Uit onderzoek in Nederland blijkt dat ongeveer 20% van de katten en ongeveer 15% van de honden uit huishoudens met personen met COVID-19, antistoffen tegen SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2 in het bloed hebben. Dat is meer dan bij honden en katten waarvan de eigenaar niet positief is getest. Waarschijnlijk zijn de huisdieren door de eigenaren besmet. Er zijn nog geen gevallen bekend van besmette huisdieren die mensen hebben besmet. De kans hierop wordt heel klein geacht. Bij asielkatten en honden en katten uit huishoudens zonder link met personen met COVID-19 bleken slechts enkele dieren antistoffen tegen SARS-CoV-2 te hebben en dus besmet te zijn geweest. Geen van deze dieren testte positief op het virus. Dat betekent dat de kans erg klein is dat honden en katten buiten hun huishouden met SARS-CoV-2 worden besmet. Honden en katten, die een besmetting met SARS-CoV-2 doormaken, vertonen doorgaans geen tot milde klachten. 

Van onder meer hamsters, fretten en konijnen weten we dat zij besmet kunnen raken met het coronavirus SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2. Er zijn geen extra voorzorgsmaatregelen nodig, omdat ze meestal binnenshuis worden gehouden.

Daarnaast zijn nertsen gevoelig gebleken voor besmetting met het virus. Op een groot aantal nertsenbedrijven is het virus aangetroffen. In Nederland zijn alle bedrijven met nertsen inmiddels leeg. 

Adviezen voor eigenaren van honden en katten 

Voor huisdiereigenaren uit een huishouden met COVID-19 worden extra voorzorgsmaatregelen geadviseerd: 

  • Vermijd contact met je huisdier, knuffel niet en laat je niet likken.
  • Houd honden en katten zoveel mogelijk binnen tijdens je isolatie- of quarantaineperiode en/of die van je huisgenoten.*
  • Laat honden enkel kort en aangelijnd uit.
  • Laat een niet-zieke huisgenoot voor het huisdier zorgen, als dat mogelijk is.
  • Goede hygiëne is extra belangrijk.

*Als katten (voornamelijk) buiten leven, houd ze dan zoveel mogelijk buiten.
De kans dat je huisdier na een eventuele besmetting ziek wordt, is klein. Als je dier toch COVID-19-gerelateerde klachten krijgt, zorg dan dat het dier niet naar een locatie gaat waar veel dieren bij elkaar komen (opvang, pension, asiel). Als het dier ernstige benauwdheids- en/of diarreeklachten heeft, neem dan telefonisch contact op met de dierenarts. Geef bij de dierenarts aan dat je huisdier uit een huishouden komt met COVID-19. Uw dierenarts kan in samenspraak met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit besluiten of er extra onderzoek wordt gedaan.

Andere huisdieren en COVID-19

Wat doet het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu?

In Nederland zijn we alert op nieuwe en bestaande ziekten die van dieren op mensen en omgekeerd kunnen worden overgedragen. Zoals mensen besmet kunnen worden met infectieziekten, kunnen ook dieren besmet raken. Een klein deel van de infectieziekten van dieren is ook besmettelijk voor de mens: dat zijn de zoönosen. Soms kunnen dieren ook infectieziekten oplopen van mensen, dat zijn antropozoönosen.
Dat betekent dat ook bij SARS-CoV-2 wordt gekeken in hoeverre dieren besmet kunnen worden en een rol spelen in de verspreiding van het virus. Het RIVM werkt hierbij samen met verschillende professionals, onder andere uit de gezondheidszorg en de diergeneeskunde.

Kijk voor meer informatie op:

www.onehealth.nl

www.rijksoverheid.nl

www.dibevo.nl

www.zoogdiervereniging.nl

www.sheltermedicine.nl

Vragen over huisdieren

Kan mijn huisdier besmet worden met het coronavirus SARSsevere acute respiratory syndrome-COV-2?

Wereldwijd blijkt dat huisdieren besmet kunnen raken met SARS-CoVcoronavirus-2. In Nederland zijn honden en katten gevonden met antistoffen tegen SARS-CoV-2, wat erop wijst dat ze besmet zijn geweest. Bij enkele honden en katten is ook virus aangetoond. Meestal waren de eigenaren van het dier ook positief getest op het virus. De kans dat besmetting van huisdier naar mens plaatsvindt, is zeer klein in vergelijking met besmetting van mens-op-mens.