|  print

PM2.5 Average Exposure Index 2009-2011 in the Netherlands
[Gemiddelde blootstellingsindex PM2.5 2009-2011 in Nederland]

Mooibroek D, Vonk J, Velders GJM, Hafkenscheid TL, Hoogerbrugge R

42 p in English 2013

RIVM report 680704022
download pdf (2013Kb)

Toon Nederlands

English Abstract
Over the last thirty years the air quality in Europe has improved substantially. Nevertheless, air pollution, and especially particulate matter, still remains a major threat to public health. In recent years, increasing attention has focused on the adverse effects of the "fine particles" of particulate matter, such as PM2.5 (particles with a diameter of <2.5 m). These small particles are considered to be very harmful to human health, in particular over the long term. The European Directive on ambient air quality and cleaner air for Europe, which entered into force in 2008, establishes specific limits on the concentration levels of PM2.5. Among other things the Directive requires that each Member State determine the average exposure to PM2.5 over a three-year period, the so-called Average Exposure Index (AEI). Depending on the outcome, Member States are then obliged to decrease the average exposure to PM2.5 in 2018-2020. The National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) has therefore measured PM2.5 levels at twelve urban background locations in the period 2009-2011 and calculated the AEI based on these measurements.

For the Netherlands, the AEI in the period 2009-2011 has been set at 17.0 micrograms per cubic meter. A reduction target of 15% has been linked to this value. To achieve this target, the AEI in the urban background in the Netherlands between 2018 and 2020 has to decrease by approximately 2.6 micrograms per cubic meter.

Model calculations using different economic growth scenarios predict a reduction ranging from 15 to 17% for the period 2018-2020, indicating the Netherlands should meet the reduction target. However, due to the margin in the model calculations as well as other, much larger uncertainties in these calculations, the expected reduction can ultimately be either higher or lower. It is therefore important that the extent to which annual emissions and concentrations of PM2.5 decrease are monitored on an annual basis. If necessary, additional measures to lower PM2.5 concentration can then be considered.

RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
De luchtkwaliteit in Europa is de afgelopen dertig jaar substantieel verbeterd. Toch blijft luchtverontreiniging, en dan vooral fijn stof, een belangrijke bedreiging voor de volksgezondheid. De laatste jaren is er meer aandacht voor de schadelijke effecten van kleinere deeltjes van fijn stof, bijvoorbeeld PM2.5 (deeltjes met een diameter tot 2,5 micrometer). Aangenomen wordt dat deze kleine deeltjes, zeker op de lange termijn, zeer schadelijk zijn voor de gezondheid. In de Europese Richtlijn uit 2008 over de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa zijn daarom specifiek grenzen gesteld aan de concentratieniveaus van PM2.5. Zo moeten lidstaten onder andere de gemiddelde blootstelling aan PM2.5 over een periode van drie jaar bepalen, de zogeheten Average Exposure Index (AEI). Afhankelijk van de uitkomst zijn lidstaten vervolgens verplicht in 2018-2020 de gemiddelde blootstelling aan PM2.5 te verlagen. Het RIVM heeft de AEI van 2009 tot en met 2011 berekend op basis van PM2.5-metingen op twaalf stedelijke achtergrondlocaties.

De gemiddelde blootstellingsindex (AEI) in de periode 2009-2011 is voor Nederland vastgesteld op 17,0 microgram per kubieke meter. Hieraan is een reductiedoelstelling gekoppeld van 15 procent. Om deze doelstelling te halen moet de gemiddelde blootstellingindex (AEI) in de stedelijke achtergrond in Nederland tussen 2018 en 2020 met circa 2,6 microgram per kubieke meter dalen.

Op basis van modelberekeningen met verschillende economische groeiscenario's wordt een reductie berekend van 15 tot 17 procent voor 2018-2020. Daarmee zou Nederland voldoen aan de reductiedoelstelling. Door de marge in deze uitkomst en andere veel grotere onzekerheden in de modelberekening kan de te verwachten reductie zowel hoger als lager uitvallen. Het is belangrijk om de komende jaren te blijven volgen in welke mate de emissie en concentratie van PM2,5 afnemen. Indien nodig kunnen er dan extra maatregelingen worden overwogen.

RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
( 2013-11-14 )