In het 95e OMTOutbreak Management Team (januari 2021)  zijn aanvullende maatregelen geadviseerd om transmissie in de kinderopvang en op scholen te verminderen vanwege de toenmalige hoge incidentie in de samenleving in het algemeen en het vóórkomen van nieuwe varianten van SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2. Deze adviezen aan kinderopvang en scholen zijn opgenomen in dit Generiek kader. Uitgangspunten zoals afstand houden, het beperken van contacten, hygiënemaatregelen en de gezondheidscheck vormen de basis van dit kader. Deze uitgangspunten sluiten aan bij de basisregels voor iedereen.

In juni 2021 heeft het kabinet besloten de contactbeperkende maatregelen te laten vervallen, zo ook voor het funderend onderwijs. Dit kader is hierop aangepast. Als scholen en kinderopvangorganisaties ervoor kiezen om nog contactbeperkende maatregelen te handhaven, kunnen zij dat doen zoals beschreven in de laatste paragraaf Ook kan tijdelijke cohortering geadviseerd worden door de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst bij een uitbraak op opvang of school.

Doel van dit kader

Dit kader bundelt de maatregelen van de Rijksoverheid en de adviezen van het OMTOutbreak Management Team  en het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  voor kinderopvangcentra en scholen die nodig zijn om de verspreiding van SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2 zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij hebben werknemers vanuit de arbeidsomstandighedenwet recht op gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Zie hiervoor de arbocatalogus van de betreffende beroepsgroep: Kinderopvang, Primair onderwijs.

Onder dit kader vallen de dagopvang (0-4 jaar), gastouderopvang (0-12 jaar), de voorschoolse en buitenschoolse opvang (4-12 jaar), het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs, het speciaal onderwijs.

Beperking van de verspreiding van het coronavirus wordt bereikt door de bekende uitgangpunten bij de COVID-19-bestrijding voor zowel leerlingen als ouders en personeel:

  • bronmaatregelen: gezondheidscheck, testbeleid, quarantaine en isolatie en contact- en uitbraakonderzoek;
  • collectieve maatregelen: hygiënemaatregelen, voldoende ventilatie en afstand houden en doorstroming;
  • individuele maatregelen: extra aandachtspunten voor het personeel;
  • persoonlijke beschermingsmiddelen: het gebruik van mondneusmaskers (optioneel).

Uitwerking van dit kader

De kinderopvang- en onderwijssector kunnen met dit generieke kader de bestaande protocollen actualiseren. Kinderopvangcentra en scholen zijn vervolgens zelf verantwoordelijk voor het maken of actualiseren van hun eigen protocol gebaseerd op dit kader en het protocol van de sector. In het eigen protocol wordt aangegeven in welke mate en hoe de maatregelen worden toegepast. Er moet in ieder geval altijd worden voldaan aan wettelijke eisen. Daarnaast zijn kinderopvangcentra en scholen verantwoordelijk voor de implementatie, uitvoering en het toezicht op naleving van de maatregelen van de Rijksoverheid, Arbowetgeving, de lokale autoriteiten zoals de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst en de adviezen van dit generiek kader.

Binnen de kinderopvang en scholen kunnen bestaande richtlijnen, kwaliteitsnormen of (arbeidsomstandigheden)wetgeving van toepassing zijn. Bijvoorbeeld over de organisatie van hygiënemaatregelen of schoonmaak. Deze gaan soms verder dan dit Generieke kader van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Uiteraard zijn de bestaande richtlijnen, kwaliteitsnormen of wetgeving in dat geval leidend.

Generieke uitgangspunten kinderopvang, gastouderopvang, voorschoolse en buitenschoolse opvang, basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs (leeftijd 0-12 jaar)

In het onderstaande stuk worden de algemene termen opvang (kinderopvang, voor- en buitenschoolse opvang en gastouderopvang) en school (basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs) gebruikt. Als een punt alleen geldt voor een bepaalde organisatie, wordt dit expliciet genoemd. Gastouderopvang verschilt van centrumopvang en het onderwijs qua inrichting en locatie. Toch zijn onderstaande adviezen ook van toepassing op de gastouderopvang, tenzij anders aangegeven.

Zie voor meer informatie rondom kinderopvang en gastouderopvang ook de informatie op Rijksoverheid.

Zie voor meer informatie rondom basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs ook de informatie op Rijksoverheid.

Gezondheidscheck (triage)

  • Zie voor de regels omtrent het toelaten van kinderen met verkoudheidsklachten op de kinderopvang en de basisschool de Handreiking Neusverkouden kinderen.
  • Zie voor de regels rondom quarantaine Rijksoverheid.
  • Medewerkers moeten de gezondheidscheck doen voor aanvang van de werkzaamheden. Als een van de vragen met ‘ja’ wordt beantwoord, dan moet de medewerker thuisblijven en zich laten testen.
  • Wijs ouders/verzorgers op het beleid dat zij niet bij de opvang of school mogen komen als zij op een van de vragen van de gezondheidscheck ‘ja’ kunnen antwoorden.
  • Als een medewerker gedurende de dag klachten ontwikkelt, dan moet deze direct naar huis en zich laten testen. Dat geldt ook voor een kind dat op de opvang of school naast verkoudheidsklachten ook symptomen als hoesten, koorts en/of benauwdheid ontwikkelt.

Testen, quarantaine en isolatie

Bron-, contact- en uitbraakonderzoek, communicatie en samenwerking met de GGD

De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst voert bron- en contactonderzoek (BCObron- en contactonderzoek) uit bij een kind of medewerker met COVID-19. De opvang of school kan hierin de GGD ondersteunen door het vooraf opstellen van een stappenplan (handelingsperspectief). 

Zie voor de verdere uitwerking van het BCO het Protocol bron- en contactonderzoek en Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen.

  • Stel als opvang of school, naast een protocol, een eigen stappenplan (handelingsperspectief) op voor besmettingen of uitbraken op school. Leg hierin onderstaande afspraken vast en hoe er met ouders gecommuniceerd wordt.
  • GGD’en hebben vaak een scholenteam samengesteld voor samenwerking met kinderopvangcentra en scholen. Indien er nog geen contact is, neem dan zelf als opvang of school contact op met de GGD. Ook als er nog geen besmettingen zijn geweest op de opvang of school, is het belangrijk om te communiceren en te overleggen over de samenwerking zoals:
    • de geldende (preventieve) maatregelen en het protocol van de school en van de opvang;
    • het aanspreekpunt vanuit de opvang of school en het aanspreekpunt vanuit de GGD. Vaak zal dit iemand van de Jeugdgezondheidszorg zijn (de jeugdarts of jeugdverpleegkundige);
    • de procedure bij besmettingen op de opvang of school;
    • de communicatie van (ziek)meldingen van positief geteste medewerkers/kinderen tussen de opvang of school en GGD;
    • de uitvoering van het BCO door de GGD en de rol van de opvang of school daarbij, bijvoorbeeld het bijhouden van klassenindelingen en -plattegronden, dagelijkse presentielijsten per klas/groep.;
    • de maatregelen t.a.v. quarantaine en testbeleid;
    • de stappen die ondernomen moeten worden en de besluitvorming bij meerdere besmettingen of uitbraken.
  • Zorg voor een gerichte communicatie vanuit de opvang of school naar ouders betreffende de geldende maatregelen en het protocol van de school of opvang, de procedure bij besmettingen op opvang of school en de communicatie over positief gemelde kinderen of medewerkers. Doe dit bij voorkeur in overleg met de GGD.

Stappen bij een besmetting of uitbraak in de opvang of school:

  • Bij een of meerdere positief geteste kinderen of medewerkers is het van belang dat de kinderopvang of het schoolbestuur in contact treedt met de GGD om hun stappenplan (handelingsperspectief) en maatregelen te bespreken. Zie ook de Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen.
  • Zorg voor een goede communicatie naar medewerkers en ouders over de procedure naar aanleiding van de besmetting(en).

Hygiënemaatregelen

Onderstaande punten zijn een aanvulling op de standaard hygiënemaatregelen in de kinderopvang en op scholen. Zie ook de Hygiënerichtlijn voor Kinderdagverblijven, Peuterspeelzalen en Buitenschoolse opvang en de Hygiënerichtlijn voor Basisscholen.

  • Zorg dat zowel medewerkers als kinderen een goede handhygiëne kunnen aanhouden. Zorg voor water en zeep. Faciliteer het handen wassen in ieder geval: bij aankomst op opvang of school, na het buiten spelen, voor het (klaarmaken van) eten, na toiletbezoek, na contact met dieren en bij vieze of plakkerige handen. Een alternatief voor handen wassen met water en zeep kunnen reinigingsdoekjes voor de handen zijn. Zie ook Hygiëne en COVID-19.
  • Communiceer over de hygiënemaatregelen en laat iedereen deze zo nauwkeurig mogelijk opvolgen: zit niet met je handen aan je gezicht, schud geen handen, hoest of nies in je elleboog en gebruik papieren zakdoekjes om je neus te snuiten en gooi deze daarna weg.
  • Zorg voor instructies om de (jongere) kinderen te helpen met het goed leren handen wassen en hoest- en nieshygiëne aan te houden.
  • Maak handcontactpunten zoals deurklinken, touchscreens (die meerdere personen aanraken) en lesmateriaal meerdere keren per dag schoon met schoonmaakdoekjes of met water en zeep (bijvoorbeeld allesreiniger).
  • Zorg dat medewerkers over een eigen eetgelegenheid/pauzeruimte/ toilet(ten)/etc. beschikken waar zij afstand kunnen houden van elkaar en hygiënemaatregelen kunnen opvolgen.
  • Zorg voor voldoende (hand)zeep en papieren handdoekjes in de toiletten.
  • Maak na iedere werkdag de ruimte/voorziening goed schoon volgens het reguliere schoonmaakprotocol.

Ventilatie en binnenklimaat

  • Zorg ervoor dat de ventilatie voldoet aan de regelgeving (Bouwbesluit), arbocatalogi en geldende richtlijnen.
  • Zorg voor voldoende ventilatie door of ramen op een kier te zetten, of via roosters of kieren, of met mechanische ventilatiesystemen.
  • Lucht klaslokalen en andere ruimtes elke dag regelmatig. Doe dat als er niet meerdere mensen in de ruimte aanwezig zijn. Doe dit bijvoorbeeld in de pauze door de ramen en deuren 10 à 15 minuten tegenover elkaar open te zetten.
  • Zie ook de Handreiking van LCVS, Binnen- en buitenmilieu voor basisscholen en Rijksoverheid.

Afstand houden en doorstroming

In de kinderopvang, gastouderopvang, voorschoolse en buitenschoolse opvang, het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs is onderling afstand houden tussen kinderen en tussen kinderen en medewerkers niet haalbaar en niet wenselijk. De medewerkers (en andere volwassenen) moeten onderling altijd 1,5 meter afstand houden tot elkaar.

Maatregelen om het afstand houden tussen medewerkers te bevorderen:

  • Maak vaste looproutes binnen de opvang en de school en geef dit duidelijk aan. Richt looproutes zo in dat medewerkers elkaar in verschillende looprichtingen op 1,5 meter afstand kunnen passeren. Of maak er eenrichtingsverkeer van. Leer ook kinderen om deze looproutes zoveel mogelijk aan te houden.
  • Attendeer medewerkers erop om 1,5 meter afstand van elkaar te houden. Herhaal deze boodschap op meerdere plekken, ook in de lerarenkamer en pauzeruimtes.
  • Train en begeleid medewerkers op de maatregelen en adviezen en het toezien op het onderling 1,5 meter afstand houden.
  • Richt ruimtes (zoals de lerarenkamer, groepsruimtes en lokalen) zo in dat er voldoende afstand kan worden gehouden. Plaats bijvoorbeeld tafels en stoelen op een vaste plek in een ruimte/zaal.
  • Richt ook medewerkersruimtes en kantoren zo in dat er 1,5 meter afstand tussen volwassenen kan worden gehouden.
  • Beperk zoveel mogelijk het aantal medewerkers in een ruimte. Borg altijd de 1,5 meter afstand in een ruimte én het maximale aantal medewerkers dat volgens de geldende maatregelen in een ruimte mag zijn.
    • Zorg er voor dat er altijd 1,5 meter afstand kan worden aangehouden tussen ouders/verzorgers onderling en tussen ouders/verzorgers en medewerkers. Pas hier ook de looproutes op aan. Organiseer het halen en brengen van de leerlingen zodanig dat ouders/verzorgers ook buiten afstand van elkaar kunnen houden. Bijvoorbeeld door staplekken te markeren op 1,5 meter afstand van elkaar.
  • Zie voor de regels rondom leerlingenvervoer het protocol van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV). 

Extra aandachtspunten medewerkers

  • Zorg dat medewerkers op de hoogte zijn van de huidige maatregelen en richtlijnen binnen de opvang of school.
  • Iedere opvang of school is verplicht om ten minste één preventiemedewerker aan te stellen. De preventiemedewerker werkt actief aan het bevorderen van de veiligheid en de gezondheid binnen de school. Zie Steunpunt RI&E.
  • Voor werkzaamheden die niet op de kinderopvang of school uitgevoerd hoeven te worden, is het advies om deze vanuit huis  uit te voeren.  Zie Rijksoverheid.
  • Werknemers moeten weten dat ze de bedrijfsarts kunnen bezoeken voor vragen over hun gezondheid in relatie tot het werk, ook als er (nog) geen sprake is van verzuim of klachten. Zie Arboportaal.
  • Werknemers die tot een risicogroep behoren (zie RIVM) kunnen, wanneer de medische situatie stabiel is, in principe hun normale werkzaamheden uitvoeren. Zie voor meer informatie Aandachtspunten rondom kwetsbare werknemers. Ook in deze situaties geldt dat de inzetbaarheid op individuele basis moet worden beoordeeld en dat dit maatwerk betreft. Een bedrijfsarts moet laagdrempelig beschikbaar zijn om vragen te beantwoorden en een risico-inschatting te maken, waarna een advies tot inzetbaarheid/noodzaak tot aanpassingen in het werk aan de werkgever volgt.
  • Voor informatie voor zwangere werknemers zie Zwangerschap en COVID-19 en de bijlage bij de COVID-19 richtlijn Zwangerschap, (werk) en COVID-19.

Mondneusmaskers

Het dragen van mondneusmaskers is niet geadviseerd in de kinderopvang en het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs.

  • In de hogere klassen (groep 7 en 8) in het primair onderwijs kan de leerkracht overwegen een mondneusmasker of een face-shield te dragen voor de klas. Deze overweging kan ook worden gemaakt door BSO-medewerkers die met kinderen van dezelfde leeftijd werken.

De overweging voor het dragen van mondneusmaskers in de hogere klassen (groep 7 en 8) in het primair onderwijs in de gangen (wanneer afstand houden in de gangen niet goed mogelijk is) vervalt. Als een school besluit om wel contact beperkende maatregelen toe te passen (zie hieronder), kan ook overwogen worden om voor deze groep mondneusmaskers te gebruiken. Bij het gebruik door kinderen is goede instructie over correct maskergebruik en goede toepassing van handhygiëne van belang.

Beperken van het aantal contacten op opvang en school (Optioneel)

Let op: dit advies is vervallen door het kabinetsbesluit in juni 2021 en niet volledig in lijn met de huidige maatregelen. De onderstaande punten kunnen wel door een opvang of school worden gebruikt, bijvoorbeeld als de opvang of school besluit de contactbeperkende maatregelen aan te houden.

Adviezen om het aantal contacten tussen volwassenen te beperken:

  • Het uitgangspunt is dat er op school alleen onderwijs plaatsvindt en op de kinderopvang alleen de opvang zelf.
  • Beperk andere activiteiten waarbij niet noodzakelijke contacten kunnen ontstaan of laat deze digitaal plaats vinden. Organiseer bijvoorbeeld ouderbijeenkomsten, oudergesprekken, team overleggen etc. online. Dit geldt ook voor open dagen.
  • Beperk het inzetten van overblijfkrachten zoveel mogelijk en wissel overblijfkrachten niet tussen verschillende groepen.
  • Beperk het aantal externen die binnen de opvang of school komen, zoals luizenkammen en voorleeshulp. Laat noodzakelijke hulp, bijvoorbeeld logopedie of fysiotherapie, zoveel mogelijk op individuele basis plaatsvinden buiten school.
  • Zorg dat ouders/verzorgers bij het brengen en halen niet in de opvang of school komen. Mocht dit niet mogelijk zijn bij het brengen en halen van de jongste kinderen op de kinderopvang of in het speciaal onderwijs, zorg er dan voor dat er altijd 1,5 meter afstand kan worden aangehouden tussen de ouders/verzorgers onderling en tussen ouders/verzorgers en medewerkers. Pas hier ook de looproutes op aan.
  • Organiseer het halen en brengen van de leerlingen zodanig dat ouders/verzorgers buiten afstand van elkaar kunnen houden. Bijvoorbeeld door staplekken te markeren op 1,5 meter afstand van elkaar.
  • Om onderling contact tussen ouders/verzorgers te beperken kan er gebruik worden gemaakt van gespreide breng- en haaltijden. Houd hierbij als opvang en school rekening met gezinnen met meerdere kinderen in verschillende groepen op dezelfde opvang of school.

Adviezen om het aantal contacten tussen kinderen te beperken:

  • Het uitgangspunt is dat er het aantal verschillende contacten per kind zo klein mogelijk wordt gehouden.
  • Op de opvang nagestreefd worden om de verschillende groepen zoveel mogelijk gescheiden van elkaar te houden en bij voorkeur te werken met vaste groepen.
  • Op de scholen moet nagestreefd worden om de verschillende klassen/ leerjaren zoveel mogelijk gescheiden van elkaar te houden en door bij voorkeur te werken met vaste groepen.
    • Een optie om contact tussen verschillende klassen te beperken is het aantal leerlingen dat tegelijk gebruik maakt van centrale ruimtes zoals schoolpleinen, garderobes, aula’s en kantines, te spreiden door gespreide pauzetijden en/of een dagelijks wisselend deel van de klassen de pauze in het eigen klaslokaal te laten doorbrengen.
  • Ook moet nagestreefd worden om op school binnen één klas/leerjaar te werken met vaste koppels/buddy’s (2 kinderen die bijvoorbeeld naast elkaar zitten en samenwerken) waarbij zoveel mogelijk afstand tussen deze vaste koppels/buddy’s bewaard moet blijven. Voor de lagere groepen kunnen in plaats van koppels ook vaste groepjes kinderen (van bijvoorbeeld maximaal 5 kinderen) die samenwerken worden ingesteld.
  • Registreer de cohortering en houd deze registratie actueel.
  • Laat de gymlessen zoveel mogelijk buiten plaats vinden.