Welke techniek wordt gebruikt?

De combinatietest bestaat uit een combinatie van twee onderzoeken:

  • een bloedonderzoek bij de zwangere in de periode van week 9+0 t/m week 14+1 van de zwangerschap
  • een nekplooimeting (NT) via een echo bij het kind bij een CRLcrown-rump length van 45-84 mm (doorgaans passend bij een zwangerschapsduur van week 11+2 t/m week 14+1, de CRL is leidend)Bij het bloedonderzoek wordt bloed afgenomen en onderzocht in een laboratorium. Een NT-meting vindt plaats via een echo. Bij dit onderzoek wordt de dikte van de ‘nekplooi’ (nuchal translucency-NT) gemeten.

De zwangere krijgt eventuele nevenbevindingen bij de combinatietest altijd te horen. Bij de NT-meting kunnen de nevenbevindingen structurele afwijkingen zijn zoals buikwanddefect, ledemaatafwijkingen en een hersenafwijking.

Exclusiecriteria

Alle zwangeren komen in aanmerking voor de combinatietest.

Hoeveel zekerheid geeft de combinatietest?

De combinatietest is een screenende test, geen diagnostische test. Bij een verhoogde kans na de combinatietest wordt de zwangere, indien zij dat wenst, verwezen naar een centrum voor Prenatale Diagnostiek voor posttest-counseling. Daar krijgt ze vervolgens informatie over eventueel vervolgonderzoek.

Wie en hoe wordt de uitslag gegeven?

De communicatie over de uitslag van de combinatietest verloopt conform regionale afspraken en wordt vaak ook door de echoscopist uitgevoerd. Over de verwijzing voor de posttestcounseling en het vervolgonderzoek dienen de echoscopist en de verloskundig zorgverlener gezamenlijk goede afspraken te maken. Verwijzing van en voorlichting aan de zwangere alsmede het meedelen van de uitslag van de NT-meting vindt conform die afspraken plaats.

 Zie: Vervolgonderzoek na combinatietest, NIPT en medische indicatie.