Rapport in het kort
Het Nederlandse onderzoek naar de opslag van
radioactief afval in geologische lagen wordt gecoordineerd door de commissie
(OPberging te LAnd). Opslag in ondergrondse zoutformaties lijkt voor de
Nederlandse situatie de meest geschikte oplossing. Mogelijke terugkeer van
de radionucliden in de biosfeer zal waarschijnlijk door transport via
grondwaterstromen plaatsvinden. In dit rapport worden de
laboratoriumproeven beschreven die door het RIVM zijn uitgevoerd naar
geochemische aspecten van het transport. De radionucliden worden door
adsorptie aan grondmateriaal geimmobiliseerd hetgeen met
distributiecoefficienten, veelal aangeduid als K-d waarden, kan worden
beschreven. In dit onderzoek zijn K-d waarden en invloeden van geochemische
processen bepaald voor americium, plutonium, neptunium en technetium.
Americium en plutonium bleken vrijwel volledig geimmobiliseerd te worden
terwijl neptunium en technetium voor een deel vrij mobiel bleven. Organisch
materiaal en ijzerhoudende deeltjes lijken een belangrijke bijdrage aan de
immobilisatie te leveren.