á|á  print

Ernstige arbeidsongevallen 1999-2011 : Trends en ontwikkelingen
[áSerious occupational accidents 1999-2011 : Trends and developmentsá]
á
Berkhout PHG, Damen M, Ameling CB, Sol VM

92 p in Dutch áá2014

RIVM rapport 110010002
download pdf (895Kb)áá
Alleen digitaal verschenenáá

Toon Nederlands

English Abstract
The total number of serious occupational accidents in the Netherlands is decreasing from around 2600 in 1999 to around 2000 in 2011, according to an analysis of occupational accidents from 1999-2011. The data show no change in the severity of the accidents: three per cent of the employed victims (80 persons in 1999; 60 persons in 2011) die each year because of an occupational accident and four percent is unfit for work. Almost one third of the employees has an above average probability of a serious accident.

The chance of having an accident is unevenly distributed
The probability of having a serious occupational accident is affected by age, gender, type of labour contract, nationality and sector. Young people of 19 years old prove to have a relatively high risk. Workers in their late fifties show the highest chance of having an accident. It seems that temporary workers have a higher risk than workers with a fixed working week in a permanent or temporary contract. Males have a higher risk than females, even after correction for the sector. Also nonnative people of the first generation have a higher risk, but non-native people of the second generation show a risk equal to Dutch native workers.

Not all sectors show a downward trend of occupational accidents
In four sectors the number of accidents remains high, despite the general decline. It involves the sectors 'textile and clothing', 'agriculture, fisheries and minerals', 'production of machinery and equipment' and 'specialised construction'. The last sector includes activities such as 'roofing', 'construction of scaffolding', 'piles driving' and 'concrete braiting'. Other building related sectors such as 'building completion' and 'construction of infrastructure (such as bridges and cables)' do show a decrease in the number of accidents.

The analysis is based on information on serious occupational accidents investigated by the labour inspectorate, coupled with Central Bureau of Statistics data on individual characteristics of employed workers, such as age and sector. The research does not provide explanations of the findings.

á

RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
Het totale aantal ernstige arbeidsongevallen in Nederland daalt van circa 2600 in 1999 tot circa 2000 in 2011. Dat blijkt uit een analyse van de arbeidsongevallen uit 1999-2011. De ernst van de ongevallen verandert niet: per jaar overlijdt 3% van de slachtoffers (80 personen in 1999; 60 personen in 2011) en 4% wordt arbeidsongeschikt. Bijna een derde van de werknemers in loondienst loopt een bovengemiddelde kans op een ernstig ongeval.

De kans op een arbeidsongeval verschilt
De kans op een ernstig arbeidsongeval wordt be´nvloed door leeftijd, sekse, arbeidsverband, herkomst en bedrijfstak. Zo blijkt dat jongeren rond 19 jaar relatief veel risico lopen. Werknemers achter in de 50 lopen de grootste kans op een ernstig arbeidsongeval. Het lijkt er op dat uitzendkrachten meer risico lopen dan medewerkers met een vaste werkweek (en vast of tijdelijk contract). Mannen lopen meer risico dan vrouwen, zelfs als wordt gecorrigeerd voor de bedrijfstak. Ook allochtone werknemers van de eerste generatie lopen meer risico, maar de risico's van de tweede generatie zijn gelijk aan die van autochtone werknemers.

Het aantal arbeidsongevallen daalt niet in alle sectoren
Ondanks de algehele daling, blijft in vier sectoren het aantal ongevallen onveranderd hoog. Het gaat om 'textiel en kleding', 'landbouw, visserij en delfstoffen', 'vervaardiging van machines en apparaten', en 'gespecialiseerde bouw'. Tot de laatste sector behoren activiteiten zoals dakbouw, steigerbouw, heien en betonvlechten. Bij andere bouwgerelateerde sectoren als 'afwerken van gebouwen' en 'bouwen van infrastructuur (zoals bruggen en leidingen)' daalde het aantal ongevallen wel.

De analyse is gebaseerd op informatie over arbeidsongevallen die door de Inspectie SZW zijn onderzocht, gekoppeld aan CBS-gegevens over persoonskenmerken van werknemers in loondienst, zoals leeftijd en bedrijfstak. Het onderzoek geeft geen verklaringen over de geschetste ontwikkelingen.

á

RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
( 2015-06-25 )