á|á  print

Veehouderij en gezondheid omwonenden
[áLivestock farming and the health of local residentsá]
á
Maassen K, Smit L, Wouters I, van Duijkeren E, Janse I, Hagenaars T, IJzermans J, van der Hoek W, Heederik D

136 p in Dutch áá2016

RIVM rapport 2016-0058
download pdf (4547Kb)áá

Toon Nederlands

English Abstract
It was investigated whether living near livestock farms can affect the health of local residents. The study revealed a number of positive and a number of negative effects of living in the proximity of livestock farms. Therefore, it is not possible to provide a clear-cut answer.

People who live around livestock farms were found to have less asthma and allergies than people who live farther away. Among those living close to livestock farms the study found there were fewer people with COPD, a chronic lung disease. On the other hand, people who did have COPD often had more frequent and/or more serious complications of the disease.

In addition, a link was found between living near livestock farms and a reduced lung function. This is probably due to substances originating from livestock farms. Living nearby many livestock farms is not the only cause of a reduced lung function. Throughout the studied area it was found that a reduced lung function occurred at times when there was a high concentration of ammonia (a substance originating from manure) in the air. These effects are comparable with the harmful health effects caused by city traffic.

The researchers found that there were more instances of pneumonia in the studied area than in the rest of the country, although the difference has decreased since the Q fever epidemic of 2007-2010. A link was found between poultry farms within one kilometre of a home and a slightly higher risk of pneumonia. It is unclear whether the extra instances of pneumonia in the studied area are caused by specific pathogens that originate from animals (zoonotic agents), or by people becoming more susceptible to pneumonia through exposure to substances emitted by livestock farms, such as particulate matter, endotoxins (elements of microorganisms) and ammonia.

The study further examined whether certain zoonotic agents occur more frequently in the vicinity of livestock farms than in the rest of the country. This was not the case as regards the hepatitis E virus, the Clostridium difficile bacterium and ESBL producing bacteria. However, people appear to be the carrier of the livestock-related MRSA bacterium slightly more often. It remains unclear whether this increase is due to emissions caused by livestock farms.

These are the main conclusions from research carried out by the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM), Utrecht University (IRAS), Wageningen UR and the Netherlands institute for health services research (NIVEL) into livestock farming and the health of local residents. The study was conducted in the eastern part of North Brabant province and in the north of Limburg province. Some results might apply only to the studied area. This is because the findings are influenced by local features, such as air pollution from surrounding industrial areas.

á

RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
Onderzocht is of het wonen in de buurt van veehouderijen effect kan hebben op de gezondheid van de omwonenden. Hieruit komen een aantal positieve en een aantal negatieve gezondheidseffecten naar voren. Een eenduidig antwoord is dan ook niet te geven.

Aangetoond is dat mensen die rondom veehouderijen wonen minder astma en allergieŰn hebben. Dicht bij veehouderijen wonen minder mensen met COPD, een chronische ziekte aan de longen. Daar staat tegenover dat de mensen in deze omgeving die wel COPD hebben, daar vaker en/of ernstigere complicaties van hebben.

Verder is er een verband gevonden tussen wonen nabij veehouderijen en een verlaagde longfunctie. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door stoffen die afkomstig zijn van de veehouderij. Niet alleen dichtbij veel veehouderijen wonen zorgt voor een lagere longfunctie. De longfunctie wordt in het hele onderzoeksgebied lager op momenten dat de concentratie van ammoniak (een stof die afkomstig is van mest) in de lucht hoog is. Deze effecten zijn vergelijkbaar met de schadelijke gezondheidseffecten van verkeer in een stad.

De onderzoekers vonden dat er meer longontstekingen in het onderzoeksgebied voorkomen dan in de rest van het land; een verschil dat na de Q-koorts-epidemie van 2007-2010 wel kleiner is geworden. Er werd een verband gevonden tussen pluimveehouderijen binnen 1 kilometer afstand van de woning en een licht verhoogde kans op longontsteking. Het is onduidelijk of de extra longontstekingen in dit onderzoeksgebied worden veroorzaakt door specifieke ziekteverwekkers die van dieren afkomstig zijn (zo÷nose-verwekkers), of dat mensen gevoeliger voor longontsteking worden door de blootstelling aan stoffen die veehouderijbedrijven uitstoten, zoals fijnstof, endotoxines (onderdelen van micro-organismen) en ammoniak.

In het onderzoek is ook gekeken of bepaalde zo÷noseverwekkers vaker voorkomen in de omgeving van veehouderijen ten opzichte van de rest van het land. Bij het hepatitis E-virus, de bacterie Clostridium difficile en ESBL-producerende bacteriŰn is dat niet het geval. Wel lijken mensen iets vaker drager te zijn van de veegerelateerde MRSA-bacterie. Of deze verhoging komt door uitstoot vanuit veehouderijen is nog onduidelijk.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het VGO-onderzoek dat is uitgevoerd door het RIVM, de Universiteit Utrecht (IRAS), Wageningen UR en het NIVEL. Het onderzoek is uitgevoerd in het oostelijk deel van Noord-Brabant en in Noord-Limburg. Sommige resultaten zijn mogelijk alleen van toepassing op het onderzochte gebied. Dat komt doordat lokale kenmerken, bijvoorbeeld luchtvervuiling uit omliggende industriegebieden, van invloed zijn op de bevindingen.

á

RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM IRAS Universiteit Utrecht NIVEL CVI
( 2016-07-05 )