Wereldwijd zijn er relatief weinig kinderen gemeld met COVID-19, de ziekte die wordt veroorzaakt door het coronavirus SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2. 

Kinderen worden minder ernstig ziek en hoeven bijna nooit opgenomen te worden in het ziekenhuis vanwege SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2. Zie het overzicht epidemiologische situatie COVID-19 in Nederland.

Besmettelijkheid neemt toe met de leeftijd. Over het algemeen geldt: hoe jonger het kind, hoe kleiner de rol bij de verspreiding van het virus. Dit geldt zowel voor de klassieke virusvariant als voor de meer besmettelijke virusvarianten die sinds eind vorig jaar in Nederland circuleren. Wel is het zo dat alle leeftijdsgroepen bij de meer besmettelijke varianten het virus meer verspreiden dan bij de oude varianten. Lees meer over de verspreiding van het virus.

Besmettelijkheid neemt toe met de leeftijd

Bij een toename van het aantal infecties met SARS-CoV-2 in Nederland neemt het aantal besmettingen bij alle leeftijden toe. Ook bij kinderen. Zie het overzicht epidemiologische situatie COVID-19 in Nederland. De huidige toename van SARS-CoV-2 wordt vooral veroorzaakt door de opkomst van virusvarianten die meer besmettelijk zijn dan de klassieke variant. Ook bij kinderen. De toename die we zien bij kinderen komt ook doordat er veel meer kinderen getest worden dan voorheen, ook als zij geen klachten hebben. Toch verspreiden besmette jongere kinderen het virus minder in vergelijking met oudere kinderen en volwassenen. Doordat kinderen met de opening van scholen meer contacten hebben dan volwassenen, is hun rol in de verspreiding zeer waarschijnlijk wel toegenomen. Met de huidige toename van het aantal infecties, blijft het belangrijk om ook op school zo goed mogelijk de  basisadviezen te volgen, zoals de hygiëneregels en het test- en thuisblijfadvies voor kinderen. 
Bekijk ook de video Testen bij kinderen.

Verspreiding  op school en buiten school

Het aantal besmettingen met SARS-CoV-2 in Nederland is momenteel hoog, ook bij kinderen. Sinds januari is het testbeleid voor kinderen aangepast waardoor sneller een besmetting bij kinderen wordt opgespoord om verdere verspreiding te voorkomen. 

Bij het heropenen van de scholen zijn strengere voorzorgsmaatregelen op scholen genomen. Dit om verdere verspreiding te voorkomen.  De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst kijkt bij een besmetting van een leerling welke klasgenoten een nauw contact zijn en dus in quarantaine moeten.  Door het aanvullende advies om deze kinderen en medewerkers te laten testen kunnen clusters (uitbraken) beter en sneller worden opgespoord én bestreden. 

We zien clusters onder kinderen zowel buiten als binnen school. Op school betreft het vaak de klas, en vaak zijn het gemengde clusters waarbij zowel een leraren en leerlingen besmet zijn.  Sinds de opening van de scholen is er een duidelijke toename te zien van clusters gerelateerd aan de setting school / kinderopvang. 

In het servicedocument kinderopvang en basisonderwijs en servicedocument voortgezet onderwijs staat beschreven wat de scholen doen om het virus minder kans te geven zich te verspreiden onder kinderen en medewerkers. Deze maatregelen zijn gebaseerd op advies van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Voor meer informatie over regels voor (school)kinderen, afstand houden, testen en thuisblijven zie Rijksoverheid.

Hygiëne in kinderdagverblijven en scholen

Goede (hand)hygiëne helpt verspreiding van het coronavirus SARS-CoV-2 te voorkomen. Er zijn hygiënerichtlijnen voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang, en basisscholen. Voor middelbare scholen kan de algemene hygiënerichtlijn worden gevolgd. Besteed daarnaast extra aandacht aan het schoonmaken van handcontactpunten, zoals deurklinken, toiletbediening, lichtknopjes en trapleuningen. Maak ook elektronica, zoals computers en tablets, regelmatig schoon, bijvoorbeeld met een droge microvezeldoek.
Zie ook Hygiëne en COVID-19.

Ventileren en luchten in kinderdagverblijven en scholen

Ventilatie is belangrijk voor een prettig en gezond binnenklimaat, ook in kinderdagverblijven en scholen. Door ventileren wordt de binnenlucht ververst met buitenlucht. Goede ventilatie helpt ook om een overdracht van luchtweginfecties, zoals COVID-19, te beperken. Het is daarom belangrijk om huizen en gebouwen, zoals scholen, goed te ventileren. Dit kan door ramen op een kier te zetten, via roosters of kieren, of met mechanische ventilatiesystemen. Lucht daarnaast ruimtes waar meerdere mensen verblijven, zoals klaslokalen. Doe dat als er niet meerdere mensen in de ruimte aanwezig zijn. Doe dit bijvoorbeeld in de pauze door de ramen en deuren 10 à 15 minuten tegenover elkaar open te zetten. Hierdoor wordt de lucht binnen snel ververst. In het protocol onderwijs op school tijdens corona en in de richtlijnen ventilatie lees je meer over het goed ventileren van klaslokalen. Daarnaast is het belangrijk om je aan de basisadviezen te houden. Was bijvoorbeeld regelmatig je handen en blijf thuis bij klachten.

Zie voor meer informatie:

Meer informatie voor scholen

Op Rijksoverheid.nl vind je meer informatie over het coronavirus SARS-CoV-2 en verschillende soorten opvang en onderwijs. Hier staat ook uitgebreide informatie voor scholen, zoals protocollen om de verspreiding van het virus zo laag mogelijk te houden: 

Daarnaast is er op RIVM.nl ook meer informatie voor zwangere werknemers.

Onderzoek naar de rol van kinderen in verspreiding van het virus

Het RIVM doet verschillende onderzoeken naar de rol van kinderen bij de verspreiding van SARS-CoV-2:

  • We bestuderen in detail de meldingen en uitbraken van COVID-19 die de GGD’en in Nederland doen.
  • We onderzoeken samen met Nivel-peilstations de registraties van huisartsen over patiënten met griepachtige klachten die getest worden op COVID-19.
  • We onderzoeken personen met COVID-19 en hun gezinscontacten in Nederland.  De resultaten van het eerste deel van de studie zijn inmiddels bekend. Het tweede deel van de gezinnenstudie is onlangs gestart, bij gezinnen waarbij een kind de eerste besmetting in het gezin is.
  • We zijn gestart met een onderzoek naar SARS-CoV-2 besmettingen op basisscholen.
  • We onderzoeken bloed van mensen op antistoffen tegen COVID-19 in de zogenoemde PIENTER Corona studie.
  • We houden relevante literatuur over kinderen en COVID-19 bij. Het gaat hier ook om onderzoeken die in andere landen zijn uitgevoerd.

Gegevens van GGD'en 

Aantal meldingen bij kinderen

Het aantal COVID-19 meldingen per 100.000 inwoners is de afgelopen week gestegen in alle leeftijdsgroepen behalve bij kinderen onder de 12 en 80+ ers. De grootste stijging doet zich voor in de leeftijdsgroep van 13 t/m 17 jaar. 

Het aantal afgenomen testen is de afgelopen week het meest gedaald onder de leeftijdsgroep van 0-12 jarigen. 

In onderstaande grafieken  over het aantal meldingen per 100.000 inwoners, is het aantal meldingen per week te zien per leeftijd en leeftijdsgroep (zie ander tabblad). Ook kan het aantal meldingen van de verschillende leeftijden en leeftijdsgroepen met elkaar worden vergeleken. In de grafiek met leeftijdsgroepen, kun je zien hoe de leeftijdsgroepen zich tot elkaar verhouden. Bijvoorbeeld meldingen bij kinderen in vergelijking tot meldingen bij volwassenen.

Onderstaand figuur geeft informatie vanaf 6 januari 2021 weer. Het diagram laat het aandeel van de positief geteste personen per leeftijdsgroep zien van alle gevallen die bij de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst zijn gemeld. Ook zijn de daar bijbehorende percentages weergegeven.  

Invloed veranderd testbeleid
Sinds januari kunnen alle kinderen zich laten testen bij lichte klachten. Sinds 3 februari krijgen kinderen en volwassen die nauw contact zijn van iemand op school, of contact zijn van een besmette persoon buiten school, het advies zich te laten testen.  Ook als zij geen klachten hebben.

Ondanks dat kinderen van 0 t/m 17 jaar oud 20,7% van de bevolking uitmaken, vertegenwoordigen zij een lager aandeel in de positief gemelde personen. 

Onderstaande figuur geeft informatie uit de GGD teststraten weer vanaf 30 november. De grafieken laten het aantal uitgevoerde tests en percentage positieve uitslagen zien per leeftijdscategorie. De grijze balkjes geven het aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners weer. De roze lijn geeft het percentage positieve testen weer.

We zien dat in de periode februari – maart het aantal testen bij kinderen sterk is toegenomen. Omdat veel kinderen gelukkig een negatieve uitslag kregen, daalde het percentage positieve testen in deze periode sterk. Ook bij kinderen die zich met klachten lieten testen. Dit komt doordat andere verkoudheidsvirussen - na opening van de scholen - weer meer voorkomen bij kinderen. 

In de grafiek zie je dat het percentage positief geteste kinderen t/m 11 jaar daalde, nadat het aantal geteste kinderen toenam. Deze dalende trend geldt zowel voor testen bij kinderen met klachten als bij kinderen die zonder klachten getest zijn in het kader van een contactonderzoek en is voor alle leeftijdsgroepen t/m 11 jaar zichtbaar. Sinds eind maart neemt het aantal afgenomen testen  bij kinderen af in de leeftijdscategorie 4 t/m 11 jaar en 12 t/m 17 jaar. Het percentage dat positief test in deze leeftijdsgroepen  stijgt wel iets. 

Download grafiek 

Medewerkers scholen en kinderopvang

Vanaf  1 februari 2021 tot en met 11 april 2021 zijn ruim 192.200 mensen die werkzaam zijn in het onderwijs of de kinderopvang getest. Van deze testen was 5,3% positief. Dit percentage is lager dan het totaal van 9,4% bij de ruim 2,9 miljoen volwassenen getest in de teststraten in deze periode.

De afgelopen week (5 t/m 11 april 2021) zijn er 18.510 mensen die werkzaam zijn in het onderwijs of de kinderopvang getest. Van deze testen was 6,1% positief. Dit percentage is lager dan het totaal van 10,4% bij de 372.688 volwassenen getest in de teststraten de afgelopen week. 

Ziekenhuisopnames

Van alle ziekenhuisopnames gemeld door Stichting NICE in 2020 was 0,4% jonger dan 4 jaar. 0,1% had een leeftijd van 4 t/m 11 jaar en 0,2% had een leeftijd van 12 t/m 17 jaar. Het overgrote deel (99,3%) van alle personen die met COVID-19 zijn opgenomen in het ziekenhuis had een leeftijd van 18 jaar of ouder. 

In 2021 (t/m 13 april) is hetzelfde patroon zichtbaar. Ondanks dat de meldingen onder kinderen en jongeren stijgen, verandert het aandeel van kinderen en jongeren die worden opgenomen in het ziekenhuis niet. 

Verspreiding tussen leeftijdgenoten

Bij melding van een persoon met COVID-19 kan ook worden gemeld welke andere persoon met COVID-19 een waarschijnlijke bron van de infectie is.

Deze gegevens laten zien dat verspreiding van het virus vooral plaatsvindt tussen personen van ongeveer dezelfde leeftijd. Onderstaande figuur (gegevens tot en met 7 maart 2021) laat van 296.181 gekoppelde besmette personen de leeftijden van bron en besmette persoon zien. De overdracht van het virus blijkt vooral plaats te vinden mensen van ongeveer dezelfde leeftijd, en iets minder tussen ouders en kinderen (van alle leeftijden). 

transmissiefiguur 20210317

 

Besmette contacten naar leeftijd van de bron

De gegevens over besmette contacten naar leeftijd van de bron uit bron- en contactonderzoek worden geüpdatet en volgen binnenkort.

Besmette kinderen in huisartsenpraktijken 

Rond de 40 huisartsenpraktijken in Nederland registreren het aantal patiënten dat de praktijk bezoekt vanwege griepachtige klachten, de Nivel-peilstations. Bij een deel van deze patiënten wordt een neus- en keelwat afgenomen die in het laboratorium worden onderzocht op aanwezigheid van virussen, waaronder COVID-19. Bij vier van de 243 geteste patiënten onder 18 jaar is een COVID-19 besmetting aangetroffen (1,6%). Van de 1356 geteste volwassenen waren er 111 positief (8,2%). Dit is op basis van gegevens van februari 2020 tot 12 april 2021.

Veelgestelde vragen

Brengen kinderen de Britse variant van het virus sneller over? 

Uit studies tot nu toe blijkt dat de Britse variant van het virus besmettelijker is dan de huidige variant. Dit geldt voor alle leeftijdscategorieën, dus ook voor kinderen. Het onderzoek in de gemeente Lansingerland toonde aan dat kinderen besmet kunnen raken met de Britse variant, ook al gebeurt dat minder vaak dan bij volwassenen. Waarschijnlijk ontwikkelen ze ook iets vaker klachten dan bij de oude variant. Deze klachten zijn over het algemeen milder dan die bij volwassenen. Besmette kinderen kunnen het virus doorgeven binnen een huishouden en ook op school. Het is nog niet duidelijk of basisschoolkinderen de variantvirussen ook minder vaak overdragen dan volwassenen, zoals dat wel het geval is bij het ‘oude’ type. 

Als er iemand in de klas positief getest is. Waarom moet dan de hele klas of groep in quarantaine?

Omdat er veel besmettingen zijn en door de besmettelijkheid van varianten van het virus is het beleid voor bron- en contactonderzoek aangescherpt. Ook voor kinderen. Deze aanscherping zorgt ervoor dat mensen zich eerder laten testen en dat contacten vaker het advies krijgen om in quarantaine gaan. Zo ook klasgenoten en kinderen op het kinderdagverblijf die (bij elkaar opgeteld) veel contact hebben met elkaar. Dit zorgt ervoor dat het virus minder kans krijgt om zich te verspreiden. En zo houden we ook beter zicht op de verspreiding. 

Als het aantal contacten per kind of medewerker beperkt is, bijvoorbeeld door te werken met vaste groepjes of dezelfde kinderen met elkaar te laten spelen. Dan ziet de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst de overige klasgenoten als niet nauw contacten. Zij hoeven ook niet in quarantaine. Wel krijgen zij het advies om zich te laten testen. Maar hoeven dan niet thuis te blijven. 

Wanneer mag mijn kind met gezondheidsklachten naar de kinderopvang, basisschool of middelbare school?

Informatie over wanneer je kind moet thuisblijven van de kinderopvang of de basisschool vind je op Rijksoverheid.nl. Voor kinderen op het mbomiddelbaar beroepsonderwijs of hoger onderwijs gelden de basisregels voor thuisblijven die voor iedereen gelden.

Moet ik thuisblijven omdat mijn kind klachten heeft?

Voor huisgenoten van kinderen in het voortgezet onderwijs, mbo of hoger onderwijs gelden de basisregels voor thuisblijven die voor iedereen gelden. Voor huisgenoten van een kind dat naar de kinderopvang of de basisschool gaat, zie Rijksoverheid.nl.

Kan ik mijn kind laten testen?

Ja, dat kan. Op Rijksoverheid.nl vind je informatie over het testen van kinderen.

Mijn kind behoort tot een risicogroep, kan mijn kind naar school, kinderopvang en BSO?

Kinderen met onderliggende medische problematiek lijken geen groter risico te lopen op een ernstig beloop van COVID-19 dan gezonde kinderen. Bij twijfel is het verstandig te overleggen met de behandelend (kinder)arts en de schoolleiding. Behoort een gezinslid tot een risicogroep, overleg dan ook met de arts en schoolleiding.

Kan COVID-19 bij kinderen een ernstige ontstekingsreactie geven? 

Uit het buitenland komen berichten over een aantal kinderen met een ernstige ontstekingsreactie, waarbij de link met COVID-19 wordt gelegd. Deze kinderen kregen koorts, huiduitslag en ontstekingen rond het hart. De verschijnselen doen denken aan de ziekte van Kawasaki. Onderzoek moet uitwijzen of er een verband is met COVID-19. Vooralsnog is dat niet bewezen. 

Hoe zit het met de vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma voor mijn kind en het coronavirus SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2?

Het is heel belangrijk dat je kind de gebruikelijke vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma krijgt. Stel je bijvoorbeeld de 14-maandenprikken uit, dan geeft dat risico op ziekten zoals mazelen en hersenvliesontsteking door meningokokken. Dat zijn heel besmettelijke ziekten die in Nederland nog voorkomen. Heb jij of je kind verkoudheidsklachten of koorts, óf heeft iemand in het gezin koorts, neem dan contact op met het consultatiebureau.
Meer weten over vaccineren en het coronavirus SARS-CoV-2? Ga naar de veelgestelde vragen op de site van het Rijksvaccinatieprogramma.