|   print

Secondary poisoning of cadmium, copper and mercury: implications for the Maximum Permissible Concentrations and Negligible Concentrations in water, sediment and soil
[ Doorvergiftiging van cadmium, koper en kwik: gevolgen voor de Maximum Toelaatbaar Risiconiveau's en Verwaarloosbaar Risiconiveau's in water, sediment en bodem ]
 
Smit CE, van Wezel AP, Jager T, Traas TP

59 p in English   2000

RIVM Rapport 601501009
download pdf (315Kb)  

Toon Nederlands

English Abstract
The impact of secondary poisoning on the Maximum Permissible Concentrations (MPCs) and Negligible Concentrations (NCs) of cadmium, copper and mercury in water, sediment and soil have been evaluated. Field data on accumulation of these elements by fish, mussels and earthworms were used to derive MPCs and NCs for birds and mammals for which these organisms are a food source. Accumulation by aquatic and terrestrial biota seems to be negatively correlated with external concentrations. The correlations lacked in strength and too few data on external concentrations for fish and mussels were available to draw conclusions. The scientific justification for using location-specific BCFs in the estimation of risk limits therefore still has to be established. Secondary poisoning of birds and mammals via fish or mussels may contribute to the risks of cadmium and mercury for the aquatic ecosystem. MPCs for copper in water derived with or without the inclusion of secondary poisoning are similar, although this conclusion is based on field data for mussels only. For the terrestrial compartment, inclusion of secondary poisoning does not lead to major changes in the MPCs for cadmium and copper. As toxicity data on soil organisms are hardly available, conclusions for mercury cannot be drawn. Further research into the accumulation of cadmium, copper and mercury by aquatic organisms is recommended. Data collection should include measurements in animals and water from the same location. For mercury, the determination of field BCFs should also include investigations into the relative contribution of methyl-mercury to the total mercury concentration in soil, water, sediment and animals living in these compartments.

 

RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
De betekenis van doorvergiftiging voor de Maximum Toelaatbaar Risiconiveau's (MTRs) en Verwaarloosbaar Risiconiveau's (VRs) van cadmium, koper en kwik in water, sediment en bodem is geevalueerd. Veldgegevens met betrekking tot de accumulatie van deze elementen door vissen, mosselen en regenwormen zijn gebruikt om MTRs en VRs af te leiden voor vogels en zoogdieren die deze organismen als voedselbron gebruiken. Accumulatie door water- en bodemorganismen lijken negatief gecorreleerd te zijn met externe concentraties, maar de correlaties zijn niet sterk. Voor vissen en mosselen zijn er te weinig gegevens beschikbaar om conclusies te trekken en de wetenschappelijke rechtvaardiging voor het gebruik van locatie-specifieke BCFs bij het afleiden van risicogrenzen ontbreekt dan ook. Doorvergiftiging bij vogels en zoogdieren via het eten van vis of mosselen kan bijdragen aan het risico van cadmium en kwik voor het aquatische ecosysteem. Voor koper zijn de MTRs voor water vergelijkbaar; voor dit element waren echter alleen veldgegevens voor mosselen beschikbaar. De invloed van doorvergiftiging op de MTRs van cadmium en koper voor de bodem is gering. Het is niet mogelijk conclusies te trekken voor kwik, aangezien er nauwelijks bodemtoxiciteitsgegevens beschikbaar zijn. Nader onderzoek naar de accumulatie van cadmium, koper en kwik door waterorganismen wordt aanbevolen, waarbij dieren en water van dezelfde locatie moeten worden geanalyseerd. Bij de bepaling van de veld-BCFs voor kwik moet tevens onderzoek worden gedaan naar de relatieve bijdrage van methyl-kwik aan de totale concentratie kwik in bodem, water en sediment en de dieren die in deze compartimenten leven.

 

RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
( 2000-08-10 )