|   print

[  ]
 
Crommentuijn LEM , Verbeek EDM

94 p in Dutch   1999

download pdf (5778Kb)  

Toon Nederlands

English Abstract
The Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment commissioned the RIVM to assess the environmental effect of the policy measures for sustainable construction, for the period 1995 - 2020. This study assesses the environmental effects of technical measures for the reduction of energy use, water use and the use of materials in existing and new dwellings and utility buildings. Two models have been developed, one for dwellings and one for utility buildings (only for the sectors health, education, offices and retail trade). With these models technical measures of the National Packet Sustainable Building for the reduction of energy, water use and the use of materials in existing and new dwellings and buildings can be assessed. Behavioral changes have not been included in the models. In order to calculate the effects the measures with regard to sustainable construction have been equipped with penetration scenarios. These penetration scenarios are explicated in consultation with experts (in the fields of policy and construction). For the dwellings in the Netherlands a reduction of energy use for space heating with approximately 15% is calculated. As a result the CO2-emission related to space heating will also decline. In utility buildings the energy use per m2 gross ground area will decline. As a result of the increase in ground area for most of the sectors in utility buildings the energy use (and the resulting CO2-emission) will be stable. The reduction of water use in dwellings is much larger than in utility buildings. This is a result of the much larger possibilities of water reduction in dwellings as compared to utility buildings. The reduction of material use has also been assessed in the prognosis. In the near future environmental profit will be gained in the recycling of materials for buildings, for instance for shingle, gypsum and PVC. In the reduction of harmful emissions, for instance for volatile organic compounds and heavy metals. In the durable use and the reduction in use of non-renewable elements, for instance wood and tar products.

 

RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
In opdracht van het Ministerie van VROM is onderzoek gedaan naar de prognose van milieu-effecten van kabinetsbeleid ten aanzien van Duurzaam Bouwen voor de periode 1995 - 2020. Geaccordeerd beleid tot eind 1997, het verschijnen van het Tweede Plan van Aanpak Duurzaam Bouwen, is meegenomen in de prognose. Voor de berekeningen zijn twee modellen ontwikkeld door TNO/Bouw, een voor woningbouw en een voor Utiliteitsbouw (de sectoren zorg, onderwijs, kantoren en detailhandel). Met de modellen kunnen maatregelen uit de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen ten aanzien van het gebruik van energie, water en materialen doorgerekend worden op hun effecten. Voor de berekeningen zijn uitgangspunten geformuleerd voor de doorwerking van de verschillende maatregelen. Deze penetratie-scenario's zijn opgesteld in overleg met een forum van deskundigen. De berekeningen betreffen louter de veranderingen door (fysiek) technische ingrepen in of aan het gebouw. Zowel in de woningnieuwbouw als in de bestaande voorraad wordt een absolute afname van het energiegebruik verwacht, voornamelijk als gevolg van een afname van energiegebruik voor ruimteverwarming. Als gevolg van het dalen energiegebruik zal de CO2-emissie dalen met ongeveer 15% in 2020 t.o.v. 1995. Het totale (primaire) energiegebruik in de U-bouw neemt met iets meer dan 5% af in 2020 t.o.v. 1995. Het energiegebruik per m2 bruto vloeroppervlak daalt in alle vier sectoren, relatief het meest in het onderwijs. Absoluut is de daling het grootst in de kantorensector. De waterbesparing in de U-bouw is maar een fractie van die in de woningbouw. Zowel in de nieuwbouw als in de bestaande voorraad van de woningen kunnen grote waterbesparingen gehaald worden. Voor materialen is de verwachting dat er milieuwinst geboekt kan worden op termijn. Het (her)gebruik van afval is met name belangrijk voor grind, gips en PVC. Het verminderen van schadelijke emissies is vooral van belang voor het gebruik van VOS en zware metalen. Het duurzaam gebruik van grondstoffen en het beperken van het gebruik van niet-vernieuwbare grondstoffen betreft (duurzaam geproduceerd) hout en kunststofdakbedekkingen.

 

RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl

( 1999-11-30 )