Rapport in het kort
De acute toxiciteit en bioaccumulatie van een vijftal
chloorfenolen in twee regenwormsoorten werd bepaald in twee zandgronden met
een verschillend gehalte aan organische stof en vergeleken met
adsorptiegegevens. De resultaten duiden erop dat de toxiciteit en daarmee
de beschikbaarheid van chloorfenolen in de bodem voor regenwormen wordt
bepaald door de concentratie in het bodemvocht en voorspeld kan worden op
basis van adsorptiegegevens. De soort Eisenia andrei was in alle gevallen
gevoeliger dan de soort Lumbricus rubellus ; het verschil in gevoeligheid
nam toe bij toename van de lipofiliteit van de onderzochte stoffen. De
bioaccumulatie vertoonde een veel minder duidelijk verband met
bodemvochtconcentraties en was niet te voorspellen m.b.v.
adsorptiegegevens. Geconcludeerd wordt dat dit onderzoek goede
mogelijkheden biedt voor het opstellen van structuur-activiteitsrelaties
voor de bodem.