Sinds 1 juli 2011 is het bevolkingsonderzoek Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIEPrenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie ) uitgebreid met een screening op Rhesus c-antistoffen en een foetale Rhesus (D)-typering in week 27 van de zwangerschap. Nadat evaluatieonderzoek heeft aangetoond dat de foetale RhDRhesus (D)-typering een betrouwbare vervanger is van de navelstrengbloedbepaling, is deze per 1 januari 2013 vervallen. Alleen in uitzonderingssituaties blijft deze bestaan.

Het bevolkingsonderzoek PSIEPrenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie is per 1 juli 2011 ingrijpend gewijzigd. Een kort overzicht:


Nieuw beleid Rhesus (c): screening op laat gevormde c-IEAirregulaire erytrocyten antistoffen

  • Het eerste bloedonderzoek (bij voorkeur vóór week 13) is uitgebreid met de bepaling van het Rhesus (c)-antigeen.
  • Sanquin Diagnostiek screent alle Rhesus (c)-negatieve zwangeren (18% van alle zwangeren) in week 27 op laat gevormde c-IEA en andere IEA.

Nieuw beleid Rhesus (D)-negatieve zwangeren: invoering foetale RhDRhesus (D)-typering

  • Het tweede bloedonderzoek op IEA is vervroegd van 30 naar 27 weken zwangerschap.
  • Alle 27e week bloedmonsters worden opgestuurd naar Sanquin Diagnostiek.
  • Alle Rhesus (D)-negatieve zwangeren krijgen in week 27 een foetale Rhesus (D)-typering aangeboden: DNAdeoxyribonucleic acid-onderzoek in plasma van de moeder.
  • Alléén RhD-negatieve vrouwen die zwanger zijn van een RhD-positief kind krijgen in week 30 van de zwangerschap antenataal anti-RhD-immunoglobuline (anti-D) toegediend.
  • Omdat de RhD-bloedgroep bij de geboorte al bekend is, is de routinematige navelstrengbloedbepaling (na een evaluatieperiode van ruim een jaar) vervallen per 1 januari 2013. Let op: in uitzonderingssituaties blijft deze wel bestaan.

Handhaving navelstrengbloedbepaling in uitzonderingssituaties

Lokale laboratoria bepalen direct na de geboorte de Rhesus (D)-bloedgroep van het kind in het navelstrengbloed in de volgende situaties:

  • bij een ontbrekende uitslag van de foetale RhD-typering
  • bij de geboorte van meerlingen met een positieve foetale RhD-typering
  • in bepaalde uitzonderingssituaties zoals bij zeldzaam voorkomende genetische variatie. Dit gebeurt op geleide van de uitslag van Sanquin

In verband met de vergoeding én het monitoren van de toediening van anti-RhD-IgImmunoglobuline (anti-D), is het volgende belangrijk:

  • Het laboratorium stuurt de uitslag van de navelstrengbloedbepaling binnen een week naar RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVPDienst Vaccinvoorziening en Preventieprogramma's. Vermeld naast de standaardgegevens: datum bloedafname en geboortedatum kind.
  • De verloskundig zorgverlener meldt toediening (of weigering) van een anti-RhD-Ig (anti-D) binnen een week aan RIVM-DVP met behulp van de volledig ingevulde anti-RhD-Ig-kaart.

Bijscholing

De wijzigingen hebben ingrijpende gevolgen voor de logistiek van het programma. Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM ondersteunt de implementatie van de wijzigingen in het programma onder andere met:

Meer informatie vindt u in het overzicht Bijscholing.


Formulieren en afnamematerialen

Sanquin Diagnostiek

RIVM-DVP