Wereldwijd zijn er relatief weinig kinderen gemeld met COVID-19, de ziekte die wordt veroorzaakt door het nieuwe coronavirus. 

Het nieuwe coronavirus verspreidt zich vooral onder volwassenen en van volwassen familieleden naar kinderen. Verspreiding van COVID-19 onder kinderen of van kinderen naar volwassenen komt minder vaak voor. Over het algemeen geldt: hoe jonger het kind, hoe kleiner de rol bij de verspreiding van het virus. 

Besmettelijkheid neemt toe met de leeftijd

We zien een stijgend aantal infecties met het nieuwe coronavirus bij alle leeftijden. Ook bij kinderen. Toch spelen ze een kleine rol in de verspreiding van het nieuwe coronavirus. De besmettingen en besmettelijkheid van kinderen neemt wel toe naarmate ze ouder worden. 
Het is en blijft belangrijk om ook thuis zoveel mogelijk de basisadviezen, zoals de hygiëneregels te volgen en om kinderen vanaf 13 jaar bij klachten te laten testen.

Verspreiding vaak buiten school, geen quarantaine voor klasgenoten

Verspreiding van het nieuwe coronavirus vindt vaak buiten school plaats. Dat gebeurt vooral bij intensief contact met vrienden of klasgenoten in de vrije tijd en maar beperkt op school en in de klas. Klasgenoten hoeven daarom niet in quarantaine. Vrienden en klasgenoten waarmee een kind intensief contact heeft buiten school, gaan wel in quarantaine. De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst inventariseert bij de leerling met COVID-19 bij welke ‘buitenschoolse’ contacten quarantaine nodig is.

Basis- en voortgezet onderwijs blijven open

Onderwijs is belangrijk voor het welzijn, de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen. Bovendien spelen ze maar een beperkte rol in de verspreiding van het nieuwe coronavirus. Daarom kan het basis- en voortgezet onderwijs open blijven. 
Protocol 'Volledig openen voortgezet onderwijs'

Bron- en contactonderzoek, testen en thuisblijven

De GGD’en voeren het bron en contactonderzoek uit. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft voor bron- en contactonderzoek bij kinderen een Handreiking opgesteld. Hierin staan voorbeelden van situaties rondom besmettingen op kinderopvang en scholen. Voor informatie over speciale regels voor kinderen, afstand houden, testen en thuisblijven zie Rijksoverheid.

Hygiëne in kinderdagverblijven en scholen

Goede (hand)hygiëne helpt verspreiding van het nieuwe coronavirus te voorkomen. Er zijn hygiënerichtlijnen voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang, en basisscholen. Voor middelbare scholen kan de algemene hygiënerichtlijn worden gevolgd. Besteed daarnaast extra aandacht aan het schoonmaken van handcontactpunten, zoals deurklinken, toiletbediening, lichtknopjes en trapleuningen. Maak ook elektronica, zoals computers en tablets, regelmatig schoon, bijvoorbeeld met een droge microvezeldoek.
Zie ook Hygiëne en COVID-19.

Ventileren en luchten in kinderdagverblijven en scholen

Ventilatie is belangrijk voor een prettig en gezond binnenklimaat, ook in kinderdagverblijven en scholen. Door ventileren wordt de binnenlucht ververst met buitenlucht. Goede ventilatie helpt ook om een overdracht van luchtweginfecties, zoals COVID 19, te beperken. Het is daarom belangrijk om huizen en gebouwen, zoals scholen, goed te ventileren. Dit kan door ramen op een kier te zetten, via roosters of kieren, of met mechanische ventilatiesystemen. Lucht daarnaast ruimtes waar meerdere mensen verblijven, zoals klaslokalen. Doe dat als er niet meerdere mensen in de ruimte aanwezig zijn. Doe dit bijvoorbeeld in de pauze door de ramen n deuren 10 à 15 minuten tegenover elkaar open te zetten. Hierdoor wordt de lucht binnen snel ververst. In het protocol onderwijs op school tijdens corona en in de richtlijnen ventilatie lees je meer over het goed ventileren van klaslokalen. Daarnaast is het belangrijk om je aan de basisadviezen te houden.  Was bijvoorbeeld regelmatig je handen en blijf thuis bij klachten.

Zie voor meer informatie:

Meer informatie voor scholen

Op Rijksoverheid.nl vind je meer informatie over het nieuwe coronavirus en verschillende soorten opvang en onderwijs. Hier staat ook uitgebreide informatie voor scholen, zoals protocollen om de verspreiding van het coronavirus zo laag mogelijk te houden: 

Daarnaast is er op RIVM.nl ook meer informatie voor zwangere werknemers.

Onderzoek naar de rol van kinderen in verspreiding van het virus

Het RIVM doet verschillende onderzoeken naar de rol van kinderen bij de verspreiding van het nieuwe coronavirus:

  • We bestuderen in detail de meldingen van COVID-19 patiënten die de GGD’en in Nederland doen.
  • We onderzoeken samen met Nivel-peilstations de registraties van huisartsen over patiënten met griepachtige klachten die getest worden op COVID-19.
  • We doen onderzoek onder Nederlandse COVID-19 patiënten en hun gezinscontacten
  • We onderzoeken bloed van mensen op antistoffen tegen COVID-19 in de  zogenoemde PIENTER Corona studie.
  • We houden relevante literatuur over kinderen en COVID-19 bij. Het gaat hier ook om onderzoeken die in andere landen zijn uitgevoerd.

Gegevens van GGD'en

Op basis van de meldingen van GGD’en blijkt dat kinderen van 0 t/m 17 jaar 7,3% van alle gemelde patiënten vanaf 1 juni tot en met 23 augustus met COVID-19 vertegenwoordigen. Dat ziet er als volgt uit, terwijl zij 20,7% van de bevolking uitmaken. 
Van alle positief geteste mensen:

  • 0,3% was 0 t/m 3 jaar 
  • 1,7% was 4 t/m 11 jaar
  • 5,2% was 12 t/m 17 jaar

Van alle in het ziekenhuis opgenomen gemelde patiënten vanaf 1 juni is 2,9% van de kinderen jonger dan 18 jaar:

  • 2,0% was 0 t/m 3 jaar
  • 0,4% was 4 t/m 11 jaar
  • 0,6% was 12 t/m 17 jaar

Er zijn geen meldingen van kinderen die aan COVID-19 zijn overleden.

Sinds 1 juni 2020 kunnen alle Nederlanders met (milde) klachten getest worden op het coronavirus. Uit gegevens van de GGD-teststraten blijkt dat vanaf 1 juni tot en met 23 augustus meer dan 100.000 testen zijn afgenomen onder kinderen, waarvan in totaal 1,1% positief was:

  • 1,1% van alle 0 t/m 3 jarigen was positief (totaal 5.700 kinderen van deze leeftijd getest)
  • 0,8% van alle 4 t/m 11 jarigen was positief (totaal 42.000 kinderen van deze leeftijd getest)
  • 1,7% van alle 12 t/m 17 jarigen was positief (totaal 56.000 kinderen van deze leeftijd getest)

In dezelfde periode zijn ruim 44.000 mensen die werkzaam zijn in het onderwijs of kinderopvang getest. Van deze testen was 0,7% positief. Dit percentage is lager dan het totaal van 2,0% bij de ruim 940.000 volwassenen getest in de teststraten in deze periode.
 

Resultaten GGD-teststraten van medewerkers kinderopvang en primair onderwijs 

Verspreiding tussen leeftijdgenoten

Bij melding van een COVID-19 patiënt kan ook worden gemeld welke andere patiënt een waarschijnlijke bron van de infectie is. Deze gegevens laten zien dat verspreiding van COVID-19 vooral plaatsvindt tussen personen van ongeveer dezelfde leeftijd. In onderstaande figuur (gegevens tot en met 14 september 2020) staan van 7.641 patiëntenparen de leeftijden van zowel de bronpatiënt als de patiënt die door hem of haar besmet werd (geïnfecteerde). De overdracht van het virus blijkt vooral plaats te vinden mensen van ongeveer dezelfde leeftijd, en minder tussen ouders en kinderen (van alle leeftijden).

Besmette contacten naar leeftijd van de bronpatiënt

GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en voeren rond een COVID-19 patiënt bron- en contactonderzoek (BCObron- en contactonderzoek) uit. Contacten van een bronpatiënt worden gemonitord en getest als ze klachten ontwikkelen. In de periode 29 juni t/m 6 september (week 27 t/m 36) zijn er ruim 62.000 contacten gemonitord in het kader van BCO. Onderstaande grafiek laat de absolute aantallen zien (wel/niet geïnfecteerd of niet getest) van contacten naar leeftijd van de bronpatiënt. Bijna de helft van de contacten had een bronpatiënt in de leeftijdsgroep 18-29 jaar, van 7,7% was de bronpatiënt jonger dan 18 jaar.

In het onderstaande taartdiagram staat de leeftijdsverdeling van de bronpatiënt. Van het totaal aantal besmette contacten had 0,3% (n=14) een bronpatiënt jonger dan 4 jaar, 0,7% (n=36) een bronpatiënt van 4-11 jaar, en 4,6% een bronpatiënt van 12-17 jaar. Van het overgrote deel van de contacten die besmet raakten (94,4%) was de bronpatiënt 18 jaar of ouder.

Eén besmet kind in huisartsenpraktijken

Rond de 40 huisartsenpraktijken in Nederland registreren het aantal patiënten dat de praktijk bezoekt vanwege griepachtige klachten, de Nivel-peilstations. Bij een deel van deze patiënten wordt een neus- en keelwat afgenomen die in het laboratorium worden onderzocht op aanwezigheid van virussen, waaronder COVID-19. Bij één van de 183 geteste patiënten onder 18 jaar is een COVID-19 besmetting aangetroffen (0,5%) (gegevens uit de periode van  februari tot begin september 2020). Het ging hier om iemand van 15 jaar oud. Van de 1021 geteste volwassenen waren er 65 positief (6,4%).

COVID-19 in Nederlandse huishoudens

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft in korte tijd een onderzoek opgezet om meer te weten te komen bij besmette COVID-19 personen en hun gezinscontacten. In samenwerking met GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Utrecht namen gezinnen deel aan dit onderzoek. In totaal deden er tot half april 54 huishoudens mee met 239 deelnemers, waarvan 185 huisgenoten. De eerste resultaten van deze studie zijn inmiddels bekend. In deze gezinsstudie werd bij geen van de 54 gezinnen aanwijzingen gevonden dat een kind jonger dan12 jaar de bron was van COVID-19 binnen het gezin.

Veelgestelde vragen

Hoe kan goede ventilatie in het lokaal besmetting voorkomen?

Door te ventileren wordt binnenlucht ververst met buitenlucht. Bijvoorbeeld door een raam op een kiertje te zetten, of het ventilatiesysteem op de juiste stand te zetten. Als je tijdens de pauze ramen en deuren van het lokaal open zet, wordt de binnenlucht snel ververst. Dit zorgt voor een prettig en gezond binnenklimaat. Ventileren kan helpen bij het voorkomen van besmetting met het nieuwe coronavirus. Het is echter niet bekend hoeveel het helpt. Lees meer over ventileren.
In het protocol onderwijs op school tijdens corona en in de richtlijnen ventilatie lees je meer over het goed ventileren van klaslokalen. Daarnaast is het belangrijk om je aan de basisadviezen te houden.  Was bijvoorbeeld regelmatig je handen en blijf thuis bij klachten.

Wat is de rol van leerlingen op het voortgezet onderwijs bij de verspreiding?

We zien een stijgend aantal infecties bij alle leeftijden. Ook bij jongeren en jongvolwassenen. Toch spelen kinderen een kleine rol in de verspreiding van het nieuwe coronavirus. COVID-19 komt minder vaak voor bij kinderen en ze verspreiden het virus minder. De besmettingen en besmettelijkheid van kinderen neemt wel toe als ze ouder worden. Verspreiding van het virus vindt vaak buiten school plaats, tijdens intensief contact met vrienden/klasgenoten in hun vrije tijd en maar beperkt op school en in de klas.
Onderwijs is belangrijk voor het welzijn, de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen en jongeren. Bovendien spelen kinderen maar een beperkte rol in de verspreiding van het nieuwe coronavirus. Daarom kan het voortgezet onderwijs open blijven. Dit wordt geadviseerd in het protocol 'Volledig openen voortgezet onderwijs'

Ik heb schoolgaande kinderen. Hoe groot is de kans dat ik besmet raak? 

Het nieuwe coronavirus verspreidt zich vooral onder volwassenen en van volwassen familieleden naar kinderen. Verspreiding van COVID-19 onder kinderen of van kinderen naar volwassenen komt minder vaak voor. Over het algemeen geldt: hoe jonger het kind, hoe kleiner de rol bij de verspreiding van het virus is. Lees meer over de verspreiding van het virus
Het is belangrijk om ook thuis zoveel mogelijk de basisadviezen, zoals de hygiëneregels te volgen en om  kinderen vanaf 13 jaar bij klachten te laten testen.

Waarom hoeven klasgenoten van een leerling met bevestigd COVID-19 niet in quarantaine?

Kinderen spelen een kleine rol in de verspreiding. COVID-19 komt minder vaak voor bij kinderen en ze verspreiden het virus minder. De besmettingen en besmettelijkheid van kinderen neemt wel toe als ze ouder worden. We zien ook een stijgend aantal infecties bij jongeren en jongvolwassenen. Verspreiding vindt echter veelal buiten school plaats, tijdens intensief contact met vrienden/klasgenoten in hun vrije tijd. En maar beperkt op school en in de klas. Klasgenoten hoeven daarom niet in quarantaine en vrienden/klasgenoten waarmee intensief contact is buiten school, moeten daarom wel in quarantaine. De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst inventariseert bij de leerling met COViD-19 bij welke ‘buitenschoolse’ contacten quarantaine nodig is.

Moeten kinderen ook 1,5 meter afstand houden? 

Kinderen hoeven niet altijd 1,5 meter afstand te houden tot elkaar en/of volwassen. 
Zie de toelichting op de 1,5 meter maatregel voor kinderen op Rijksoverheid.nl

Mag mijn kind met gezondheidsklachten naar de kinderopvang, basisschool of middelbare school?

Informatie over wanneer je kind moet thuisblijven van de kinderopvang of de basisschool vind je op Rijksoverheid.nl. Voor kinderen op het mbomiddelbaar beroepsonderwijs of hoger onderwijs gelden de basisregels voor thuisblijven die voor iedereen gelden.

Moet ik thuisblijven omdat mijn kind klachten heeft?

Voor huisgenoten van kinderen in het voortgezet onderwijs, mbo of hoger onderwijs gelden de basisregels voor thuisblijven die voor iedereen gelden. Voor huisgenoten van een kind dat naar de kinderopvang of de basisschool gaat, zie Rijksoverheid.nl.

Kan ik mijn kind laten testen?

Voor kleine kinderen (0 tot 4 jaar) en kinderen die op de basisschool zitten, gelden speciale  regels, zie Rijksoverheid.nl. Voor kinderen in het voortgezet onderwijs, mbo of hoger onderwijs gelden de basisregels voor testen die voor iedereen gelden.

Mijn kind behoort tot een risicogroep, kan mijn kind naar school, kinderopvang en BSO?

Kinderen met onderliggende medische problematiek lijken geen groter risico te lopen op een ernstig beloop van COVID-19 dan gezonde kinderen. Bij twijfel is het verstandig te overleggen met de behandelend (kinder)arts en de schoolleiding. Behoort een gezinslid tot een risicogroep, overleg dan ook met de arts en schoolleiding.

Kan COVID-19 bij kinderen een ernstige ontstekingsreactie geven? 

Uit het buitenland komen berichten over een aantal kinderen met een ernstige ontstekingsreactie, waarbij de link met COVID-19 wordt gelegd. Deze kinderen kregen koorts, huiduitslag en ontstekingen rond het hart. De verschijnselen doen denken aan de ziekte van Kawasaki. Onderzoek moet uitwijzen of er een verband is met COVID-19. Vooralsnog is dat niet bewezen. 

Hoe zit het met de vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma voor mijn kind en het nieuwe coronavirus?

Het is heel belangrijk dat je kind de gebruikelijke vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma krijgt. Stel je bijvoorbeeld de 14-maandenprikken uit, dan geeft dat risico op ziekten zoals mazelen en hersenvliesontsteking door meningokokken. Dat zijn heel besmettelijke ziekten die in Nederland nog voorkomen. Heb jij of je kind verkoudheidsklachten of koorts, óf heeft iemand in het gezin koorts, neem dan contact op met het consultatiebureau.

Meer weten over vaccineren en het nieuwe coronavirus? Ga naar de veelgestelde vragen op de site van het Rijksvaccinatieprogramma.