|   print

Surveillance of acute respiratory infections in general practices - The Netherlands, winters 1998/1999 and 1999/2000
[ Surveillance van acute respiratoire infecties in huisartspraktijken - Nederland, winters 1998/1999 en 1999/2000 ]
 
van den Brandhof WE, Bartelds AIM, Wilbrink B, Verweij C, Bijlsma K, van der Nat H, Boswijk H, Pronk JDD, Dorigo-Zetsma JW, Heijnen MLA

53 p in English   2001

RIVM Rapport 217617003
download pdf (331Kb)  

Toon Nederlands

English Abstract
To provide insight into the virological aetiology of influenza-like illnesses and other acute respiratory infections, nose/throat swabs were taken by 30-35 general practitioners of the sentinel surveillance network of The Netherlands Institute of Health Services Research from a random selection of patients seen for such infections in their consultancies during the winters 1998/1999 and 1999/2000. The swabs were analysed at the National Institute of Public Health and the Environment for respiratory viruses, Chlamydia pneumoniae and Mycoplasma pneumoniae using viral culture and polymerase chain reaction. At least one respiratory pathogen was detected in 56% of the 437 swabs in 1998/1999 and in 55% of the 319 swabs in 1999/2000. The most frequently detected viruses were influenza virus, and rhinovirus, occurring in 26% and 15% of the swabs, respectively, combining both winters. Influenza virus was detected three times more often in swabs from patients with an influenza-like illness (i.e. in 32% combining both winters) than in swabs from patients with another acute respiratory infection. In 29% of the patients with influenza-like illness, respiratory pathogens other than influenza virus were detected and in 44% no micro-organisms were detected. Results were compared with those of the six previous winters. Insight into virological aetiology of acute respiratory infections obtained through this surveillance (the only one in The Netherlands carried out among general practice patients) can contribute to effective prevention and control of such infections. Therefore, the surveillance should be continued.

 

RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
Om inzicht te bieden in de virologische etiologie van influenza-achtige ziektebeelden en andere acute respiratoire infecties werden in de winters 1998/1999 en 1999/2000 neus/keelwatten afgenomen bij een random selectie van patienten met dergelijke infecties door 30-35 huisartsen van het peilstationnetwerk van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg. Deze monsters werden op het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu geanalyseerd op respiratoire virussen, Chlamydia pneumoniae en Mycoplasma pneumoniae met behulp van viruskweek en polymerase chain reaction (PCR). Tenminste een respiratoir pathogeen werd gedetecteerd in 56% van de 437 monsters in 1998/1999 en in 55% van de 319 monsters in 1999/2000. In beide winters werden influenzavirussen en rhinovirussen het vaakst aangetoond, namelijk in respectievelijk 26% en 15% van de monsters (beide winters gecombineerd). Influenzavirus werd drie keer zo vaak geisoleerd uit monsters van patienten met een influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) (in 32% daarvan) dan uit monsters van patienten met een andere acute luchtweginfectie. In 29% van de monsters van patienten met een influenza-achtig ziektebeeld werd een respiratoir pathogeen anders dan influenzavirus aangetoond en in 44% werd geen micro-organisme aangetoond. Resultaten zijn vergeleken met die van de zes voorgaande winters. Inzicht in de virologische etiologie van acute respiratoire infecties verkregen door middel van deze surveillance, de enige onder huisartspatienten in Nederland, kan helpen bij effectieve preventie en controle van dergelijke infecties. Daarom zou deze surveillance voortgezet moeten worden.

 

RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM NIVEL
( 2001-08-14 )