Dit gedeelte van de website bevat belangrijke informatie voor onderzoekers en medisch specialisten die een verzoek willen indienen tot het nader gebruik van restant hielprikmateriaal.

Verzoeken tot gebruik restant hielprikmateriaal

Verzoeken tot het gebruik van restant hielprikbloed kunnen worden verdeeld in vier categorieën:

  1. het gebruik van tot het kind herleidbaar hielprikmateriaal van een individueel kind voor nader diagnostisch onderzoek van het betreffende bloed;
  2. het gebruik van tot het kind herleidbaar hielprikmateriaal voor een wetenschappelijk onderzoeksproject;
  3. het gebruik van anoniem hielprikmateriaal voor een wetenschappelijk onderzoeksproject.
  4. verzoeken van ouders voor het opvragen van het restant hielprikmateriaal van hun kind(eren). 

Voor verzoeken tot gebruik van hielprikmateriaal voor nadere diagnostiek (categorie 1) kunt u direct contact opnemen met het referentielaboratorium van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, via neoscreen@rivm.nl. Lees voordat u een verzoek indient zorgvuldig de procedure verzoek nader gebruik hielprikmateriaal t.b.v. diagnostiek.

Verzoeken tot gebruik van hielprikmateriaal ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek (categorie 2 en 3) dienen te worden ingediend bij de Werkgroep Onderzoek Neonatale Hielprikscreening. Lees voordat u een verzoek indient zorgvuldig de procedure verzoek nader gebruik hielprikmateriaal t.b.v. wetenschappelijk onderzoek.

Ouders kunnen ook zelf het hielprikmateriaal van hun kind opvragen (categorie 4), bijvoorbeeld om in eigen beheer te bewaren of om het te (laten) vernietigen. Ouders kunnen hiervoor contact opnemen met het RIVM-DVPDienst Vaccinvoorziening en Preventieprogramma's. De contactgegevens hiervan zijn te vinden via www.rivm.nl/Onderwerpen/H/Hielprik/Contact. Meer informatie over verzoeken van ouders vindt u in de 'procedure verzoeken van ouders met betrekking tot hielprikmateriaal en hielprikgegevens'.

Vergaderdata Werkgroep Onderzoek

 
Vergaderdata Deadline in te leveren stukken
21 maart 2019 5 maart 2019
27 juni 2019 11 juni 2019
26 september 2019 10 september 2019
28 november 2019 12 november 2019

NB: agendering is onder voorbehoud en vindt plaats op volgorde van binnenkomst en compleetheid.

Algemene Voorwaarden

Het RIVM stelt per 15 juni 2017 voorwaarden aan het nader gebruik van hielprikmateriaal. Bij een verzoek voor restant hielprikmateriaal dienen de ‘Algemene Voorwaarden nader gebruik hielprikmateriaal’ te worden geaccepteerd, alvorens een verzoek in behandeling wordt genomen. Op het aanvraagformulier bij de betreffende procedures vindt u dit onderwerp terug.

Informed consent

Voor verzoeken uit categorie 1 en 2 dient de ouders om toestemming te worden gevraagd en verkregen. Aanbevolen wordt hiervoor gebruik te maken van de toestemmingsverklaring die het RIVM hiervoor heeft ontwikkeld.

Voor categorie 1 maakt u gebruik van het toestemmingsformulier voor diagnostiek.

Voor categorie 2 maakt u gebruik van het toestemmingsformulier voor onderzoek. Vraag de ouders pas om toestemming nadat het projectvoorstel door de Werkgroep Onderzoek is beoordeeld. Mocht u gebruik willen maken van een eigen toestemmingsverklaring, bijvoorbeeld in verband met een WMOWet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen-plichtig onderzoek, dan dient deze tenminste te expliciteren:

  • De reden waarvoor het hielprikmateriaal wordt opgevraagd
  • (Indien van toepassing) Titel van het onderzoek
  • Voor- en achternaam kind
  • Geboortedatum kind
  • Geboorteplaats kind
  • Huidig woonadres kind
  • Naam en handtekening ouders/voogd (inclusief datum en plaats)

Het komt voor dat er twee kinderen met dezelfde voor- en achternaam worden geboren op dezelfde dag. Daarom is het belangrijk dat meerdere identificerende gegevens verstrekt worden.

De RIVM-format toestemmingsformulieren bevatten gemarkeerde velden. Deze dienen door de onderzoeker of medisch specialist te worden ingevuld voordat het formulier wordt ingevuld door de ouders/voogd.

Verzoek langer bewaren hielprikmateriaal tot 16 jaar

Hielprikmateriaal wordt standaard een jaar bewaard voor kwaliteitsborging. Daarna nog vier jaar voor anoniem wetenschappelijk onderzoek, als ouders daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt. Wetenschappelijk onderzoek met hielprikmateriaal kan ook na deze periode nog nieuwe informatie opleveren over het voorkomen en behandelen van ziektes. Het kan daarom nuttig zijn voor de volksgezondheid om hielprikmateriaal langer te bewaren. Het kan dan langer beschikbaar worden gesteld voor (anoniem) wetenschappelijk onderzoek.

Voor een dergelijk verzoek dient ouders om toestemming te worden gevraagd. Maak hiervoor gebruik van de informatiebrief en het toestemmingsformulier bewaren tot 16 jaar. Doet u het verzoek in combinatie met een verzoek tot gebruik hielprikmateriaal, gebruik dan het toestemmingsformulier voor het verzoek tot gebruik hielprikmateriaal waarin u de tekst over langer bewaren (gemarkeerd teskstveld) laat staan.

Het toestemmingsformulier dient te worden ondertekend door de gezaghebbende ouders/voogd en te worden verstuurd aan het referentielaboratorium via neoscreen@rivm.nl.