English Abstract An ICP-MS method has been developed for the
determination of Ag, Be, Sb in groundwater and drinking water in the
Netherlands. The method was optimized for sampling and measuring
conditions. The choice of sampling material was important because sampling
bottles can release Sb and sampling filters can adsorb Ag and Be. Samples
were filtered with hydrophilic Teflon filters, stored in acid-rinsed
polyethene bottles and acidified to 5% (v/v) HNO3. The ICP-MS measuring
method consisted of a two point calibration (0 microg/l,20 microg/l) at m/z
9Be, 107Ag, 121Sb with internal standard correction for matrix effects. The
proposed method was validated for detection limits and accuracy. The
detection limits found were: 0.1 microg/l Ag, 0.3 microg/l Be and 0.2
microg/l Sb. The accuracy (2 s) determined by recovery of an added
standard, trueness of a certified reference material and reproducibility of
a sample, was 34% for Ag, 29% for Be and 22% for Sb. The proposed method is
therefore suitable for scanning-scouting of water samples, although the
detection limit for Be is higher than required (0.1 microg/l).
Scanning-scouting of Dutch water samples revealed that groundwater contained
less than 0.1 microg/l Ag, up to 1.8 microg/l Be and less than 0.2
microg/l Sb, and drinking water up to 0.4 microg/l Ag, up to 1.3 microg/l
Be and up to 8.1 microg/l Sb.
Rapport in het kort
Doel van dit onderzoek was het ontwikkelen van een
analysemethode voor zilver (Ag), beryllium (Be) en antimoon (Sb) met ICP-MS
om een indruk te krijgen van de concentraties in grond- en drinkwater van
Nederland. De methode werd geoptimaliseerd voor bemonsterings- en
meetcondities. De keuze van bemonsteringsmateriaal was belangrijk aangezien
afgifte van Sb uit kunststofmaterialen en adsorptie van Ag en Be aan filters
kon worden aangetoond. Monsters werden gefiltreerd met hydrofiele Teflon
filters, bewaard in zuur-gespoelde polyetheen flessen en geconserveerd met
met 5% (v/v) HNO3. De ICP-MS-meetmethode omvat een tweepuntskalibratie (0
en 20 microg/l) bij m/z = 9Be, 107Ag, 121Sb met interne standaardcorrectie
voor matrixeffecten. De voorgestelde methode werd gevalideerd voor
detectiegrenzen en nauwkeurigheid. De aantoonbaarheidsgrens waarbij
rekening werd gehouden met de selectiviteit bedroeg 0.1 microg/l Ag, 0.3
microg/l Be en 0.2 microg/l Sb. Op grond van de terugvinding van een
geaddeerde standaard, de relatieve reproduceerbaarheid en de juistheid van
een gecertificeerd referentiemateriaal bedroeg de nauwkeurigheid (2 s) voor
Ag 34%, voor Be 29% en voor Sb 22%. De voorgestelde methode is derhalve
geschikt voor scanning-scouting van watermonsters, hoewel de detectiegrens
voor Be hoger is dan vereist (0.1 microg/l). Scanning-scouting van
Nederlandse watermonsters gaf aan dat grondwatermonsters minder dan 0.1
microg/l Ag; tot 1.8 microg/l Be en minder dan 0.2 microg/l Sb bevatten
en dat ruwe en reine drinkwatermonsters tot 0.4 microg/l Ag; tot 1.3
microg/l Be en tot 8.1 microg/l Sb bevatten. De analyseresultaten zullen
worden verwerkt in het rapport "Resultaten meetprogramma drinkwater
1998".