Even een test afnemen om te zien of je het nieuwe coronavirus hebt, als je je ziek voelt? Zo eenvoudig ligt dat niet. Lees meer over wie op dit moment in aanmerking komen voor een test, waarom dat zo is, en welke rol het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu daarin heeft.

De informatie op deze pagina geldt tot 1 juni.
Vanaf 1 juni kan iedereen met klachten zich laten testen.
Kijk voor meer informatie op  Rijksoverheid.nl

Wie wordt getest

Het testbeleid in Nederland is gericht op onderstaande groepen

Risicogroepen

Mensen die behoren tot een risicogroep hebben kans op ernstig verloop van COVID-19. Deze mensen kunnen getest worden als zij klachten hebben en het voor de juiste behandeling of verzorging belangrijk is om zeker te weten of ze wel of geen COVID-19 hebben. Het gaat om mensen van 70 jaar en ouder; en volwassenen van 18 jaar of ouder met onderliggende aandoeningen, zie pagina Risicogroepen.

Zorgmedewerkers

Bij het testen van zorgmedewerkers wordt rekening gehouden met de gezondheid van de medewerkers zelf, het risico op besmetting van patiënten/cliënten, en de beperkte beschikbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen. Deze informatie staat op onze website voor professionals.

Een zorgmedewerker met symptomen van COVID-19 (hoesten en/of neusverkouden en/of koorts), die directe zorg verleent aan een patiënt of cliënt en niet gemist kan worden, kan getest worden. Zorgmedewerkers die intensief contact hebben met oudere of lichamelijk kwetsbare patiënten hebben prioriteit.

Het testbeleid is per 18 mei 2020 uitgebreid met mantelzorgers, vrijwilligers in de palliatieve zorg en mensen met een PGBpersoonsgebonden budget (Persoons  Gebonden Budget).  Ook kan er extra getest worden bij bezoekers van de 25 verpleeghuizen die sinds 11 mei meedoen aan de pilot Bezoekregeling. Hiervoor is door VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een richtlijn opgesteld.

Medewerkers en kinderen in het basisonderwijs, speciaal (basis)onderwijs en kinderopvang

Op 11 mei 2020 zijn het basisonderwijs, het speciaal (basis)onderwijs en de kinderopvang weer van start gegaan. Hoewel kinderen geen grote rol lijken te spelen bij de verspreiding van coronavirus is het belangrijk om goed te monitoren wat het effect is van het versoepelen van de maatregelen.

Door laagdrempelig de betrokken medewerkers te testen als zij milde klachten hebben die bij coronavirusinfectie passen wordt een toename van de verspreiding van coronavirus vroegtijdig opgemerkt. Zo kunnen er zo nodig aanvullende maatregelen worden genomen om de verspreiding te beperken.

Bij het versoepelen van de maatregelen met betrekking tot de scholen en kinderopvang worden ook kinderen goed gevolgd als er aanwijzingen zijn voor een lokaal cluster van infecties.

NB Personen die ernstige klachten hebben (hoge koorts en/of benauwdheid) of vanwege andere (ernstige) aandoeningen tot de risicogroep behoren, nemen zoals gebruikelijk bij (ernstige) ziekte zelf contact op met hun huisarts of specialist voor diagnostiek en behandeling. Dit staat los van het testbeleid van de scholen en de kinderopvang.

Testbeleid medewerkers basisonderwijs, speciaal (basis) onderwijs en kinderopvang

Testbeleid medewerkers basisonderwijs, speciaal (basis) onderwijs en kinderopvang

Medewerkers met klachten passend bij coronavirusinfectie (neusverkoudheid en/of hoesten en/of koorts) moeten thuisblijven en zich ziek melden bij hun werkgever.

Het testbeleid geldt voor:

  • Medewerkers in het basisonderwijs, speciaal (basis) onderwijs, (medisch) kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en gastouders die beroepsmatig in aanraking komen met groepen kinderen;
  • Personen die beroepsmatig betrokken zijn bij het vervoer van groepen kinderen van en naar het basisonderwijs, speciaal (basis) onderwijs/ kinderopvang.
     

Een medewerker met symptomen van hoesten en/of neusverkouden en/of koorts en die vermeld staat in bovenstaande opsomming, kan getest worden. De regie voor het testen ligt bij de GGD in de regio. De medewerker neemt contact op met de bedrijfsarts die de aanmelding voor de test regelt bij de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst. Indien er geen bedrijfsarts is (zoals bij gastouders) kan de medewerker zelf contact opnemen met de GGD, afdeling infectieziektebestrijding. Totdat de uitslag van de test bekend is blijft de medewerker thuis. In geval van een gastouder ontvangt deze in afwachting van de testuitslag geen kinderen of andere volwassenen thuis.

  • Als de test negatief is, kan de medewerker weer aan het werk met in achtneming van algemene hygiënemaatregelen.
  • Indien de test positief is, moet de medewerker ten minste 7 dagen thuisblijven en uitzieken. Als daarna de klachten ook ten minste 24 uur helemaal weg zijn, mag de medewerker weer aan het werk.
     

COVID-19 is een meldingsplichtige ziekte in het kader van de Wet publieke gezondheid. Het laboratorium dat de infectie vaststelt zorgt voor de melding bij de GGD. Bij alle patiënten met een bevestigde coronavirusinfectie doet de GGD bron- en contactonderzoek. De GGD vraagt dan aan de patiënt met wie hij precies contact heeft gehad in de besmettelijke periode en neemt zo nodig maatregelen om verdere verspreiding tegen te gaan. Huisgenoten van een COVID-19-patiënt moeten tot 14 dagen na het laatste contact met de patiënt in thuisquarantaine blijven. Dat is omdat zij tot 14 dagen na het laatste contact nog ziek kunnen worden. Welke maatregelen precies genomen moeten worden op de school of de kinderopvang is afhankelijk van de omstandigheden en wordt bepaald door de GGD. De GGD neemt daarover contact op met de school of kinderopvangorganisatie.

Testbeleid kinderen van 0 t/m 12 jaar in basisonderwijs, (speciaal) basisonderwijs en kinderopvang

Testbeleid kinderen van 0 t/m 12 jaar in basisonderwijs, (speciaal) basisonderwijs en kinderopvang

Het is gebruikelijk dat scholen en kinderopvangorganisaties uitbraken van infectieziekten melden bij de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst afdeling infectieziektebestrijding. In het kader van artikel 26 van de Wet publieke gezondheid meldt de schoolleider of locatiemanager het optreden van een ongewoon aantal gevallen van een ziekte van vermoedelijk infectieuze aard. Dit geldt ook voor (mogelijke) coronavirusinfecties. Daarbij is een ongewoon aantal vastgesteld op 3 of meer.

Kinderen van 0 t/m 12 jaar met klachten passend bij coronavirus (neusverkoudheid en/of hoesten en/of koorts) moeten thuisblijven tot zij 24 uur klachtenvrij zijn. Ouders melden de ziekte van hun kind bij de school en/of kinderopvangorganisatie, en die registreert dit.

In het geval van (verdenking op) coronavirus meldt de school en/of kinderopvangorganisatie het bij de GGD afdeling infectieziektebestrijding als er 3 of meer kinderen in een groep zijn met klachten van neusverkoudheid en/of hoesten en/of koorts. Zo nodig kan de school of kinderopvangorganisatie ook contact opnemen met de GGD als een kind langdurig klachten houdt en daardoor niet naar school of kindercentrum mag komen. De GGD stelt vervolgens onderzoek in en neemt zo nodig – met toestemming van de ouders – testen af.

  • Als de test negatief is, kan het kind weer naar school of kinderopvang.
  • Indien de test positief is, moet het kind ten minste 7 dagen thuisblijven en uitzieken. Als daarna de klachten ook ten minste 24 uur helemaal weg zijn, mag het kind weer naar school of kinderopvang.
     

Bij alle kinderen met een bevestigde coronavirusinfectie doet de GGD bron- en contactonderzoek. De GGD vraagt dan aan de ouders met wie het kind contact heeft gehad in de besmettelijke periode en neemt zo nodig maatregelen om verdere verspreiding tegen te gaan. Gezinsleden van een kind met COVID-19 moeten tot 14 dagen na het laatste contact met de patiënt in thuisquarantaine blijven. Dat is omdat zij tot 14 dagen na het laatste contact nog ziek kunnen worden. Welke maatregelen verder precies genomen moeten worden op de school of de kinderopvang is afhankelijk van de omstandigheden en wordt bepaald door de GGD. De GGD neemt daarover contact op met de school of kinderopvangorganisatie.

Mensen met een contactberoep

Vanaf 11 mei kunnen ook mensen met een contactberoep zich laten testen als zij klachten hebben die wijzen op het nieuwe coronavirus. 
Als je in één van de contactberoepen werkzaam bent, is het mogelijk om laagdrempelig getest te worden op COVID-19. Je moet dan gezondheidsklachten hebben als neusverkoudheid, hoesten, benauwdheid of koorts. Dit kan gedaan worden in overleg met de bedrijfsarts, GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Gemeentelijke Gezondheidsdienst  of huisarts. Een persoon met klachten moet vanaf het moment dat de klachten ontstaan totdat de testuitslag bekend is, thuisblijven. Als je positief getest wordt, blijf dan ten minste 7 dagen thuis om uit te zieken. Als je daarna ook nog ten minste 24 uur klachtenvrij bent kun je weer aan het werk. De GGD neemt contact met je op om de maatregelen te bespreken die gelden voor jou en je huisgenoten om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan.

Medewerkers in het openbaar vervoer

Vanaf 18 mei 2020 kunnen medewerkers in het openbaar vervoer die cliëntcontacten hebben zich laagdrempelig laten testen als zij klachten hebben die wijzen op het nieuwe coronavirus.
Je moet dan gezondheidsklachten hebben als neusverkoudheid, hoesten, benauwdheid of koorts. Dit kan gedaan worden in overleg met de bedrijfsarts, GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst  of huisarts. Een persoon met klachten moet vanaf het moment dat de klachten ontstaan totdat de testuitslag bekend is, thuisblijven. Als je positief getest wordt, blijf dan ten minste 7 dagen thuis om uit te zieken. Als je daarna ook nog ten minste 24 uur klachtenvrij bent kun je weer aan het werk. De GGD neemt contact met je op om de maatregelen te bespreken die gelden voor jou en je huisgenoten om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan.
 

Medewerkers in handhaving en toezicht

Vanaf 18 mei 2020 kan het executief personeel (personeel op straat) in handhaving en toezicht (politie, BOA’s, medewerkers Dienst Justitiële Inrichtingen en marechaussee) zich laagdrempelig laten testen als zij klachten hebben die wijzen op het nieuwe coronavirus. Je moet dan gezondheidsklachten hebben als neusverkoudheid, hoesten, benauwdheid of koorts. Dit kan gedaan worden in overleg met de bedrijfsarts, GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst of huisarts. Een persoon met klachten moet vanaf het moment dat de klachten ontstaan totdat de testuitslag bekend is, thuisblijven. Als je positief getest wordt, blijf dan ten minste 7 dagen thuis om uit te zieken. Als je daarna ook nog ten minste 24 uur klachtenvrij bent kun je weer aan het werk. De GGD neemt contact met je op om de maatregelen te bespreken die gelden voor jou en je huisgenoten om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan.

De richtlijnen van het RIVM

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu stelt richtlijnen op wanneer iemand wordt getest, om  vast te stellen of je op dat moment besmet bent met het nieuwe coronavirus. Testen moet zinvol zijn. De wereldwijde vraag naar testen is enorm en de testcapaciteit die er is, moet zo verstandig mogelijk worden ingezet. De GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst'en en ziekenhuizen voeren de testen uit. Daarbij is er een scherp oog voor de kwaliteit van de geboden testen. Een test om te weten of je besmet bent geweest, kan op dit moment niet worden aangevraagd. Dit onderzoek wordt nu alleen nog in beperkte mate gedaan, in het kader van onderzoek naar de verspreiding van het virus in Nederland. Op het moment onderzoeken we welke antistoffentest het meest betrouwbare resultaat geeft. Daarnaast zijn we momenteel aan het onderzoeken of het hebben van antistoffen ook betekent dat je het virus niet meer kan krijgen, en dat je hier niet meer ziek van kan worden. Mogelijk hebben mensen met milde klachten minder antistoffen, waardoor ze niet volledig beschermd zijn tegen het virus.

Welke testen worden gebruikt

Twee soorten testen

Er zijn twee soorten testen. Een om vast te stellen of iemand het nieuwe coronavirus heeft en één of iemand het nieuwe coronavirus heeft gehad.

Test of je nu besmet bent

PCRpolymerase chain reaction-test

Meest gebruikte test, om te kijken of er genetisch materiaal (RNAribonucleic acid ) van het virus in neus- of mondholte zit. Met een wattenstaaf wordt een uitstrijkje genomen uit de neus en keel.

Test of besmet bent geweest

Serologische test 

Onderzoek om te kijken of er antistoffen tegen het nieuwe coronavirus in je bloed zitten. Hiervoor wordt wat bloed afgenomen. Tot nog toe zijn geen van de onderzochte sneltesten geschikt voor diagnostiek bij individuele patiënten of voor thuisgebruik.

Evalueren van testen

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is als een van de organisaties betrokken bij het evalueren van PCRpolymerase chain reaction testen en serologische testen. We krijgen vaak de vraag of ingediende testmethoden inderdaad geschikt zijn voor diagnostiek. Het RIVM gaat niet in op de status van ingediende verzoeken om testen te evalueren en valideren. Er zijn in de afgelopen weken heel veel verschillende testen ingediend en door het RIVM geëvalueerd en gevalideerd.

De standaard PCR-test wordt in Nederland het meest toegepast in verschillende laboratoria en duurt ongeveer 6 tot 8 uur. De laatste tijd zijn er ook snelle PCR-testen in gebruik die binnen een uur uitslag geven. Deze testen zijn echter vooral bedoeld voor situaties waarin een snelle diagnose van levensbelang is. Bijvoorbeeld als iemand in verband met hartfalen of transplantatie in het ziekenhuis moet worden behandeld. Dit soort testen zijn niet bedoeld om te gebruiken in teststraten voor algemene COVID-19 diagnostiek.

Ook voor serologisch onderzoek zijn ook verschillende testen beschikbaar. Deze testen zijn bedoeld om te kijken of mensen antistoffen aanmaken tegen het nieuwe coronavirus. Ook zijn er varianten die de aanwezigheid van virus eiwitten aantonen. Ze worden gebruikt om op bevolkingsniveau te onderzoeken of mensen in Nederland afweer opbouwen tegen het virus. Ook zijn er allerlei serologische sneltesten. Tot nog toe zijn echter geen van deze door het RIVM onderzochte sneltesten geschikt voor diagnostiek bij individuele patiënten of voor thuisgebruik. Daarom is het RIVM terughoudend bij het in behandeling nemen van evaluatieverzoeken van sneltesten.

De Taskforce Serologie heeft een overzicht gemaakt van de validaties van verschillende testen voor de diagnostiek van SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2. Het gaat om validaties van sneltesten en van serologische testen die in laboratoria worden gebruikt (ELISA en auto-analyser antilichaamtesten).

Testcapaciteit

De testcapaciteit van Nederland is, in vol bedrijf, zo’n 17.500  testen per dag. Als het nodig is kunnen de labs de capaciteit opschroeven naar ongeveer 29.000 testen per dag. De testcapaciteit is afhankelijk van mensen en materialen; Er zijn materialen nodig om de test af te nemen, zoals wattenstaafjes, verpakkingsmaterialen en persoonlijke beschermingsmiddelen voor de monsterafnemers. Ook zijn er materialen nodig voor de analyse in het lab: vloeistoffen, filters en onderdelen in de analyseapparatuur en de apparaten zelf. En er zijn natuurlijk mensen nodig: mensen om de tests af te nemen, te vervoeren en te analyseren in het lab en om de uitslagen door te geven. Kortom: als we het hebben over testcapaciteit, gaat het dus om heel veel verschillende dingen. Door te testen volgens zorgvuldige richtlijnen zorgen we ervoor dat er voldoende voorzieningen beschikbaar zijn om deze op een efficiënte  manier in te zetten. Het Nederlandse testbeleid  komt voort uit adviezen van het Outbreak Management Team.  

Ontwikkeling van alternatieven

Het RIVM kijkt samen met nationale en internationale laboratoria ook naar mogelijke aanvullingen op de huidige testen. Naast de huidige  PCR (polymerase chain reaction)-testen,  die het genetische materiaal van het virus aantonen, kijken we ook naar andere soorten testen. Het gaat dan om zogeheten antigeen testen,  testen die aanwezigheid van virus eiwitten aantonen en naar serologische testen, testen de die aanwezigheid van antistoffen in het bloed aantonen. Door het gebruik van deze testen, bijvoorbeeld in combinatie met de huidige test, kan bij meer mensen onderzocht worden of ze het nieuwe coronavirus hebben (gehad).

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Kan ik mezelf testen met sneltesten?

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  doet onderzoek naar COVID-19 sneltesten die voor thuisgebruik of door derden op een locatie worden aangeboden. Dit zijn geen zelftesten, maar zogenaamde sneltesten. Tot nog toe is de kwaliteit van deze sneltesten nog onvoldoende om bij individuele patiënten te testen of om deze thuis te gebruiken. De uitslagen zijn niet betrouwbaar. Gebruikers kunnen onnodig ongerust worden of ze worden juist ten onrechte gerustgesteld. Ook de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJInspectie Gezondheidszorg en Jeugd) heeft hier een bericht over naar buiten gebracht. Testen die thuis gebruikt kunnen worden om na te gaan of je een ziekte hebt zijn verboden als ze niet eerst beoordeeld zijn door een bevoegde instantie.  Meer info bij IGJ. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wijst het gebruik van sneltesten af.

Welke mensen worden getest?

  • Patiënten uit kwetsbare groepen kunnen getest worden als dat van belang is voor hun behandeling of verzorging. 
  • Daarnaast worden patiënten met verschijnselen van een coronavirusinfectie getest die zo ernstig ziek zijn dat zij moeten worden opgenomen in het ziekenhuis. 
  • Ook worden zorgmedewerkers zoals bijvoorbeeld huisartsen, verpleeghuismedewerkers of thuiszorgmedewerkers getest als zij klachten hebben die wijzen op een coronavirusinfectie.
  • Vanaf 11 mei 2020 kunnen ook mensen met een contactberoep zich laten testen als zij klachten hebben die wijzen op het nieuwe coronavirus.
  • Vanaf 18 mei 2020 is het testbeleid uitgebreid voor mantelzorgers, vrijwilligers in de palliatieve zorg en mensen met een PGBpersoonsgebonden budget (Persoons Gebonden Budget). Ook kan er extra getest worden bij bezoekers van de 25 verpleeghuizen die sinds 11 mei meedoen aan de pilot Bezoekregeling.
  • Vanaf juni 2020 is het mogelijk om iedereen in Nederland met klachten die wijzen op het nieuwe coronavirus te testen. Als uit de test blijkt dat je besmet bent met het nieuwe coronavirus, dan volgt intensief bronnen- en contactonderzoek door de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst.

Wanneer wordt er iemand getest? 

Als mensen klachten hebben die op COVID-19 wijzen, moeten ze thuis blijven totdat ze minstens 24 uur geen klachten hebben. De (huis)arts kan afwegen of een test bijdraagt aan de behandeling of de verzorging van een patiënt. Indien mogelijk kan de huisarts de patiënt zelf testen of hierover overleggen met de GGD. Zorgmedewerkers met klachten die wijzen op het nieuwe coronavirus kunnen getest worden door de GGD. De GGD volgt hierin de richtlijn van het RIVM.

Wordt er gezocht naar alternatieve manieren om te testen?

Wereldwijd is er een tekort aan bepaalde laboratoriummaterialen die nodig zijn voor de test. Daarom kijkt het RIVM samen met nationale en internationale laboratoria naar andere manieren om te testen waarbij andere laboratoriummaterialen nodig zijn. Naast de huidige PCRpolymerase chain reaction polymerase chain reaction-testen, die het genetische materiaal (RNAribonucleic acid) van het virus aantonen, kijken we ook naar andere soorten testen. Het gaat dan om testen die aanwezigheid van viruseiwitten aantonen (antigeentesten). En naar testen die aanwezigheid van antistoffen in het bloed aantonen (serologische testen). Met behulp van deze testen, bijvoorbeeld in combinatie met de huidige test, kunnen we mogelijk in de toekomst bij meer mensen onderzoeken of ze het coronavirus hebben (gehad). 

Kan ik laten testen of het virus al gehad heb en ik antistoffen heb tegen het nieuwe coronavirus?

Nee, wel worden mensen al in beperkte mate getest in het kader van onderzoek naar de verspreiding van het virus in Nederland. Op het moment onderzoeken we welke antistoffentest het meest betrouwbare resultaat geeft. We raden mensen af om zelf het bloed te laten testen op aanwezigheid van antistoffen tegen het nieuwe coronavirus. Dit kan een gevoel van schijnveiligheid geven. We zijn momenteel aan het onderzoeken of het hebben van antistoffen ook betekent dat je het virus niet meer kan krijgen en dat je hier niet meer ziek van kan worden. Mogelijk hebben mensen met milde klachten minder antistoffen, waardoor ze niet volledig beschermd zijn tegen het virus.