maken hiervoor een vervolgafspraak.

Het maken van een lisexcisie duurt ongeveer 10 minuten. Eerst wordt de baarmoedermond verdoofd met een injectie. Daarna wordt met een elektrisch verhit lusje de afwijking verwijderd. Door de verdoving is de behandeling meestal pijnloos.

Kleine bloedinkjes in het wondgebied worden dicht gebrand. Hierna wordt de spreider verwijderd en is het onderzoek klaar. De wond kan nog enige dagen na de lisexcisie blijven bloeden. De behandeling heeft geen invloed op de vruchtbaarheid in de toekomst.

Het afgenomen materiaal wordt onderzocht om te kijken of verdere behandeling nodig is. Meestal is dit niet zo. U blijft na de behandeling onder controle bij de gynaecoloog.

Uitslag: HPV, afwijkende cellen