|   print

[  ]
Breugel PB van , Buijsman E

52 p in Dutch   2001

download pdf (1110Kb)  

Toon Nederlands

English Abstract
The current air quality in the Netherlands for sulphur dioxide, nitrogen dioxide, nitrogen oxides, particulate matter and lead has been assessed in the context of limit values, margins of tolerance and the assessment thresholds used in the first daughter directive for air quality of the European Union. On the basis of the differences in air quality and data on population, numbers and density, three zones and six agglomerations in the Netherlands are defined. Depending on the air quality in relation to the assessment threshold levels in the daughter directive, strategies for assessing air quality in the different zones and agglomerations have been defined. Testing for limit values yielded a yearly mean nitrogen dioxide level in many urban areas, which highly exceeded the limit value for this substance. This was also the case for particulate matter concentrations, but to a lesser extent. The monitoring requirements in the daughter directive have been compared with the current station configuration and numbers of different types of stations. Eight new stations will have to be set up for nitrogen dioxide, and 23 for particulate matter under the assumption that only measurements are used to determine the air quality.


RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
De huidige luchtkwaliteit in Nederland voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxides, fijn stof en lood is beoordeeld in het kader van grenswaarden, overschrijdings marges, en de beoordelingsdrempels, zoals weergegeven in de eerste dochterrichtlijn voor luchtkwaliteit van de EU. Op basis van de verschillen in luchtkwaliteit en gegevens over bevolkings aantallen en dichtheden, zijn drie zones en zes agglomeraties in Nederland gedefinieerd. Afhankelijk van de luchtkwaliteit in relatie tot de beoordelings drempelwaarden van de eerste dochterrichtlijn zijn vaststellingsstrategieen voor die luchtkwaliteit in de verschillende zones en agglomeraties bepaald. Toetsing aan grenswaarden levert op dat de grenswaarde voor het jaargemiddelde voor stikstofdioxide in veel stedelijke gebieden wordt overschreden. In mindere mate geldt dit voor de grenswaarde voor het jaargemiddelde voor fijn stof concentraties. De vereiste meetinspanning uit de dochterrichtlijn zijn vergeleken met de huidige stations configuratie en de aantallen van verschillende typen stations. Acht nieuwe meetstations dienen te worden opgezet voor stikstof dioxide, en 23 voor fijn stof onder de aanname dat alleen metingen gebruikt worden om de luchtkwaliteit vast te stellen.


RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl

( 2001-05-11 )