|   print

Environmental risk limits for organophosphorous pesticides
[ Milieurisicogrenzen voor organofosfaten ]
Moermond CTA, Vos JH, Verbruggen EMJ

146 p in English   2008

RIVM rapport 601714004
download pdf (787Kb)  
This report contains an erratum on pages 148-150 d.d. 24-03-2009  

Toon Nederlands

English Abstract
The RIVM has derived environmental risk limits (ERLs) for seven organophosphates in freshwater and marine waters. Organophosphates are pesticides which are used in agriculture and horticulture. This group of substances contains azinphos-ethyl, azinphos-methyl, coumaphos, heptenophos, mevinphos, tolclofos-methyl and triazophos. They belong to the category other relevant substances for the Water Framework Directive.
For deriving the environmental risk limits, RIVM used the most up-to-date ecotoxicological data in combination with the most recent methodology, as required by the European Water Framework Directive. No risk limits were derived for the sediment compartment, because sorption to sediment is assumed to be negligible.
Environmental risk limits, as derived in this report, are scientifically derived values, based on (eco)toxicological, fate and physico-chemical data. They serve as advisory values for the Dutch Steering Committee for Substances, which is appointed to set the Environmental Quality Standards (EQSs). ERLs are thus preliminary values that do not have any official status. Four different risk limits are distinguished: negligible concentrations (NC), the concentration at which no harmful effects are to be expected (maximum permissible concentration, MPC), the maximum acceptable concentration for ecosystems specifically in terms of short-term exposure (MACeco), the concentration at which possible serious effects are to be expected (serious risk concentrations, SRCeco).


RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
Het RIVM heeft milieurisicogrenzen afgeleid voor zeven organofosfaten in zoet en zout water. Organofosfaten zijn bestrijdingsmiddelen die in de land- en tuinbouw worden gebruikt. De groep stoffen omvat azinphos-ethyl, azinphos-methyl, coumaphos, heptenophos, mevinphos, tolclofos-methyl en triazophos. De stoffen vallen onder de categorie overige relevante stoffen voor de Kaderrichtlijn Water.
Voor de afleiding van de milieurisicogrenzen heeft het RIVM de actuele toxicologische gegevens gebruikt, gecombineerd met de meest recente methodiek. Deze methodiek is voorgeschreven door de Europese Kaderrichtlijn Water. Voor het sediment, de waterbodem, zijn geen milieurisicogrenzen afgeleid. Dat komt omdat de mate waarin deze organofosfaten zich aan sediment binden, verwaarloosbaar wordt geacht.
Milieurisicogrenzen, zoals afgeleid in dit rapport, zijn wetenschappelijk afgeleide waardes, gebaseerd op (eco)toxicologische, milieuchemische en physisch-chemische data. Milieurisicogrenzen dienen als advieswaardes voor de Nederlandse interdepartementale Stuurgroep Stoffen, die de uiteindelijke milieukwaliteitsnormen vaststelt. Milieurisicogrenzen zijn dus voorlopige waardes zonder enige officiele status. Er bestaan vier verschillende niveaus voor milieurisicogrenzen: een verwaarloosbaar risiconiveau (VR), een niveau waarbij geen schadelijke effecten zijn te verwachten (MTR), het maximaal aanvaardbare niveau voor ecosystemen, specifiek voor kortdurende blootstelling (MACeco) en een niveau waarbij mogelijk ernstige effecten voor ecosystemen zijn te verwachten (EReco).


RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
( 2008-10-30 )