Afhankelijk van de uitslag van het bloedonderzoek vinden vervolgacties plaats. Een deel van deze vervolgacties vallen binnen de financiering van het bevolkingsonderzoek PSIEPrenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie .


Hepatitis B

Voor zwangere vrouwen die draagster zijn van het hepatitis B-virus:

  • De verloskundig zorgverlener (VKZverloskundig zorgverlener) informeert de zwangere.
  • De VKZ meldt het dragerschap binnen 24 uur bij de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst. Afhankelijk van de uitslag verwijst de VKZ de zwangere naar de tweedelijnszorg.
  • De VKZ schrijft een recept uit voor hepatitis B immunoglobuline (HBIghepatitis B-immunoglobuline 150 IE). De zwangere bewaart HBIg in de koelkast en neemt dit mee bij een eventuele ziekenhuisbevalling.
  • De VKZ dient het kind binnen 2 uur na de geboorte HBIg toe.
  • De VKZ dient het kind, zo mogelijk tegelijk met HBIg, maar zeker binnen 48 uur na de geboorte, HBhepatitis b-vaccin toe. Toediening is onderdeel van het RVPRijksvaccinatie programma (Rijksvaccinatieprogramma).
  • VKZ wijst ouders op het belang van tijdige vaccinatie bij 2, 3, 4 en 11 maanden (vaccinatieafspraak op consultatiebureau) en serologische controle na laatste vaccinatie (via huisarts).

Syfilis (lues)

Voor zwangere vrouwen met syfilis:

  • De (VKZ) informeert de zwangere.
  • Afhankelijk van de uitslag vindt de zorgverlening plaats in de tweedelijn.
  • De VKZ zorgt voor bloedafname bij de pasgeborene en de moeder en verwijst het kind eventueel door naar een kinderarts.

Hivhumaan immunodeficientievirus

Voor zwangere vrouwen die geïnfecteerd zijn met hivhumaan immunodeficientievirus:

  • De (VKZ) informeert de zwangere.
  • De VKZ verwijst de zwangere via de tweedelijn naar een gespecialiseerd behandelcentrum voor hiv.

Bloedgroep Rhesus (D)-negatief

Voor zwangere vrouwen met bloedgroep Rhesus (D)-negatief:

  • De VKZ informeert de zwangere.
  • De VKZ maakt met de zwangere een afspraak in week 27 (week 27+0 dagen tot week 29+0 dagen) voor bloedafname. Let op: bloed mag niet worden afgenomen voor week 27.
  • Sanquin Diagnostiek screent het bloed op de aanwezigheid van D-IEAirregulaire erytrocyten antistoffen (en andere IEA) en verricht een foetale RhDRhesus (D)-typering.
  • Op geleide van de uitslag van de foetale RhD-typering krijgen vrouwen die zwanger zijn van een RhD-positief kind in week 30 van de zwangerschap anti-Rhesus (D)-immunoglobuline (anti-RhD-IgImmunoglobuline ofwel anti-D) toegediend om de vorming van D-IEA te voorkomen.
  • Postpartum toediening van anti-RhD-Ig (uiterlijk binnen 48 uur) vindt eveneens plaats op geleide van de uitslag van de foetale RhD-typering. De routinematige navelstrengbloedbepaling om de RhD-bloedgroep van het kind te bepalen is per 1 januari 2013 vervallen. In uitzonderingssituaties blijft de navelstrengbloedbepaling door lokale laboratoria bestaan.

Handhaving navelstrengbloedbepaling in uitzonderingssituaties

Lokale laboratoria bepalen direct na de geboorte de Rhesus (D)-bloedgroep van het kind in het navelstrengbloed in de volgende situaties:

  • bij een ontbrekende uitslag van de foetale RhD-typering
  • bij de geboorte van meerlingen met een positieve foetale RhD-typering
  • in bepaalde uitzonderingssituaties zoals bij zeldzaam voorkomende genetische variatie. Dit gebeurt op geleide van de uitslag van Sanquin.

In verband met de vergoeding én het monitoren van de toediening van anti-RhD-Ig (anti-D), is het volgende belangrijk:

  • Het laboratorium stuurt de uitslag van de navelstrengbloedbepaling binnen een week naar RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVPDienst Vaccinvoorziening en Preventieprogramma's. Vermeld naast de standaardgegevens: datum bloedafname en geboortedatum kind.
  • De verloskundig zorgverlener meldt toediening (of weigering) van een anti-RhD-Ig (anti-D) binnen een week aan RIVM-DVP met behulp van de volledig ingevulde anti-RhD-Ig-kaart.

Bloedgroep Rhesus (c)-negatief

Voor zwangere vrouwen met bloedgroep Rhesus (c)-negatief:

  • De VKZ informeert de zwangere.
  • De VKZ maakt met de zwangere een afspraak in week 27 voor bloedafname.
  • Sanquin Diagnostiek screent het bloed op de aanwezigheid van laat gevormde c-IEA (en andere IEA).

IEA

Voor zwangere vrouwen bij wie IEA zijn gevonden:

  • De VKZ informeert de zwangere.
  • Bij een afwijkende uitslag voor IEA, zowel in het eerste bloedonderzoek als later in de zwangerschap, bepaalt Sanquin Diagnostiek (of BIBO voor bloedmonsters vóór week 13) door middel van specificatieonderzoek het type IEA. De uitslag hiervan bepaalt de verdere acties.
  • Bij zwangere vrouwen bij wie potentieel klinisch relevante IEA zijn aangetoond, wordt ook bloed van de vader onderzocht. 
  • Afhankelijk van de uitslagen kan regelmatig vervolgonderzoek nodig zijn of verwijzing naar de tweede of derde lijn.

Voor een stapsgewijs overzicht van de procedures, zie:

Formulieren en afnamematerialen

RIVM-DVP

Sanquin Diagnostiek