Rapport in het kort
In verband met de ingebruikname door COVRA B.V. van
een inrichting, alwaar radioactieve afvalstoffen worden opgeslagen, is door
het Laboratorium voor Stralingsonderzoek van het RIVM een onderzoek
ingesteld naar de verhoging van het expostietempo aan de terreingrenzen. In
april 1985 en augustus 1985 is resp. op een 11-tal en op een 6-tal plaatsen
aldaar het exposietempo bepaald en vervolgens gecorrigeeerd om de bijdrage
van de kosmische straling en eventueel voor de invloed van de in werking
zijnde cyclotron van Mallinckrodt Diagnostica. Het exposietempo bedroeg
gemiddeld over de gemeten punten resp. 4,2 uR/h en 3,5 uR/h. In
vergelijking met de waarde bepaald voor de ingebruikname bleek het gemidd.
exposietiempo in april 1985 1,8 uR/h hoger te zijn met een maximum van 2,5
uR/h. In augustus 1985 bedroeg deze waarde 1,1 uR/h met een maximum van 1,2
uR/h (maximaal toegestane verhoging bedraagt 0,3 uR/week gemidd. over een
jaar, hetgeen overeenkomt met gemidd. 1,9 uR/h).