Intakegesprek

Indien de patiënt een relevante medische voorgeschiedenis heeft en contact heeft gehad met de huisarts, is de huisarts ervoor verantwoordelijk dat de benodigde medische gegevens met betrekking tot relevante medische voorgeschiedenis, familiaire belasting en medicatie voor de intake bij het coloscopiecentrum terechtkomen. Indien een patiënt geen contact heeft gehad met de huisarts en tijdens de intake blijkt dat het coloscopiecentrum extra medische gegevens nodig heeft, wordt de patiënt tijdens de intake gevraagd toestemming aan het coloscopiecentrum te geven om deze extra gegevens op te vragen bij de huisarts of andere zorgprofessional. Tijdens het intakegesprek wordt de anamnese afgenomen en wordt de patiënt verder geïnformeerd over de voorbereiding en de coloscopie. Ook wordt een afspraak voor de coloscopie gemaakt, uiterlijk 15 werkdagen na de intake en uiterlijk 20 werkdagen na het verzenden van de uitslagbrief met de uitnodiging voor de intake. Ten behoeve van de monitoring van de doorlooptijden geeft het coloscopiecentrum via ScreenIT de afspraak voor de coloscopie door aan de screeningsorganisatie.

Indien er na de anamnese aanleiding is om de patiënt niet te onderzoeken of als een volledige coloscopie niet mogelijk is, wordt dit door het coloscopiecentrum geregistreerd en via ScreenIT doorgegeven aan de screeningsorganisatie.

Indien een volledige coloscopie niet mogelijk is, maar een CT-colografie wel, dan verwijst het coloscopiecentrum naar de radioloog en draagt de gegevens over naar de radioloog. De radioloog geeft de uitslag van het onderzoek door aan de verwijzende arts van het coloscopiecentrum. Het coloscopiecentrum geeft vervolgens de uitslag door aan de screeningsorganisatie, huisarts en patiënt.

Coloscopie

Binnen 20 werkdagen na het verzenden van de brief met de FIT -uitslag aan de patiënt vindt de coloscopie plaats. Op de dag dat de coloscopie plaatsvindt wordt de patiënt geïnstrueerd over het onderzoek en, indien met de patiënt afgesproken, wordt een roesje gegeven. De coloscopie wordt uitgevoerd en het coloscopiecentrum legt de gegevens over de coloscopie vast. Het coloscopiecentrum informeert de patiënt mondeling en schriftelijk over de uitslag van de coloscopie. Als bij een coloscopie afwijkingen worden gevonden, wordt in principe histologisch materiaal (d.w.z. poliepen of biopten) afgenomen. Het coloscopiecentrum stuurt dit materiaal naar een pathologielaboratorium dat voldoet aan de voor het bevolkingsonderzoek gestelde kwaliteitseisen. Het pathologielaboratorium beoordeelt het materiaal en geeft, binnen 5 werkdagen na het moment van binnenkomst van het histologisch materiaal, de uitslag elektronisch door aan het coloscopiecentrum en aan de screeningsorganisatie.

De vervolgstappen na het onderzoek zijn afhankelijk van de bevindingen (niet afwijkende of afwijkende uitslag).

Niet afwijkende uitslag naar aanleiding van de coloscopie

Er zijn geen afwijkingen waargenomen. Het coloscopiecentrum registreert de uitslag en licht de uitslag mondeling aan de patiënt toe. Daarnaast krijgt de patiënt ook een schriftelijke bevestiging hiervan mee. De bevindingen en uitslag van de coloscopie worden door het coloscopiecentrum elektronisch doorgegeven aan de screeningsorganisatie. Hiermee is in ScreenIT opgenomen dat de patiënt pas na 10 jaar weer hoeft te worden opgenomen in het bevolkingsonderzoek. De bevindingen en het beleid worden door het coloscopiecentrum tevens doorgegeven aan het huisarts.

Binnen een maand na de coloscopie wordt de patiënt gebeld door het coloscopiecentrum om te informeren naar eventuele complicaties. Deze worden door het coloscopiecentrum vastgelegd. Tevens wordt gecontroleerd of de informatie na de coloscopie goed is over gekomen.

Afwijkende uitslag naar aanleiding van de coloscopie

Tijdens de coloscopie is kanker gezien of zijn poliepen waargenomen. Na (elektronische) binnenkomst van de uitslag van het pathologielaboratorium informeert het coloscopiecentrum, uiterlijk 5 werkdagen na uitvoering van de coloscopie, de patiënt mondeling. Uiterlijk 5 werkdagen na de mondelinge uitslag stuurt het coloscopiecentrum een schriftelijke bevestiging van de uitslag aan de patiënt (behalve indien kanker is gediagnosticeerd). Ook informeert het coloscopiecentrum de huisarts over de uitslag. Indien wenselijk, wordt een afspraak voor het bespreken van de uitslag van de pathologische bevindingen gepland. Tijdens het uitslaggesprek informeert het coloscopiecentrum of er sprake is geweest van complicaties en verzoekt de patiënt eventuele complicaties in de daaropvolgende weken te melden bij het coloscopiecentrum. Deze worden door het coloscopiecentrum vastgelegd. De bevindingen en uitslag van de coloscopie, nadere diagnostiek en vervolgbeleid worden door het coloscopiecentrum elektronisch doorgegeven aan de screeningsorganisatie.

Het coloscopiecentrum zorgt zo nodig voor overdracht van de patiënt naar het door hem of haar gewenste ziekenhuis voor verdere diagnostiek en behandeling en/of surveillance. Indien kanker wordt gediagnosticeerd, start de behandeling in principe binnen 4 weken na de mondelinge toelichting op de uitslag, tenzij er in overleg met de patiënt redenen zijn om hier van af te wijken.

Indien nodig draagt het coloscopiecentrum de gegevens over aan het ziekenhuis van keuze van de patiënt.

< Informeren en verwijzen | Behandeling en surveillance >