English Abstract This document reviews the latest state of knowledge
concerning the etiology, determinants and possibilities for (primary,
secondary and tertiary) prevention by intervention on life-style factors for
diabetes mellitus. In this report the two most frequent types of diabetes
are discussed: insulin dependent diabetes mellitus (IDDM) and non-insulin
dependent diabetes mellitus (NIDDM). The etiology of IDDM is still unknown
but there is more and more evidence that IDDM is an auto-immune disease.
The etiology of NIDDM is also unknown. Hereditary factors, obesity and
several life-style factors, like diet and physical activity, play a role in
the development and course of NIDDM. For the moment there are only
possibilities for tertiary prevention of IDDM which is to regulate the blood
glucose levels and prevent complications. Prevention of complications is
realised by several check-ups per year. Changes in life-style factors like
non smoking, a balanced diet and physical activity are important both to
regulate the blood glucose and to prevent complications. Physical activity
and diet are major life style factors in the development of NIDDM.
Intervention on these two factors may be effective in reducing the incidence
of NIDDM (primary prevention). It is important to start pilotstudies in
high risk groups. There also seem to be possibilities for secondary
prevention of NIDDM. About 50% of the persons with NIDDM are not diagnosed
as such. Often the disease is diagnosed after the occurence of
complications. Active searching for persons with undiagnosed NIDDM and
early treatment might prevent the occurrence of complications. Results of
studies in patients with IDDM showed that a good regulation of the diabets
may prevent the occurrence of complications. It is expected that
prospective studies in NIDDM patients wil give the same results. Tertiary
prevention of NIDDM is aimed at the control of blood glucose levels and the
prevention of the occurrence of complications. Next to the prescription of
medication to stimulate the insulin secretion, attention is needed for the
reduction of overweight, stimulation of a balanced diet, physical activity
and non-smoking.
Rapport in het kort
Chronische ziekten komen steeds frequenter in onze
samenleving voor. Dit is deels toe te schrijven aan een verschuiving van
acute ziekten naar chronische ziekten, maar ook de toenemende vergrijzing
speelt hierbij een rol. Door de snelle toename van wetenschappelijke kennis
van chronische ziekten ontstaat bij het beleid een groeiende behoefte aan
overzichten over de ontwikkelingen in kennis van chronische ziekten. In het
rapport dat voor u ligt is de stand van zaken weergegeven met betrekking tot
de etiologie, determinanten en mogelijkheden voor preventie van diabetes
mellitus door middel van interventie op leefstijlfactoren. Er wordt zowel
aandacht besteed aan mogelijkheden voor primaire, secundaire en tertiaire
preventie. Diabetes mellitus is een chronische stofwisselingsziekte die
gepaard gaat met een te hoog glucosegehalte in het bloed. Er zijn
verschillende oorzaken van het ontstaan van het te hoge bloedglucosegehalte.
Hierdoor zijn er verschillende typen van diabetes. In dit rapport zijn de
twee meest voorkomende vormen beschreven. Dit zijn insuline afhankelijke
diabetes mellitus (IDDM) en niet-insuline afhankelijke diabetes mellitus
(NIDDM). De exacte mechanismen waardoor IDDM veroorzaakt wordt zijn nog
niet bekend. Wel komen er steeds meer aanwijzingen dat IDDM een
auto-immuunziekte is. Er zijn aanwijzingen dat bij IDDM een combinatie van
genetische factoren en doorgemaakte virale infectie kan leiden tot een
afweerreactie tegen de insulineproducerende cellen in de alvleesklier
(beta-cellen van de Eilandjes van Langerhans). Deze beta-cellen worden
vernietigd waardoor de alvleesklier geen of nauwelijks nog insuline kan
produceren. Ook de mechanismen waardoor NIDDM wordt veroorzaakt, zijn nog
niet opgehelderd. Het ontstaan van NIDDM wordt voorafgegaan door een
periode waarin de glucosetolerantie verminderd is. Na kortere of langere
tijd is de glucosetolerantie zodanig verslechterd dat er sprake is van
NIDDM. Er zijn verschillende determinanten die een effect hebben op de
glucosetolerantie en daardoor een effect hebben op het ontstaan en/of op het
beloop van NIDDM. Erfelijke factoren lijken een belangrijkere rol te spelen
bij het ontstaan van NIDDM dan bij IDDM. Obesitas, zowel over het hele
lichaam als een ongunstige vetverdeling, lijkt een belangrijke risicofactor
te zijn voor het ontstaan van NIDDM. Ook worden verschillende
leefstijlfactoren in verband gebracht met het ontstaan en/of beloop van
NIDDM. Van de leefstijlfactoren zijn lichamelijke activiteit en voeding de
belangrijkste determinanten. Het effect van alcoholgebruik en roken op het
ontstaan van NIDDM is nog onduidelijk. Wel speelt roken een rol bij het
optreden van complicaties. De mogelijkheden voor primaire en secundaire
preventie van IDDM komen steeds dichterbij. Veel onderzoek wordt gedaan
naar het effect van immuuntherapieen op het behoud van de
insuline-producerende cellen. Als een aanvaardbare therapie is ontwikkeld,
wordt het belangrijk patienten met IDDM in een zo vroeg mogelijk stadium te
identificeren zodat zoveel mogelijk insuline-producerende cellen behouden
kunnen worden (secundaire preventie). Een mogelijk vervolg hierop is het
ontwikkelen van een vaccin waardoor het optreden van auto-immuniteit en
daardoor het ontstaan van IDDM kan worden voorkomen (primaire preventie).
Preventie bij IDDM is momenteel vooral gericht op het regelen van het
bloedglucosegehalte en het voorkomen van complicaties (tertiaire preventie).
Door toediening van insuline wordt de bloedglucose spiegel geregeld. Het
voorkomen van complicaties gebeurt door regelmatige controle van ogen en
voeten. Met betrekking tot leefstijl zijn stoppen met roken, een gezonde
voeding en voldoende lichamelijke activiteit de belangrijkste adviezen die
zowel rechtstreeks als via hun invloed op hypertensie het ziektebeloop
gunstig kunnen beinvloeden. Gezien de ontwikkelingen op het gebied van
kennis ten aanzien van determinanten van NIDDM lijken er mogelijkheden voor
primaire en secundaire preventie te ontstaan. Primaire preventie van NIDDM
zal zich vooral richten op gezonde voeding en lichamelijke activiteit. Ook
secundaire preventie van NIDDM lijkt tot de mogelijkheden te behoren.
Onderzoek heeft aangetoond dat ongeveer 50% van de personen met NIDDM niet
gediagnostiseerd is. Vaak wordt de diagnose, aan de hand van
bloedsuikerbepalingen, pas gesteld als de patient zich met complicaties bij
de arts meldt. Actieve opsporing van patienten met NIDDM en behandeling kan
er mogelijk toe leiden dat complicaties minder vaak optreden. Ook hier is
bij de behandeling de aandacht gericht op gezonde voeding, lichamelijke
activiteit en het voorschrijven van orale bloedglucose verlagende middelen.
Preventie van NIDDM is net als bij IDDM vooral gericht op de tertiaire
preventie. De behandeling, tertiaire preventie, is gericht op het
normaliseren van de bloedglucosespiegel via het verminderen van overgewicht,
het stimuleren van lichamelijke activiteit en het voorschrijven van orale
bloedglucose verlagende middelen. Deze factoren zijn ook van invloed bij
het voorkomen van complicaties.