In het 95eOMTOutbreak Management Team zijn aanvullende maatregelen geadviseerd om transmissie op scholen te verminderen vanwege de hoge incidentie in de samenleving in het algemeen en het vóórkomen van nieuwe varianten van SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2. Deze adviezen aan kinderopvang en scholen zijn opgenomen in dit Generiek kader. Uitgangspunten zoals afstand houden, het beperken van contacten, hygiënemaatregelen en de gezondheidscheck vormen de basis van dit kader. Deze uitgangspunten sluiten aan bij de basisregels voor iedereen.

Doel van dit kader

Dit kader bundelt de maatregelen van de Rijksoverheid en de adviezen van het OMTOutbreak Management Team en het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu voor  scholen die nodig zijn om de verspreiding van SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2 zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij hebben werknemers vanuit de arbeidsomstandighedenwet recht op gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Zie hiervoor de arbocatalogus van de betreffende beroepsgroep: Voortgezet onderwijs.

Onder dit kader vallen het voortgezet onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

Beperking van de verspreiding van het coronavirus wordt bereikt door de bekende uitgangpunten bij de COVID-19-bestrijding voor zowel leerlingen als ouders en personeel:

  • bronmaatregelen: gezondheidscheck, testbeleid, quarantaine en isolatie en contact- en uitbraakonderzoek;
  • collectieve maatregelen: hygiënemaatregelen, voldoende ventilatie, afstand houden en doorstroming, het beperken van het aantal contact op de opvang en school (en daarbuiten);
  • individuele maatregelen: extra aandachtspunten voor het personeel;
  • persoonlijke beschermingsmiddelen: het gebruik van mondneusmaskers.

Uitwerking van dit kader

De onderwijssector kan met dit generieke kader de bestaande protocollen actualiseren. Scholen zijn vervolgens zelf verantwoordelijk voor het maken of actualiseren van hun eigen protocol gebaseerd op dit kader en het protocol van de sector. In het eigen protocol wordt aangegeven in welke mate en hoe de maatregelen worden toegepast. Er moet in ieder geval altijd worden voldaan aan wettelijke eisen. Daarnaast zijn scholen verantwoordelijk voor de implementatie, uitvoering en het toezicht op naleving van de maatregelen van de Rijksoverheid, Arbowetgeving, de lokale autoriteiten zoals de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst en de adviezen van dit generiek kader.

Binnen de scholen kunnen bestaande richtlijnen, kwaliteitsnormen of (arbeidsomstandigheden)wetgeving van toepassing zijn. Bijvoorbeeld over de organisatie van hygiënemaatregelen of schoonmaak. Deze gaan soms verder dan dit Generieke kader van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Uiteraard zijn de bestaande richtlijnen, kwaliteitsnormen of wetgeving in dat geval leidend.

Generieke uitgangspunten voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (leeftijd 13-18 jaar)

Zie voor meer informatie rondom voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs ook de informatie op Rijksoverheid.

Gezondheidscheck (triage)

  • Leerlingen en onderwijspersoneel blijven bij klachten passend bij het coronavirus thuis en laten zich testen.
  • Zie voor de regels rondom quarantaine Rijksoverheid.
  • Medewerkers moeten de gezondheidscheck doen voor aanvang van de werkzaamheden. Als een van de vragen met ‘ja’ wordt beantwoord, dan moet de medewerker thuisblijven en zich laten testen.
  • Wijs ouders/verzorgers op het beleid dat zij niet bij de school mogen komen als zij op een van de vragen van de gezondheidscheck ‘ja’ kunnen antwoorden.
  • Als een medewerker of leerling gedurende de dag klachten ontwikkelt, dan moet deze direct naar huis en zich laten testen.

Testen, quarantaine en isolatie

Bron-, contact- en uitbraakonderzoek, communicatie en samenwerking met de GGD

De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst voert bron- en contactonderzoek (BCObron- en contactonderzoek) uit bij een kind of medewerker met COVID-19. De opvang of school kan hierin de GGD ondersteunen door het vooraf opstellen van een stappenplan (handelingsperspectief). 

Zie voor de verdere uitwerking van het BCO het Protocol bron- en contactonderzoek en Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen.

  • Stel als school, naast een protocol, een eigen stappenplan (handelingsperspectief) op voor besmettingen of uitbraken op school. Leg hierin onderstaande afspraken vast en hoe er met ouders gecommuniceerd wordt.
  • GGD’en hebben vaak een team samengesteld voor samenwerking met scholen. Indien er nog geen contact is, neem dan zelf als school contact op met de GGD. Ook als er nog geen besmettingen zijn geweest op school, is het belangrijk om te communiceren en overleggen over de samenwerking zoals:
    • de geldende (preventieve) maatregelen en het protocol van de school;
    • het aanspreekpunt vanuit de school en het aanspreekpunt vanuit de GGD. Vaak zal dit iemand van de Jeugdgezondheidszorg zijn (de jeugdarts of jeugdverpleegkundige);
    • de procedure bij besmettingen op de opvang of school;
    • de communicatie van (ziek)meldingen van positief geteste medewerkers/kinderen tussen de opvang of school en GGD;
    • de uitvoering van het BCO door de GGD en de rol van de school daarbij, bijvoorbeeld het bijhouden van klassenindelingen en -plattegronden, dagelijkse presentielijsten per klas/groep.;
    • de maatregelen t.a.v. quarantaine en testbeleid;
    • de stappen die ondernomen moeten worden en de besluitvorming bij meerdere besmettingen of uitbraken.
  • Zorg voor een gerichte communicatie vanuit de school naar ouders betreffende de geldende maatregelen op school en het protocol van de school, de procedure bij besmettingen op school en de communicatie over positief gemelde kinderen of medewerkers. Doe dit bij voorkeur in overleg met de GGD.

Stappen bij een besmetting of uitbraak op school:

  • Bij een of meerdere positief geteste kinderen of medewerkers is het van belang dat het schoolbestuur in contact treedt met de GGD om hun stappenplan (handelingsperspectief) en maatregelen te bespreken. Zie ook de Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen.
  • Zorg voor een goede communicatie naar medewerkers, leerlingen en ouders over de procedure naar aanleiding van de besmetting(en).

Hygiënemaatregelen

Onderstaande punten zijn een aanvulling op de standaard hygiënemaatregelen op scholen. Zie ook de Algemene Hygiënerichtlijn.

  • Zorg dat zowel medewerkers als leerlingen een goede handhygiëne aanhouden: was je handen met water en zeep, in ieder geval bij aankomst op school, als je binnenkomt van buiten, voor het (klaarmaken van) eten, na toiletbezoek, na contact met dieren en bij vieze of plakkerige handen. Een alternatief voor handen wassen met water en zeep kunnen reinigingsdoekjes voor de handen zijn. Zie ook Hygiëne en COVID-19.
  • Communiceer over de hygiënemaatregelen en laat iedereen deze zo nauwkeurig mogelijk opvolgen: zit niet met je handen aan je gezicht, schud geen handen, hoest of nies in je elleboog en gebruik papieren zakdoekjes om je neus te snuiten en gooi deze daarna weg.
  • Maak handcontactpunten zoals deurklinken, touchscreens (die meerdere personen aanraken) en lesmateriaal meerdere keren per dag schoon met schoonmaakdoekjes of met water en zeep (bijvoorbeeld allesreiniger).
  • Zorg dat medewerkers over een eigen eetgelegenheid/pauzeruimte/ toilet(ten)/etc. beschikken waar zij afstand kunnen houden van elkaar en de hygiënemaatregelen kunnen opvolgen.
  • Zorg voor voldoende (hand)zeep en papieren handdoekjes in de toiletten.
  • Maak na iedere werkdag de ruimte/voorziening goed schoon volgens het reguliere schoonmaakprotocol.

Ventilatie

  • Zorg ervoor dat de ventilatie voldoet aan de regelgeving (Bouwbesluit), arbocatalogi en geldende richtlijnen.
  • Zorg voor voldoende ventilatie door of ramen op een kier te zetten, of via roosters of kieren, of met mechanische ventilatiesystemen.
  • Lucht klaslokalen en andere ruimtes elke dag regelmatig. Doe dat als er niet meerdere mensen in de ruimte aanwezig zijn. Doe dit bijvoorbeeld in de pauze door de ramen en deuren 10 à 15 minuten tegenover elkaar open te zetten.
  • Zie ook de Handreiking van LCVS en Rijksoverheid.

Afstand houden en doorstroming

Jongeren van 13 t/m 17 jaar hoeven onderling geen 1,5 meter afstand te houden tot elkaar, maar wel tot volwassenen. Op school moeten leerlingen onderling wel 1,5 meter afstand houden, of de best haalbare, dichtst daarbij komende afstand. Voor het voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en praktijkgerichte lessen in het vmbo geldt dat onderling 1,5 m afstand gehouden moet worden waar mogelijk. Zie Rijksoverheid.nl.
Medewerkers onderling houden altijd minstens 1,5 meter afstand tot elkaar.

Mogelijkheden om het afstand houden te bevorderen::

  • Maak vaste looproutes binnen de school en geef dit duidelijk aan. Richt looproutes zo in dat medewerkers en leerlingen elkaar in verschillende looprichtingen op 1,5 meter afstand kunnen passeren. Of maak er eenrichtingsverkeer van.
  • Attendeer medewerkers en leerlingen erop om 1,5 meter afstand van elkaar te houden. Herhaal deze boodschap op meerdere plekken, ook in de lerarenkamer en pauzeruimtes.
  • Train en begeleid medewerkers op de maatregelen en adviezen en het toezien op het onderling 1,5 meter afstand houden.
  • Richt ook medewerkersruimtes en kantoren zo in dat er 1,5 meter afstand tussen volwassenen kan worden gehouden.
  • Beperk zoveel mogelijk het aantal medewerkers in een ruimte. Borg altijd de 1,5 meter afstand in een ruimte én het maximale aantal medewerkers dat volgens de geldende maatregelen in een ruimte mag zijn.

Beperken van het aantal contacten op school

Als er sprake is van een kind of medewerker met COVID-19 op school, ontstaat er risico op besmetting van de contacten van deze persoon. Daarom is het van belang om het aantal contacten zoveel mogelijk te beperken. Tevens vergemakkelijkt dit het bron- en contactonderzoek bij een besmetting. Onderstaand wordt een aantal opties gegeven om het aantal contacten zoveel mogelijk te beperken. Het is van belang dat de school zo goed mogelijk zorgt voor beperking van contacten.

Voor kinderen kunnen deze maatregelen lastig zijn. Zorg voor een goede communicatie en uitleg voor kinderen en ouders/verzorgers en bereid kinderen goed voor op de maatregelen.

Adviezen om het aantal contacten tussen volwassenen te beperken:

  • Het uitgangspunt is dat er op school alleen onderwijs plaatsvindt.
  • Beperk andere activiteiten waarbij niet noodzakelijke contacten kunnen ontstaan of laat deze digitaal plaats vinden. Organiseer bijvoorbeeld ouderbijeenkomsten, oudergesprekken, team overleggen etc. online. Dit geldt ook voor open dagen en proeflessen voor leerlingen van groep 8.
  • Indien van toepassing: zorg dat ouders/verzorgers bij het brengen en halen niet op school komen. Mocht dit niet mogelijk zijn, zorg er dan voor dat er altijd 1,5 meter afstand kan worden aangehouden tussen de ouders/verzorgers onderling en tussen ouders/verzorgers en medewerkers. Pas hier ook de looproutes op aan.
  • Indien van toepassing: organiseer het halen en brengen van de leerlingen zodanig dat ouders/verzorgers buiten afstand van elkaar kunnen houden. Bijvoorbeeld door staplekken te markeren op 1,5 meter afstand van elkaar.
  • Indien van toepassing: om onderling contact tussen ouders/verzorgers te beperken kan er gebruik worden gemaakt van gespreide breng- en haaltijden.

Adviezen om het aantal contacten tussen kinderen te beperken:

  • Op de scholen moet nagestreefd worden om de verschillende klassen, vakken, leerjaren en/of schoolniveaus zoveel mogelijk gescheiden van elkaar te houden en zoveel als mogelijk te werken met vaste groepen.
    • Een optie om contact tussen verschillende klassen te beperken is het aantal leerlingen dat tegelijk gebruikmaakt van centrale ruimtes zoals schoolpleinen, garderobes, aula’s en kantines, te spreiden door gespreide pauzetijden en/of een dagelijks wisselend deel van de klassen de pauze in het eigen klaslokaal te laten doorbrengen.
    • Een andere optie is om waar mogelijk alleen de docenten te laten rouleren, in plaats van de klas. Hiermee wordt voorkomen dat veel leerlingen tegelijkertijd door de gangen lopen en onderling contact hebben.
    • Gespreide start- en eindtijden van lesdagen en lessen en gespreide binnenkomst van leerlingen, waar mogelijk door verschillende ingangen.
  • Ook moet nagestreefd worden om binnen één klas en/of vak te werken met vaste koppels/buddy’s (2 kinderen die bijvoorbeeld naast elkaar zitten en samenwerken) waarbij zoveel mogelijk 1,5 meter afstand tussen deze koppels/buddy’s onderling bewaard moet blijven.
  • Registreer de cohortering en houd deze registratie actueel.
  • Laat lichamelijke opvoeding zoveel mogelijk buiten plaats vinden. Hierbij moet zoveel mogelijk 1,5 meter afstand worden gehouden tussen de leerlingen.
  • Zie voor de regels rondom leerlingenvervoer Rijksoverheid.

Extra aandachtspunten medewerkers

  • Zorg dat medewerkers op de hoogte zijn van de huidige maatregelen en richtlijnen binnen de school.
  • Iedere school is verplicht om ten minste één preventiemedewerker aan te stellen. De preventiemedewerker werkt actief aan het bevorderen van de veiligheid en de gezondheid binnen de school. Zie Steunpunt RI&E.
  • Zorg voor minder onderling contact tussen medewerkers door bijvoorbeeld het spreiden van pauzes of het inrichten van meerdere pauzeruimtes voor personeel. Ook tijdens deze momenten zijn de maatregelen (zoals onderling afstand houden) van kracht.
  • Zorg dat alléén noodzakelijk personeel aanwezig is op school en werk waar mogelijk thuis.
  • Organiseer alle vergaderingen, overleggen etc. digitaal.
  • Werknemers moeten weten dat ze de bedrijfsarts kunnen bezoeken voor vragen over hun gezondheid in relatie tot het werk, ook als er (nog) geen sprake is van verzuim of klachten. Zie Arboportaal.
  • Werknemers die tot een risicogroep behoren (zie RIVM) kunnen, wanneer de medische situatie stabiel is, in principe hun normale werkzaamheden uitvoeren. Zie voor meer informatie Aandachtspunten rondom kwetsbare werknemers. Ook in deze situaties geldt dat de inzetbaarheid op individuele basis moet worden beoordeeld en dat dit maatwerk betreft. Een bedrijfsarts moet laagdrempelig beschikbaar zijn om vragen te beantwoorden en een risico-inschatting te maken, waarna een advies tot inzetbaarheid/noodzaak tot aanpassingen in het werk aan de werkgever volgt.
  • Voor informatie voor zwangere werknemers zie Zwangerschap en COVID-19 en de bijlage bij de COVID-19 richtlijn Zwangerschap, (werk) en COVID-19.

Mondneusmaskers

De Rijksoverheid heeft een verplichting ingesteld voor het gebruik van mondneusmaskers in openbare en overdekte ruimten, zoals het onderwijs. Dit houdt in:

  • Zie Rijksoverheid voor alle regels rondom mondneusmaskers in het voortgezet (speciaal) onderwijs.
  • Leerlingen en medewerkers dragen binnen de school een mondneusmasker, behalve tijdens de les. Het mondneusmasker hoeft niet te worden gedragen als leerlingen een vaste sta- of zitplaats hebben. Ook de docent hoeft geen mondneusmasker op tijdens de les zolang er 1,5 meter afstand gehouden kan worden. Voor personeel geldt dat zij ook gebruik mogen maken van een gezichtsscherm (face- shield) in plaats van een mondneusmasker. Dit geldt niet voor de leerlingen.
  • Leerkrachten en medewerkers dragen in de klas een mondneusmasker wanneer afstand houden tot leerlingen niet goed mogelijk is.
  • Voor leerlingen die geen mondneusmasker kunnen dragen vanwege een beperking of ziekte geldt een uitzondering, zie Rijksoverheid.