|   print

Eerste inventarisatie alternatieven voor biociden met formaldehyde of formaldehyde releasers
[ Initial screening alternatives for biocides with formaldehyde or formaldehyde releasers  ]
 
Wezenbeek JJ, Janssen MPM, Scheepmaker JWA

108 p in Dutch   2015

RIVM rapport 2015-0069
download pdf (626Kb)  
Alleen digitaal verschenen  

Toon Nederlands

English Abstract
Formaldehyde is the active ingredient in many disinfectants and preservatives, but this chemical is recognized as a carcinogen. Therefore it is expected that from January 1, 2016, formaldehyde will be classified as such at EU level (carcinogen class 1B). This may imply that formaldehyde containing products will be no longer authorized. An initial screening performed by RIVM suggests that for a majority of formaldehyde applications as disinfectant or preservative (biocides) sufficient chemical alternatives are available. An important follow up step would be a more specific check per sector and application to demonstrate that these alternatives are actually suitable.

Examples of applications for which alternatives may already be available are: disinfection of stables and animal housing, preservatives in detergents, paints and cooling systems, and slime prevention in the paper industry. For some biocidal applications with formaldehyde only a very limited number of alternatives are available such as for the disinfection of mushroom cultivation cells, footwear and cattle hoofs. The same holds for a range of preservatives, for example in lubricants and metal working fluids.

For the disinfection of waste boxes for sanitary towels no registered chemical alternative for formaldehyde was found. This was also the case for the (temporary) preservation of bodies, animals and biological tissues. Although it is still common practice, the use of formaldehyde is currently not authorized in the latter applications.

Owing to the carcinogenic properties it is recommended to reduce or prevent exposure to formaldehyde, anticipating possible restrictive measures. If alternatives are not yet available, their development should be stimulated (innovation). In this respect it is important to focus also on non-chemical alternatives, such as heating and ultraviolet radiation as preservation techniques. If good alternatives are already available, their usage should be encouraged, for example by education and training.

 

RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
Formaldehyde is de werkzame stof in veel desinfecteer- en conserveringsmiddelen, maar deze stof is kankerverwekkend. Daarom zal formaldehyde naar verwachting per 1 januari 2016 op Europees niveau als zodanig worden geclassificeerd (carcinogeen 1B). Dit kan betekenen dat formaldehyde-houdende middelen die momenteel op de markt zijn, niet meer worden toegelaten. Uit een eerste inventarisatie van het RIVM blijkt dat er voor de meerderheid van de toepassingen als desinfecteer- en conserveringsmiddel (biociden) voldoende chemische alternatieven beschikbaar zijn. Wel moet nog specifiek per sector en toepassing worden nagegaan of deze alternatieven daadwerkelijk geschikt zijn.

Voorbeelden van toepassingen waar alternatieven voor zijn, zijn stal- en dierruimte ontsmetting, conserveringsmiddelen in wasmiddelen, verven en koelsystemen en slijmbestrijding in de papierindustrie. Voor sommige toepassingen zijn nauwelijks alternatieven gevonden. Dit betreft bijvoorbeeld de ontsmetting van champignonteeltcellen, schoeisel en de hoeven van vee. Hetzelfde geldt voor een aantal conserveringsmiddelen, bijvoorbeeld voor smeermiddelen en metaalbewerkingsvloeistoffen.

Voor de desinfectie van afvalbakken voor maandverband (dameshygiëneboxen) blijkt geen enkel geregistreerd chemisch alternatief voor formaldehyde op de markt aanwezig. Dit geldt ook voor het (tijdelijk) conserveren van lichamen, dieren en weefsels. Hoewel dat niet is toegestaan, is het gebruik van formaldehyde voor deze conserveringen nog gangbaar.

Vanwege de kankerverwekkende eigenschappen van formaldehyde wordt aanbevolen de blootstelling eraan te beperken of te voorkomen, dit vooruitlopend op mogelijk restrictief beleid. Als er geen alternatieven zijn, moet worden gestimuleerd dat ze worden ontwikkeld (innovatie). Het is van belang hierbij oog te hebben voor niet-chemische alternatieven, zoals verhitting en uv-straling als conserveermethode. Wanneer goede alternatieven beschikbaar zijn, moet worden aangemoedigd om daarop over te stappen, bijvoorbeeld via voorlichting.

 

RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
( 2015-09-24 )