|   print

[  ]
Wieringa K , Nieuwenhuijzen JEC van den

50 p in Dutch   1995

Toon Nederlands

English Abstract
In 1993 the RIVM evaluated Dutch environmental policy. The results of this evaluation were presented in the report National Environmental Outlook 3 1993-2015 (NEO3). The report describes possible future developments, e.g. in the economy, energy sector and traffic and transport sector. These developments, combined with present and expected policies, determine the future state of the environment. To calculate these developments clear insight is necessary into the physical flows of the Dutch national economy in the long term. The physical production figures serve as an interface between economic growth (expressed in monetary terms) and environmental pollution. A second reason for investigating physical flows is to find out what kind of structural trends in production and consumption are expected to occur (dematerialization) and what are the possibilities for altering them. In other words, economic growth and environmental pressures being decoupled and, if so, how can this process be enforced? Decoupling economic growth from environmental degradation is a first step in the direction towards sustainability. This report is a background document to the NEO3 and presents the calculations of the physical projections and the model that has been used.The first part of this report - based on a study by the Central Planning Bureau - contains a brief description of the relation between economic growth and the physical production of primary products. A simple demand relation is postulated and calibrated empirically. In the second part of the report the physical production figures are transformed to the input figures used in the various RIVM pollution models. The report ends with suggestions for model improvements, such as better projections of recycling, linkages with transport models and the creation of endogenous policy variables (e.g. resource levies).


RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
Voor de Nationale Milieuverkenningen is een transformatiemodel ontwikkeld, waarmee fysieke scenario's voor de Nederlandse economie kunnen worden afgeleid. Het model is specifiek aangepast voor de Nationale Milieuverkenning 3. Het beschrijft de toekomstige ontwikkeling van de nationale volkshuishouding in fysieke eenheden op basis van twee economische toekomstbeelden (scenario's). Door dematerialisatie, substitutie- en marktverzadigingsprocessen - met ieder hun eigen trends en dynamiek - wijken de fysieke produktie-omvang en het energieverbruik van een sector in veel gevallen sterk af van de ontwikkeling van de sector in monetaire volume-eenheden zoals toegevoegde waarde. Er is dus behoefte aan een interface tussen de monetaire ontwikkeling en de fysieke ontwikkeling van de Nederlandse economie. De ontwikkeling van de vraag naar non-energetische grondstoffen geeft een goede indicatie van de ontwikkeling van de fysieke stromen van basis-produkten. Het CPB heeft voor een aantal non-energetische grondstoffen een schatting gemaakt van de lange termijn vraag naar deze grondstoffen. Het transformatiemodel geeft onder andere op basis van het lange termijn grondstofverbruik een schatting van de fysieke ontwikkeling van de produktie-activiteit van de Nederlandse produktie- en consumptiesectoren. Het transformatiemodel zorgt hiermee voor de koppeling van de economische verkenningen van het CPB met de milieuverkenningen van het RIVM en vormt daarmee het begin van de keten van milieuverkenningen (scenario-input).


RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl

( 1994-10-31 )