De antigeentest toont bepaalde eiwitten van het virus aan in neus- en/of keelslijm. Zo weet je snel of je nu het virus bij je draagt. De test geeft sneller uitslag dan de PCRpolymerase chain reaction, maar is wel minder gevoelig. 

De antigeentest toont aan of er antigenen van SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2 in neus- en keelslijm aanwezig zijn. Antigenen zijn stukjes van het virus (eiwitten) die een afweerreactie kunnen opwekken in het lichaam. De test geeft snel een uitslag; meestal na een kwartier na het opbrengen van het monster op de testcasette. De test is ook buiten een  laboratorium te gebruiken.

De antigeentest is minder gevoelig dan de PCRpolymerase chain reaction-test. Dat betekent dat iemand die weinig virus bij zich draagt en waarschijnlijk nog niet of niet meer besmettelijk is, met een antigeentest mogelijk een negatieve testuitslag krijgt, terwijl de persoon wel COVID-19 kan hebben (gehad).

Inzet in de praktijk

Laboratoria, ziekenhuizen, GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst’en en het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu werken nauw samen bij  onderzoek om verschillende antigeentesten  met de PCR-test te vergelijken. Ook verzamelt het RIVM dit (inter-)nationale onderzoek. Het doel hiervan is informatie te verzamelen en te kijken op welke manier de antigeentest in de praktijk vaker ingezet kan worden. Bijvoorbeeld bij mensen die (nog) geen klachten hebben en (nog) maar weinig virus bij zich dragen. 

Het Outbreak Managment Team adviseert het kabinet over welke (groepen) personen met welke test(en) kunnen worden getest. Hierbij adviseert het OMTOutbreak Management Team ook over het eventuele gebruik van antigeentesten. Welke test je in welke situatie zou kunnen krijgen is weergegeven in een overzichtelijke tabel

Elke test kent voor- en nadelen. De snelheid van de uitslag, de plek waar de test gedaan kan worden (in of buiten een laboratorium) en de gevoeligheid van de test. In bepaalde situaties kan een fout-negatieve uitslag ernstige gevolgen hebben. Denk hierbij aan ernstig zieke mensen en aan kwetsbare mensen in instellingen. Het is belangrijk om dan een test te gebruiken die zo nauwkeurig mogelijk is. Daarvoor is de PCRpolymerase chain reaction-test het meest geschikt. In situaties waarin het nadeel van een fout-negatieve testuitslag opweegt tegen bijvoorbeeld de snelheid en flexibiliteit kunnen ook minder nauwkeurige testen gebruikt worden. Bijvoorbeeld de antigeentest.

Hoewel er met goed bevonden antigeentesten meer getest kan worden, zijn er ook uitdagingen. De test geeft dan wel een snelle uitslag, maar moet test-voor-test door een laborant of andere getrainde persoon gedaan worden. Terwijl PCR-testen met veel tegelijkertijd door één laborant verwerkt en verder door apparaten gedaan worden. Eén laborant kan per dag dus veel meer PCR-testen uitvoeren dan antigeentesten. Aan de andere kant zijn antigeentesten technisch minder ingewikkeld om uit te voeren dan PCR-testen en zijn er veel minder of geen ingewikkelde apparaten voor nodig en kunnen ze ook buiten een laboratorium gebruikt worden.

De antigeentest wordt in sommige (XL) teststraten van de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst aangeboden. Ook zijn er organisaties die op eigen initiatief hun personeel testen op het coronavirus met een antigeensneltest. Om ervoor te zorgen dat duidelijk is aan welke eisen het testen moet voldoen, zijn er uitgangspunten opgesteld voor testen op corona buiten de GGD-teststraten en houdt de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJInspectie Gezondheidszorg en Jeugd) toezicht.