|   print

Prioritisation in processes of the European chemical substances regulations REACH and CLP
[ Prioritering in processen van de Europese stoffenwetgeving REACH en CLP ]
 
Schuur AG, Traas TP

132 p in English   2011

RIVM report 601352001
download pdf (748Kb)  
Dit is de Engelse vertaling van rapport 320015004  

Toon Nederlands

English Abstract
The Dutch government evaluates whether industry adequately controls the risks of chemical substances. These activities are part of its legal responsibilities under the European Regulations of REACH (Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemical Substances) and CLP (Classification, Labelling and Packaging). Because of the great number of substances, the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) and the Netherlands Organisation for Applied Scientific Research (TNO) have developed a priority setting system for making justified choices. The same holds for government-initiated actions related to REACH and CLP Regulations, such as proposals to restrict the uses of certain chemicals or to authorise their use.

The REACH and CLP Regulations are about safety and health aspects of chemical substances in consumer products, at the workplace or in the environment. Because of REACH, these aspects have become much more the responsibility of industry than of government. The priority setting system was developed to take the priorities into account of all the Dutch ministries that are involved in chemicals policy, especially the Ministries of Infrastructure and the Environment (I&M), Health, Welfare and Sport (VWS) and Social Affairs and Employment (SZW), which have commissioned the development of the system. For example, the Ministry of VWS has awarded the highest priority to dangerous substances in consumer products that are intended to be used by children. To protect workers and consumers, the ministries have awarded priority to substances that may cause cancer, are toxic to reproduction or cause allergic reactions (CMRS substances). Priority substances for the environment are those that do not degrade and that accumulate in organisms, soil or water, and are toxic (Persistent, Bioaccumulative and Toxic (PBT) or very Persistent very Bioaccumulative (vPvB) substances).

The priority setting system ranks a group of substances on the basis of risk, which has been defined as a combination of hazardous properties of a substance and the exposure to it. Priority is subsequently set according to a score for the different protection targets: consumers, workers, environment, and man indirectly exposed via the environment. The group of substances under scrutiny can vary, depending on, for example, the type of dossier, registration or evaluation.

 

RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
De Nederlandse overheid toetst of de industrie de risico's van chemische stoffen goed vaststelt. Dit is een onderdeel van de wettelijke taken binnen de Europese verordeningen REACH (Registratie, Evaluatie, Autorisatie en beperking van Chemische stoffen) en CLP (Classification, Labelling and Packaging). Vanwege het grote aantal stoffen heeft het RIVM met TNO een systematiek opgezet om hierin keuzes te maken. Hetzelfde geldt voor de acties die de overheid zelf in dit verband kan nemen, bijvoorbeeld voorstellen om het gebruik van een stof te beperken of verbieden.

REACH en CLP gaan over veiligheid- en gezondheidsaspecten van chemische stoffen in consumentenproducten, op de werkvloer of in het milieu. Met de komst van REACH ligt de verantwoordelijkheid hiervoor meer bij de industrie dan bij de overheid. De systematiek is opgezet op basis van de beleidswensen van alle ministeries die bij het stoffenbeleid zijn betrokken, in het bijzonder de ministeries van Infrastructuur en Milieu (I&M), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) als opdrachtgever om deze systematiek op te stellen. Zo geeft het ministerie van VWS de hoogste prioriteit aan gevaarlijke stoffen in consumentenproducten voor kinderen. Om werknemer en consument te beschermen geven de ministeries voorrang aan stoffen als ze kankerverwekkend zijn, giftig zijn voor de voortplanting of allergische reacties veroorzaken (CMRS-stoffen). Voor het milieu zijn de criteria voor prioriteit van stoffen dat ze niet afbreekbaar zijn, zich ophopen in organismen, bodem en water (bioaccumulerend) en schadelijk zijn (Persistent, Bioaccumulerend en Toxisch (PBT)- of zeer Persistent zeer Bioaccumulerend (zPzB)-stoffen).

De systematiek rangschikt een groep stoffen op basis van het risico, dat wordt gedefinieerd als een combinatie van het gevaar van de stof en de blootstelling eraan. De prioritering wordt vervolgens voor de verschillende beschermingsgroepen in punten uitgedrukt: consument, werknemer, milieu en mens indirect blootgesteld via het milieu. Het type 'dossier' (registratie, evaluatie, enzovoort) bepaalt welke groep stoffen nader wordt bekeken.

 

RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
( 2012-04-25 )