Op deze pagina vindt u de stand van zaken over het griepvirus in het seizoen 2018/2019. De meest recente data zijn voorlopige data van de voorgaande week. Wekelijks worden de cijfers van de voorgaande weken opnieuw berekend met eventueel nagekomen gegevens betreffende griepmeldingen en/of onderzoek van neus- en keelmonsters om een grotere precisie te bereiken.

Stand van zaken tot en met 14 april 2019

De griepepidemie in Nederland is voorbij. In week 15 van 2019 gingen 25 patiënten met griepachtige klachten op de 100.000 inwoners naar de huisarts. Er wordt nu ook weer minder influenzavirus gevonden in patiënten met griepachtige klachten.

De WHO heeft op 21 maart bekend gemaakt welke A(H3N2)-influenzavirus stam is geselecteerd voor het influenzavaccin voor volgend seizoen. Dit is een A/Kansas/14/2017 (H3N2)-achtig virus geworden. Dit is een virus van de 3C.3a clade, dat de laatste weken van het seizoen steeds vaker gevonden werd in sommige delen op het noordelijk halfrond. Dit was vooral het geval in de VSVerenigde Staten, maar minder in Europa.
De samenstelling van het vaccin voor het seizoen 2019/2020 is daarmee als volgt:
• A/Brisbane/02/2018 (H1N1)pdm09-achtig virus;
• A/Kansas/14/2017 (H3N2)-achtig virus;
• B/Colorado/06/2017-achtig virus (B/Victoria/2/87 lijn);
• B/Phuket/3073/2013-achtig virus (B/Yamagata/16/88 lijn)
In Nederland was tijdens het seizoen ongeveer een vijfde deel van de A(H3N2) virussen van deze clade. De overige A(H3N2) virussen waren twee varianten van clade 3C.2a1b virussen die veel in Europa zijn aangetoond. De gekozen A(H3N2) vaccinstam lijkt niet goed te kunnen beschermen tegen deze twee varianten. Hoe goed de A(H3N2) component van het vaccin volgend seizoen zal werken hangt daarom af van of er volgend seizoen meer clade 3C.3a virussen dan clade 3C.2a1b virussen zullen rondgaan in Nederland, net zoals nu al het geval is in de VS.

Virologische uitslagen

In week 15 van 2019 werd van vier patiënten met griepachtige klachten een monster afgenomen. Hierin werd één maal (25%) influenzavirus type A(H3N2) gevonden. In geen van de monsters werd RSVRespiratoir Syncytieel Virus of rhinovirus gevonden. Daarnaast werd in week 15 van acht patiënten met een andere acute luchtweginfectie een monster afgenomen. Hierin werd één maal (13%) rhinovirus gevonden. In geen van de monsters werd influenzavirus of RSV gevonden.
 

In week 15 van 2019 werd van vier patiënten met griepachtige klachten een monster afgenomen. Hierin werd één maal (25%) influenzavirus type A(H3N2) gevonden. In geen van de monsters werd RSV of rhinovirus gevonden. Daarnaast werd in week 15 van acht patiënten met een andere acute luchtweginfectie een monster afgenomen. Hierin werd één maal (13%) rhinovirus gevonden. In geen van de monsters werd influenzavirus of RSV gevonden.

Bron grafiek: RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Peilstations participerend in NivelNederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Zorgregistraties eerste lijn.

Let op: de getallen boven de balken in de grafiek zijn de totale aantallen geteste monsters. Er kunnen dubbelinfecties voorkomen. Hierdoor kunnen de gestapelde proporties in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan in werkelijkheid het geval is.

In de periode van 1 oktober 2018 tot en met 14 april 2019 zijn 1154 influenzavirussen ontvangen door het ErasmusMCErasmus Medical Center: 1145 maal type A (waarvan 288 type A(H3N2) en 370 type A(H1N1)pdm09) en 9 maal type B (waarvan 1 van de Yamagata-lijn en 1 van de Victoria-lijn).

Grafiek van het totale aantal en het type influenzavirussen dat in de afgelopen periode van 53 weken per week is aangetoond in Nederland en gerapporteerd aan de WHO (gedetecteerd in Peilstation monsters plus gestuurd aan het NICNationaal Influenza Centrum Nationaal Influenza Centrum  ErasmusMC; vanaf week 40 in 2018 gedetecteerd in Peilstation monsters plus gerapporteerd door laboratoria aan de virologische weekstaten waarvan een deel door NIC Nationaal Influenza Centrum  ErasmusMC is gesubtypeerd).

Gedurende het griepseizoen wordt er regelmatig een influenzanieuwsbrief uitgebracht. De meest actuele influenza nieuwsbrief is te vinden op de website van het NIC ErasmusMC.

Samenvatting griepepidemie 2018/2019

De griepepidemie in 2018/2019 in Nederland is voorbij en duurde 14 weken, van 10 december 2018 t/m 17 maart 2019. Dit is langer dan het gemiddelde van 9 weken in de afgelopen 25 jaar. In het begin van de epidemie werd in de monsters afgenomen bij patiënten met griepachtige klachten die bij de huisarts zijn geweest voornamelijk RSV en rhinovirussen gevonden. In het begin van 2019 nam het aandeel influenzavirus toe. Deze winter kwam vooral influenza A-virussen en weinig influenza B-virus voor, terwijl het voorgaande jaar vooral een influenza B seizoen was. Van alle tot nu toe gevonden influenzavirussen afgenomen bij patiënten met griepachtige klachten bij de huisarts was 52% influenzavirus type A(H1N1)pdm09, 46% type A(H3N2) en 1% type B. Ook in andere Europese landen kwam dit griepseizoen vooral influenza A en weinig influenza B voor.

De epidemie in 2018/2019 was een milde griepepidemie. Het totaal aantal mensen dat zich in het seizoen met griepachtige klachten en met longontsteking bij de huisarts heeft gemeld, was dit seizoen lager dan in de vier vorige seizoenen. Ook de oversterfte was het afgelopen seizoen laag in vergelijking met de voorgaande twee winterseizoenen.

Monitoring sterftecijfers

Jaarlijks melden artsen in een beperkt aantal overlijdensgevallen influenza als primaire (onderliggende) doodsoorzaak van de overledene. Bij de directe aanleiding van het overlijden aan een andere doodsoorzaak kan influenza echter wel een rol gespeeld hebben, ook al staat dat niet vermeld op het overlijdenscertificaat. In samenwerking met het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek wordt op basis van de totale sterfte (alle doodsoorzaken) met statistische modellen geschat of er oversterfte is. Tijdens de griepepidemie in de winter van 2017/2018 is in Nederland de sterfte in de leeftijdsgroep 65 jaar en ouder sterk verhoogd ten opzichte van de sterfte die deze tijd van het jaar wordt verwacht. Vanaf week 50 in 2017 tot en met week 14 in 2018 was de totale sterfte (alle doordsoorzaken) sterk verhoogd in Nederland. Dit viel precies samen met de griepepidemie. Influenza is een van de mogelijke oorzaken van oversterfte, maar deze kan bijvoorbeeld ook worden veroorzaakt door een warme of een koude periode, of andere infecties.

Andere informatiebronnen