Op deze pagina vindt u de stand van zaken over het griepvirus in het seizoen 2018/2019. De meest recente data zijn voorlopige data van de voorgaande week. Wekelijks worden de cijfers van de voorgaande weken opnieuw berekend met eventueel nagekomen gegevens betreffende griepmeldingen en/of onderzoek van neus- en keelmonsters om een grotere precisie te bereiken.

Stand van zaken tot en met 17 februari 2019

De griepepidemie houdt aan in Nederland. In week 7 van 2019 rapporteerden de huisarts-peilstations die deelnemen aan de ‘NivelNederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Zorgregistraties eerste lijn’, 94 mensen met griepachtige klachten op de 100.000 inwoners. Daarmee is het de tiende week van deze griepepidemie. Het aantal mensen met griepachtige klachten in week 7 is iets lager dan in week 6 (101/100.000 inwoners). Wel is het aantal flink hoger vergeleken met de week ervoor (59/100.000 inwoners). Het aantal mensen met griepachtige klachten bij de huisarts is in dit seizoen wel lager dan in de drie vorige seizoenen.

In het begin van de epidemie werd in de monsters afgenomen bij patiënten met griepachtige klachten die bij de huisarts zijn geweest voornamelijk RSVRespiratoir Syncytieel Virus en rhinovirussen gevonden. De laatste paar weken wordt er meer influenzavirus gevonden in de monsters in alle leeftijdsgroepen. Ook in de monsters die werden afgenomen bij patiënten met ernstige luchtweginfecties in het Jeroen Bosch ziekenhuis, werd de afgelopen week meer influenzavirus gevonden. In de virologische weekstaten is het aantal gerapporteerde RSV diagnoses verder gedaald. Het aantal influenzavirus diagnoses was sterk gestegen in week 6, maar is weer iets gedaald in week 7. Maar, nog niet alle laboratoria hebben hun data voor week 7 gerapporteerd.

Dit influenzaseizoen wordt influenzavirussen van het type A het meeste gevonden. Tot week 6 werd in de monsters die waren afgenomen door de huisarts, het subtype A(H1N1)pdm09 het meest gevonden. In week 7 werd het subtype A(H3N2) voor het eerst in dit seizoen het meeste gevonden. Alle gekarakteriseerde A(H1N1)pdm09 virussen behoren genetisch tot clade 6B.1 en antigene karakterisering geeft aan dat deze virussen goed lijken op het A(H1N1)pdm09 virus in het vaccin. De A(H3N2) virussen zijn meer divers. Het merendeel van de gekarakteriseerde A(H3N2) virussen behoort tot clade 3C.2a1b. Deze virussen lijken antigeen redelijk op het A(H3N2) virus in het vaccin. Een toenemend aantal A(H3N2) virussen behoort tot clade 3C.3a, die antigeen niet op het virus in het vaccin voor 2018/2019 lijken, maar meer op het virus wat in het vaccin zat voor seizoen 2015/2016.

Het aantal longontstekingen in de eerste lijn is ook in week 6 en 7 licht gestegen. De totale sterfte die in de afgelopen week werd gerapporteerd was licht verhoogd. Ook de sterfte die de afgelopen twee weken werd gerapporteerd was verhoogd. De oversterfte is laag in vergelijking met vorig winterseizoen.

Monitoring sterftecijfers

Jaarlijks melden artsen in een beperkt aantal overlijdensgevallen influenza als primaire (onderliggende) doodsoorzaak van de overledene. Bij de directe aanleiding van het overlijden aan een andere doodsoorzaak kan influenza echter wel een rol gespeeld hebben, ook al staat dat niet vermeld op het overlijdenscertificaat. In samenwerking met het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek wordt op basis van de totale sterfte (alle doodsoorzaken) met statistische modellen geschat of er oversterfte is. Tijdens de griepepidemie in de winter van 2017/2018 is in Nederland de sterfte in de leeftijdsgroep 65 jaar en ouder sterk verhoogd ten opzichte van de sterfte die deze tijd van het jaar wordt verwacht. Vanaf week 50 in 2017 tot en met week 14 in 2018 was de totale sterfte (alle doordsoorzaken) sterk verhoogd in Nederland. Dit viel precies samen met de griepepidemie. Influenza is een van de mogelijke oorzaken van oversterfte, maar deze kan bijvoorbeeld ook worden veroorzaakt door een warme of een koude periode, of andere infecties.

Virologische uitslagen

In week 7 van 2019 werd van 28 patiënten met griepachtige klachten een monster afgenomen. Hierin werd acht keer (29%) influenzavirus type A(H1N1)pdm09, twaalf keer (43%) influenzavirus type A(H3N2) gevonden. Ook werd in deze monsters één keer (4%) RSV en één keer (4%) rhinovirus gevonden. Daarnaast werd in week 6 van 10 patiënten met een andere acute luchtweginfectie een monster afgenomen. Hierin werd twee keer (20%) influenzavirus type A (H3N2) gevonden. Ook werd in deze monsters één keer (10%) RSV en één keer (10%) rhinovirus gevonden.

Thumbnail

Bron grafiek: RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Peilstations participerend in Nivel Zorgregistraties eerste lijn.

Let op: de getallen boven de balken in de grafiek zijn de totale aantallen geteste monsters. Er kunnen dubbelinfecties voorkomen. Hierdoor kunnen de gestapelde proporties in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan in werkelijkheid het geval is.

In de periode van 1 oktober 2018 tot en met 17 februari 2019 zijn 451 influenzavirussen ontvangen door het ErasmusMCErasmus Medical Center. Hiervan waren er 444 van het type A (waarvan 111 type A(H3N2) en 142 type A(H1N1)pdm09) en 7 van het type B (waarvan 1 van de Victoria-lijn).

Grafiek van het totale aantal en het type influenzavirussen dat in de afgelopen periode van 53 weken per week is aangetoond in Nederland en gerapporteerd aan de WHO (gedetecteerd in Peilstation monsters plus gestuurd aan het NICNationaal Influenza Centrum Nationaal Influenza Centrum  ErasmusMC; vanaf week 40 in 2018 gedetecteerd in Peilstation monsters plus gerapporteerd door laboratoria aan de virologische weekstaten waarvan een deel door NIC Nationaal Influenza Centrum  ErasmusMC is gesubtypeerd).

Gedurende het griepseizoen wordt er regelmatig een influenzanieuwsbrief uitgebracht. De meest actuele influenza nieuwsbrief is te vinden op de website van het NIC ErasmusMC.

Andere informatiebronnen