De hygiënerichtlijn voor arrestantenverblijven is voor het laatst volledig herzien in 2015. Tussentijdse wijzigingen sinds de laatste herziening staan aangegeven in de Verantwoording.

De reinigingsschema’s bij deze richtlijn kunt u hier downloaden als Word-document. Voor het maken van een checklist of rapport kunt u gebruik maken van de normenlijst.

 

1 Inleiding

In deze inleiding staat voor wie de richtlijn voor arrestantenverblijven is geschreven en wat het doel van de hygiëne-eisen is. Ook wordt er uitgelegd waarom hygiëne belangrijk is. Daarnaast vindt u een leeswijzer als ondersteuning bij het vinden van specifieke informatie. Met de term ‘arrestantenverblijven’ worden zowel cellen op politiebureaus als cellencomplexen bedoeld. 

Voor wie is deze hygiënerichtlijn?

Deze richtlijn is een hulpmiddel om de hygiëne in een arrestantenverblijf vorm te geven. In de eerste plaats is deze richtlijn geschreven voor teamchefs, omdat zij direct verantwoordelijk zijn voor een goede hygiëne binnen hun arrestantenverblijf. Sommige onderwerpen in deze richtlijn zijn relevant voor alle medewerkers, andere alleen voor een bepaalde dienst, zoals de facilitaire dienst. Het is aan de teamchefs om de informatie onder de juiste medewerkers te verspreiden. Als ondersteuning voor teamchefs zijn kant-en-klare instructies opgenomen voor uitvoerend medewerkers. 

Wat is het doel van deze richtlijn?

Deze richtlijn geeft een overzicht van de hygiëne-eisen waar arrestantenverblijven aan moeten voldoen. U vindt in dit document zowel richtlijnen over de bouw, inrichting en schoonmaak van het pand, als richtlijnen die direct te maken hebben met de hygiënische uitvoering van handelingen zoals legionellapreventie, dierplaagbeheersing en de verwerking van huishoudelijk afval. De maatregelen in deze richtlijn gelden in de dagelijkse situatie. In het geval van (een uitbraak van) een specifieke infectieziekte kan uw regionale GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst aanvullende maatregelen voorschrijven. 

Arrestanten worden opgehouden in het arrestantenverblijf. Het is de taak van de organisatie om het infectierisico tijdens hun verblijf zo klein mogelijk te maken. Een goed hygiënebeleid is hiervoor nodig. 

Hygiëne en ziekteverwekkers

Een goede hygiëne voorkomt de verspreiding van micro-organismen. Voorbeelden van micro-organismen zijn bacteriën, virussen en schimmels. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, in lichaamsvloeistoffen zoals bloed en sperma, op meubelen en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige kunnen ziekten veroorzaken.

Door contact tussen mensen kunnen deze ziekteverwekkers zich van de ene mens naar de andere verspreiden. Als ze zich vervolgens in het lichaam vermenigvuldigen, kan iemand ziek worden. Zulke ziektes noemen we infectieziekten.

Of een besmetting uitgroeit tot een infectie, heeft met verschillende dingen te maken:

  • de hoeveelheid ziekteverwekker waarmee iemand besmet is;
  • hoe gemakkelijk de ziekteverwekker mensen ziek maakt;
  • iemands lichamelijke conditie. De een wordt ziek, de ander voelt zich niet lekker en een derde heeft nergens last van.

Hoe verspreiden ziekteverwekkers zich?

Ziekteverwekkers verspreiden zich op de volgende manieren:

  • via de handen;
  • door de lucht (via druppels door hoesten, huidschilfers of stof);
  • via voedsel en water;
  • via voorwerpen als wc’s en deurklinken;
  • via lichaamsvloeistoffen (bloed, ontlasting, braaksel, speeksel enzovoorts);
  • via dieren, zoals huisdieren en insecten.

Hygiëne voorkomt ziekte

Infectierisico’s beperkt u in de eerste plaats door een goede hygiëne. Alle regels in deze richtlijn hebben hiermee te maken.

In de basis is hygiëne niet meer dan het volgende:

  • Breng wat vuil is niet in contact met wat schoon is. En andersom.
  • Maak schoon wat vuil is of gooi het weg.
  • Je kunt niet altijd aan de buitenkant beoordelen of iets vuil of schoon is.
  • Alles begint en eindigt met handenwassen.

Leeswijzer

Elk hoofdstuk en elke paragraaf begint met een korte inleidende tekst. Hierin leest u waarom het onderwerp belangrijk is. Daarna volgt een opsomming van de hygiënenormen. 

Hygiënenormen

  • De hygiënenormen staan in een geel kader. Dit zijn de minimale eisen aan een goed hygiënebeleid. U mag hier alleen van afwijken als u een vergelijkbaar of beter alternatief toepast. Beargumenteer deze afwijking dan in uw hygiënebeleid.

Tips

  • Tips herkent u aan de schuingedrukte tekst in een grijs kader. Deze punten zijn vrijblijvend. Maar als u de tips opvolgt, werkt u hygiënischer.

In hoofdstuk 5 vindt u schoonmaakschema’s en instructies voor uitvoerend medewerkers. De schoonmaakschema’s en de instructies handhygiëne kunt u downloaden als Word-document; ze zijn zoveel mogelijk op losse pagina’s geplaatst, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten en ophangen. 

2 Algemene hygiëne

In dit hoofdstuk vindt u algemene informatie over hygiënisch handelen. Specifieke informatie over schoonmaken en desinfecteren staat in hoofdstuk 3.

Voor een optimale hygiëne is het niet alleen belangrijk dat uw medewerkers weten hoe ze moeten werken, maar ook waarom ze dat moeten doen.

Hygiënenormen

  • Zorg dat uw medewerkers goed weten hoe infectieziekten worden overgebracht én wat ze hier tegen kunnen doen.

2.1 Persoonlijke hygiëne van medewerkers

Medewerkers en arrestanten hebben regelmatig contact met elkaar. Hierbij kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijk verspreiden via de handen, kleding en gedeelde materialen. Een goede persoonlijke hygiëne verkleint het infectierisico. 

Schone handen

Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. De handen krijgt u schoon door ze te wassen met water en vloeibare zeep of ze in te wrijven met een handdesinfecterend middel. 

Hygiënenormen

  • Was uw handen met water en vloeibare zeep als ze zichtbaar vuil zijn. Gebruik dan geen handdesinfecterend middel; door zichtbaar vuil vermindert de werking. 
  • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast of desinfecteert. 
    De handen worden voldoende schoon als u alleen wast of desinfecteert. Doe het dus niet beide, direct na elkaar; uw huid droogt dan meer uit en beschadigt sneller.
  • Was of desinfecteer uw handen volgens de instructies in paragraaf 5.2.
  • Maak uw handen schoon:
    • na een toiletbezoek;
    • voor en na het bereiden of toedienen van eten;
    • na contact met lichaamsvocht zoals sperma, speeksel, braaksel, urine, ontlasting, wondvocht of bloed;
    • na medische en verpleegkundige handelingen;
    • na schoonmaakwerkzaamheden;
    • na het uitrekken van handschoenen;
    • na hoesten, niezen of het snuiten van de neus.
      Dit is ook belangrijk als u een zakdoek hebt gebruikt. Ziekteverwekkers kunnen namelijk door de zakdoek heen op uw handen komen
  • Gebruik alleen handdesinfecterende middelen die zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides. Zie paragraaf 3.4.

Beschermende middelen voor medewerkers

Om het infectierisico te verkleinen, moeten medewerkers in sommige gevallen persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn plastic schorten, handschoenen en gezichtsschermen die beschermen tegen spugen. Geef uw medewerkers de volgende instructies: 

Hygiënenormen

  • Trek dagelijks schone (dienst)kleding aan. Trek ook schone kleding aan als de kleding zichtbaar vervuild is met lichaamsvloeistoffen. Hiervoor moet dus een reservesetje (privé- of dienst)kleding aanwezig zijn.
  • Draag beschermende kleding wanneer uw gewone kleding in contact kan komen met lichaamsvloeistoffen. Hierbij loopt u een verhoogd risico om met ziekteverwekkers besmet te raken.
    Bijvoorbeeld bij het schoonmaken van een cel die vervuild is met bloed, ontlasting of braaksel
  • Draag handschoenen wanneer uw handen in aanraking kunnen komen met lichaamsvloeistoffen. Dit is bijvoorbeeld bij:
    • het sorteren van de vuile was;
    • het schoonmaken of desinfecteren van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op zitten;
    • het verlenen van medische zorg.
  • Gebruik in bovenstaande gevallen alleen handschoenen:
    • die gemaakt zijn van poedervrije latex of nitril;
    • die voldoen aan de NENNederlandse norm over informatiebeveiliging in de zorg normen EN 420, EN 455 en EN 374. Deze normen moeten op de verpakking zichtbaar zijn;
    • uit een verpakking waarop een CEConformité Européenne-markering staat (zie afbeelding);
      logo CE-markering
    • uit een verpakking waarop de naam en het adres van de producent staat. Als dit geen adres binnen de EUEuropean Union is, moet ook de naam en het adres van de EU-vertegenwoordiger vermeld zijn. 
  • Heeft u een latexallergie type I of vermoedt u dat u allergisch bent? Gebruik dan nitril. Raadpleeg bij twijfel uw arts.
  • Gebruik latex en nitril handschoenen eenmalig en verwissel ze per arrestant. Trek deze handschoenen na gebruik direct binnenstebuiten uit, zonder hierbij uw polsen aan te raken, en gooi ze weg.
  • Raak zo min mogelijk deurklinken, telefoons en andere apparaten en materialen aan wanneer u latex of nitril handschoenen draagt. Dit om besmetting van de handschoenen of van de omgeving te voorkomen.
  • Draag bij het fouilleren van arrestanten extra stevige, snijbestendige handschoenen. Dit om het risico op een prikaccident te verkleinen.
  • Draag mondneusmaskers en gezichtsschermen die beschermen tegen spugen volgens protocol of op aanwijzing van de leidinggevende, een arts of de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst.

2.2 Bescherming tegen bloedoverdraagbare ziekten

In arrestantenverblijven kunnen incidenten plaatsvinden waarbij een arrestant of medewerker zich verwondt. Wanneer hierbij bloed of wondvocht van een arrestant in aanraking komt met het bloed of de slijmvliezen van een medewerker of andere arrestant, bestaat de kans dat zij een bloedoverdraagbare ziekte oplopen. Voorbeelden van zulke ziekten zijn hepatitis B, hepatitis C en aids. Medewerkers kunnen zich alleen goed tegen infectieziekten beschermen als ze weten welke maatregelen daarvoor nodig zijn. Het is dus belangrijk hen hierover in te lichten.

Prik-, snij-, bijt- en spataccidenten

In een arrestantenverblijf kunnen prik-, snij-, bijt- en spataccidenten plaatsvinden. Hier spreekt men van als het bloed of de slijmvliezen van een medewerker of arrestant in contact komt met bloed, wondvocht of de slijmvliezen van een ander. Bij zo’n accident kunnen ziekteverwekkers worden overgedragen, zoals het hepatitis B of C virus en hiv. Bij een bijt- of krabaccident lopen zowel de bijter/krabber als de degene die gebeten of gekrabd is het risico om besmet te worden door de ander.

Door een protocol voor prik-, snij-, bijt- en spataccidenten dat bekend is bij de medewerkers, verkleint u de kans dat medewerkers of arrestanten bij zo’n accident een infectieziekte oplopen.

Hygiënenormen

  • Ontwikkel een protocol voor prik-, snij-, bijt- en spataccidenten en stel uw medewerkers hiervan op de hoogte.

In dit protocol moet in ieder geval het volgende staan:

  • Bij bloed-bloed- of bloed-slijmvliescontact (bijvoorbeeld wanneer bloed in het oog is gespat) moeten zo snel mogelijk de volgende stappen worden genomen:
    • Laat een wondje goed doorbloeden.
    • Spoel het wondje of het slijmvlies met water of fysiologisch zout.
    • Ontsmet een wondje (slijmvliezen niet) met een wonddesinfecterend middel met een RVGRegister Verpakte Geneesmiddelen- of EUEuropean Union -nummer1 (bijvoorbeeld betadine jodium).
    • Dek een wondje zo nodig af.
    • Neem direct hierna contact op met de arts of instantie die volgens uw lokale protocol het accident moet behandelen. Deze arts maakt vervolgens een inschatting van de risico's en bespreekt het te volgen beleid.
  • Noteer de volgende gegevens zodat de arts het risico op hivhumaan immunodeficientievirus en hepatitis B en C beter kan bepalen:
    • Medische informatie (indien bekend) over de personen die bij het accident zijn betrokken: wat is de vaccinatiestatus van de verwonde: is hij of zij gevaccineerd tegen hepatitis B en zo ja, is uit een titerbepaling gebleken dat er voldoende antistoffen zijn aangemaakt? En wat is er bekend over de bron: is hij/zij besmet met hepatitis B of C virus of hiv, vertoont hij of zij risicogedrag (zoals intraveneus drugsgebruik)?
    • Het type verwonding (bijv. prik- of bijtwond).
    • De plaats van de verwonding op het lichaam.
    • Het materiaal waarmee iemand verwond is (het type naald in het geval van een prikaccident).
    • De handeling die er, in geval van een prikaccident, met de naald is uitgevoerd.

1 Een RVG- of EU-nummer geeft aan dat het middel als geneesmiddel geregistreerd is in Nederland (RVG-nummer) of heel Europa (EU-nummer).

Vaccinaties

Op basis van de Arbowet is de werkgever verplicht om personeel te beschermen tegen een infectie met hepatitis B, bijvoorbeeld door het aanbieden van vaccinatie. Dit valt echter buiten de reikwijdte van deze richtlijn. Zie voor meer informatie onder andere het Arbobesluit, art. 4.85 en www.kiza.nl.

Omgaan met scherp afval

Bij het verlenen van medische zorg of het injecteren van medicijnen kunnen scherpe materialen zoals naalden of mesjes worden gebruikt. Omdat deze materialen tijdens het gebruik besmet kunnen raken met ziekteverwekkers van arrestanten, gelden de onderstaande eisen. Door u hieraan te houden, verkleint u de kans op een prikaccident. 

Hygiënenormen

  • Gebruik veilige naaldsystemen met een ingebouwde beveiliging.
    Opmerking: alhoewel deze naaldsystemen wettelijk verplicht zijn (zie Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 4.97), zijn op het moment van publicatie van deze richtlijn nog niet alle naalden in een veilige uitvoering verkrijgbaar. Tot het moment dat alle naaldsystemen zijn vervangen, geldt: voer, waar mogelijk, de veilige naaldsystemen in.
  • Zet hoesjes nooit terug op de naald. 
    Bij het terugzetten van hoesjes op de naald, is er een verhoogde kans dat u zichzelf aan de naald prikt.
  • Gooi naalden en andere scherpe wegwerpinstrumenten die de huid of slijmvlies doorboren, direct na gebruik (zonder hoesje) in een naaldcontainer. Naalden mag u niet hergebruiken! Gooi het scherpe afval nooit in een gewone afvalemmer.
  • Gebruik alleen naaldcontainers met:
    • het UNUnited Nations-keurmerk (zie afbeelding);
      logo UN-keurmerk
      Dit keurmerk geeft aan dat de container voldoet aan de eisen voor vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg.
    • het juiste UN-nummer;
      Dit nummer geeft aan wat de inhoud van de naaldcontainer is. UN 2814 staat voor ‘infectieuze stof, gevaarlijk voor mensen’ en UN 3291 staat voor ‘ziekenhuis- of medisch afval, ongespecificeerd’.
    • een biohazardteken (zie afbeelding);
      logo biohazard
      Dit teken geeft aan dat de naaldcontainer stoffen met een infectierisico bevat (klasse 6.2).
  • Zorg dat de naaldcontainer tijdens het prikken of snijden binnen handbereik staat.
  • Zorg dat het deksel van de naaldcontainer goed vast zit.
    Het deksel zit stevig vast wanneer u bij het aandrukken van de hoeken bij elke hoek een duidelijke klik heeft gehoord. Er zit dan geen speling meer in het deksel.
  • Vervang naaldcontainers wanneer ze tot de maximale vullijn vol zitten. Sluit het deksel en lever de volle naaldcontainer in volgens het protocol van uw instelling. Zet direct een nieuwe naaldcontainer neer.

Volle naaldcontainers vallen in de categorie ‘ziekenhuisafval’. Aan de afvoer van ziekenhuisafval zijn bij wet eisen gesteld (zie hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer). Zo mag u uw containers alleen inleveren bij inzamelaars die een zogeheten VIHB-nummer hebben. Op www.niwo.nl kunt u een lijst met goedgekeurde inzamelaars vinden.2  

2 Zoek hiervoor op ‘VIHB-lijst’ en klik vervolgens op ‘Raadplegen VIHB-lijst (bedrijfsafval en gevaarlijk afval)’.

2.3 Wasgoed

Het meeste wasgoed wordt uitbesteed aan een externe partij. Uitzondering hierop vormt de kleding van arrestanten. Wanneer deze erg vervuild is, wordt dit wel eens gewassen in het arrestantenverblijf. Omdat vuile was besmet kan zijn met ziekteverwekkers, gelden de volgende eisen wanneer u kleding van arrestanten wast in uw arrestantenverblijf: 

Hygiënenormen

  • Houd schone en vuile was gescheiden.
  • Verzamel en verplaats vuile was in een gesloten wasmand of -zak. Pers bij het sluiten geen lucht uit de zak.
    Wanneer u er lucht uitperst kunnen eventuele ziekteverwekkers op het wasgoed opdwarrelen in uw gezicht.
  • Draag handschoenen bij het sorteren van de vuile was.
  • Was volgens wasvoorschriften. Gebruik geen verkorte wasprogramma’s.
  • Gebruik een totaalwasmiddel; een fijnwasmiddel of een wasmiddel voor speciale kleuren werkt onvoldoende.

Tips

  • Droog de was in een wasdroger.
  • Zorg voor een overzichtelijk breng- en ophaalsysteem van het wasgoed, zodat schone en vuile was niet met elkaar in contact kan komen.

2.4 Huishoudelijk afval

Afval kan een bron van ziekteverwekkers zijn. Bovendien trekt afval plaagdieren aan. Daarom moet de opslag en afvoer van afval aan bepaalde eisen voldoen. Deze paragraaf gaat over huishoudelijk afval. Hoe u met scherp afval zoals naalden moet omgaan, staat in paragraaf 2.2. Zie het beleid van uw arrestantenverblijf voor de eisen aan overig afval, zoals klein chemisch afval. 

Huishoudelijk afval is het afval dat dagelijks in een arrestantenverblijf wordt geproduceerd, met uitzondering van grofvuil, bouw- en sloopafval en klein gevaarlijk afval. Denk bijvoorbeeld aan etensresten, oud papier en verpakkingsmaterialen. 

Hygiënenormen

  • Leeg afvalemmers minstens één keer per dag. Sluit de zakken goed en bewaar ze in gesloten afvalcontainers. Stal deze containers niet in een ruimte waar ook schone materialen staan opgeslagen.
  • Pers bij het sluiten geen lucht uit de afvalzak.
    Wanneer u er lucht uitperst kunnen eventuele ziekteverwekkers uit de afvalzak opdwarrelen in uw gezicht.
  • Verschoon damesverbandcontainers in de damestoiletten dagelijks. Worden de containers geleegd door een leverancier? Spreek dan met hem een geschikte termijn af.
  • Verzamel etensresten direct na het gebruik van maaltijden in afsluitbare afvalbakken.
  • Houd de opslagplaats schoon, zodat er geen ratten of andere plaagdieren op afkomen. Plaats geen afval naast afvalcontainers. Zorg dat het afval wordt opgehaald voordat een container vol is.

2.5 Binnenmilieu

Het binnenmilieu wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Bijvoorbeeld de temperatuur, de luchtvochtigheid en de hoeveelheid zuurstof in de ruimte. Een gezond binnenmilieu met droge, zuurstofrijke lucht vermindert de kans op hoofdpijn, concentratieproblemen, slaperigheid, allergieën, infecties en andere lichamelijke klachten. Bovendien groeien huisstofmijten en schimmels minder snel in een droge omgeving. 

In deze paragraaf vindt u maatregelen die bijdragen aan een gezond binnenmilieu in de arrestantenverblijven.

Tips

  • Twijfelt u over de kwaliteit van het binnenmilieu omdat er bijvoorbeeld schimmelvorming zichtbaar is of hebben mensen klachten die veroorzaakt kunnen worden door een ongezond binnenmilieu? Dan kan de afdeling medische milieukunde of milieu & gezondheid van uw GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst u advies geven (eventueel tegen uurtarief).

Luchten en ventileren

De binnenlucht raakt door aanwezigheid van mensen, dieren en bepaalde materialen vervuild met vocht, geurstoffen en andere vervuilingen zoals ziekteverwekkers. 

Bij ventileren gaat vervuilde lucht naar buiten en komt frisse lucht voortdurend naar binnen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door ventilatieroosters open te houden. Of misschien heeft het pand mechanische ventilatie. Hierbij wordt actief lucht weggezogen uit het pand, waardoor verse buitenlucht via ventilatieroosters naar binnen stroomt. Een mechanisch ventilatiesysteem werkt alleen goed als de roosters, ventielen en filters regelmatig worden schoongemaakt (of in het geval van filters van grotere systemen: worden vervangen) en de motor van het ventilatiesysteem jaarlijks en de kanalen vijfjaarlijks worden onderhouden (zie het schoonmaakschema in paragraaf 5.1). 

Luchten is het korte tijd (ongeveer tien minuten) openzetten van alle ramen en deuren in de ruimte. Hierdoor worden vervuilingen en vocht in de lucht snel afgevoerd naar buiten. 

Luchten is geen vervanging voor ventilatie, beide zijn belangrijk. Maar daar waar luchten van een ruimte niet mogelijk is, bijvoorbeeld in een cel, hoeft u alleen te ventileren. 

Hygiënenormen

  • Zorg voor een goed werkend ventilatiesysteem. Ventileer alle ruimtes 24 uur per dag.
  • Lucht ruimtes zo mogelijk minstens één keer per dag.
  • Heeft u een mechanisch ventilatiesysteem? Voer dan onderhoud uit volgens de aanwijzingen in het schoonmaakschema ‘Algemeen’ in paragraaf 5.1.

Tips

  • Zet de celdeur even open als de arrestant niet aanwezig is, om de ruimte te luchten.

Temperatuur- en vochtbalans

Naast luchten en ventileren is de temperatuur in uw pand van invloed op de kwaliteit van het binnenmilieu. Een temperatuur van 15 °C of lager bevordert condensvorming, waardoor schimmels en huisstofmijten makkelijker groeien. Bij te hoge temperaturen in het pand kunnen mensen uitdrogingsverschijnselen krijgen. 

Hygiënenormen

  • Stel de temperatuur overdag in op ongeveer 20 °C.
  • Voorkom dat de temperatuur lager dan 15 °C wordt.

2.6 Legionellapreventie

In waterinstallaties kan de legionellabacterie groeien. Deze bacterie is alleen gevaarlijk bij inademing. Dit risico ontstaat als water wordt verneveld, bijvoorbeeld bij een douche, sierfontein of whirlpool. In de kleine waterdruppeltjes (aerosolen) die hierbij vrijkomen, kan de legionellabacterie zitten. Bij inademing kan deze bacterie legionella-longontsteking veroorzaken. Maar dit komt niet vaak voor en meestal alleen bij mensen met een verminderde weerstand.

Alleen onder bepaalde omstandigheden kunnen legionellabacteriën zich vermeerderen. Risicofactoren hiervoor zijn:

  • een watertemperatuur tussen de 20 en 50 °C. Bij deze temperatuur kunnen de bacteriën zich vermenigvuldigen;
  • de aanwezigheid van biofilm op bijvoorbeeld de binnenwand van leidingen en baden. Een biofilm is een slijmlaagje dat onder andere bestaat uit protozoa (eencellige organismen). Legionellabacteriën vermeerderen zich in deze protozoa;
  • plekken waar water (tijdelijk) stil kan staan of waar hetzelfde water meerdere malen langs komt. Op deze plaatsen kan sneller biofilm worden gevormd.

Legionellapreventie richt zich op het beheersen of verwijderen van bovenstaande risicofactoren. Factoren die hierbij helpen zijn:

  • watertemperaturen onder de 20 °C, of tussen 20 en 25 °C als het water goed kan doorstromen en niet langer dan een week stilstaat;
  • watertemperaturen boven de 50 °C;
  • een goede doorstroming en een korte verblijftijd van het water.

Er bestaat verschillende regelgeving op het gebied van legionellapreventie. Voor arrestantenverblijven zijn eisen aan legionellapreventie vastgelegd in:

  • Hoofdstuk 4 van het Drinkwaterbesluit en de bijbehorende ‘Regeling legionellapreventie in drinkwater en warm tapwater’. Deze regelgeving is van toepassing op drinkwaterinstallaties3.
  • Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim, ook wel ‘Activiteitenbesluit’ genoemd), art. 3.16a en 3.16b, en de Activiteitenregeling, art. 3.16a. Deze artikelen zijn van toepassing op natte koeltorens.
  • De Arbowet, art. 5, en het Arbobesluit, art. 4.85, 4.87a en 4.87b. Hieruit volgt dat medewerkers zo min mogelijk blootgesteld mogen worden aan waterinstallaties waarmee legionellabacteriën kunnen worden verspreid. Deze Arbowetgeving valt buiten het bereik van deze richtlijn, en wordt hier niet verder toegelicht.

3 Drinkwaterinstallatie: het geheel van leidingen, fittingen, toestellen en tappunten na de watermeter, aangesloten op het leidingnet van een drinkwaterbedrijf of collectieve watervoorziening, of op een collectief leidingnet.

Legionellapreventie volgens het Drinkwaterbesluit en het Activiteitenbesluit

Het Drinkwaterbesluit en het Activiteitenbesluit hebben als doel de groei van legionellabacteriën en verspreiding via aerosolen te voorkomen. Alhoewel specifieke regelgeving per besluit verschilt, zijn er ook belangrijke overeenkomsten:

Hygiënenormen

  • Laat voor uw waterinstallatie(s) een legionellarisicoanalyse uitvoeren wanneer u onder een van deze besluiten valt.
    Met deze analyse wordt bepaald waar verneveling optreedt in de waterinstallatie, en of er factoren zijn waardoor legionellabacteriën kunnen groeien. Als legionellagroei mogelijk is, moet worden vermeld welke risicofactoren kunnen worden weggenomen door aanpassingen aan uw installatie (‘correctieve maatregelen’ genoemd) en welke factoren moeten worden beheerst.
  • Stel op basis van de risicoanalyse een beheersplan op. Hierin staan de maatregelen die u moet nemen om de groei van de bacteriën te beheersen, en welke controles u moet uitvoeren.
  • Laat de risicoanalyse en het beheersplan voor uw drinkwaterinstallatie uitvoeren door een BRLbeoordelingsrichtlijn 6010-gecertificeerd bedrijf. Voor de overige installaties is dit niet verplicht, maar wel aanbevolen.
  • Voer de maatregelen en controles uit het beheersplan uit.
  • Houd een logboek bij van alle maatregelen en controles.
  • Bovenstaande eisen zijn een samenvatting van de overeenkomsten in regelgeving. Ga in de betreffende regelgeving na aan welke aanvullende eisen u moet voldoen.

2.7 Eten en drinken

Arrestantenverblijven zijn wettelijk verplicht4 om de kans te verkleinen dat medewerkers en arrestanten ziek worden van bedorven eten en drinken. In Hygiënecodes staan voedselveiligheidsmaatregelen die voor alle stadia van voedselverwerking gelden: van het kopen of ontvangen tot het bewaren, het bereiden en het serveren van eten en drinken. Hygiënecodes zijn een praktische uitwerking van de HACCP (Hazard Analysis Critical Control Points; een systeem om de voedselveiligheid te beheersen). Als u volgens een Hygiënecode werkt, voldoet u automatisch aan de wettelijke voorschriften van voedselveiligheid. 

4 Voor een overzicht van relevante regelgeving, zie: http://www.vwa.nl/onderwerpen/regels-voor-ondernemers-eten-en-drinken/dossier/haccp/regelgeving.

Basisprincipes van voedselveiligheid

Voedselveiligheidsmaatregelen zijn gebaseerd op drie basisprincipes: beheersing van de temperatuur, netheid en controle van de houdbaarheid. 

Beheersing van de temperatuur

De temperatuur van gekoelde of diepvriesproducten beïnvloedt de voedselveiligheid. Hoe kouder deze producten worden bewaard, hoe minder kans ziekteverwekkers hebben om uit te groeien. Bij hoge temperaturen worden veel ziekteverwekkers juist gedood. Daarom gaan veel regels in de Hygiënecode over de temperatuur eisen. Zo mag de temperatuur in een koelkast niet hoger zijn dan 7 °C, of bij opslag van gevogelte en vis niet hoger dan 4°C en moet rauw vlees tot minstens 75 °C worden verhit.

Netheid

Via vuile handen en vuile materialen (zoals keukenspullen, de koelkast of andere etenswaren) kan voedsel besmet raken met ziekteverwekkers. Daarom staan er in de Hygiënecode zowel eisen die gesteld worden aan de persoonlijke hygiëne van mensen die werken met voedsel als regels gericht op de schoonmaak van materialen en werkruimtes. 

Houdbaarheid

Al het voedsel is bederfelijk. Daarom is het controleren en garanderen van de houdbaarheid van producten een belangrijk aspect van voedselveiligheid.

Alle regels in Hygiënecodes zijn gericht op deze principes.

Hygiënecodes

Door te werken volgens een Hygiënecode, voldoet u automatisch aan de wettelijke voorschriften van voedselveiligheid. Hygiënecodes die u kunt gebruiken zijn:

Niet alle processen die beschreven worden in deze Hygiënecodes zijn van toepassing op arrestantenverblijven. Een voorbeeld is de bereiding van rauwe producten. De onderdelen die niet van toepassing zijn, kunt u overslaan.

Hygiënenormen

  • Bepaal volgens welke Hygiënecode er op uw locatie wordt gewerkt. Zorg dat de gekozen code alle voedselprocessen in uw centrum dekt.
  • Zorg dat iedereen die betrokken is bij voedselprocessen volgens de Hygiënecode werkt. 
    In paragraaf 5.3 vindt u een instructie die u kunt meegeven aan medewerkers die met eten en drinken werken.

Tips

  • Laat uw keuken één keer per jaar controleren op hygiëne en HACCP door een extern bureau (bijvoorbeeld de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst).

De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWANederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) kan steekproefsgewijs controleren of u de regels uit uw code naleeft.

2.8 Dierplaagbeheersing

Ratten, muizen, duiven en kakkerlakken zijn voorbeelden van dieren die niet alleen overlast en schade geven, maar ook infectieziekten kunnen overdragen of allergieën veroorzaken. Om de medewerkers en arrestanten hiertegen te beschermen, is een goede dierplaagbeheersing nodig. Hierbij moet de beheersing zich in de eerste plaats richten op het voorkómen van dierplagen door wering, en pas in de tweede plaats op bestrijding. Deze benadering van dierplaagbeheersing wordt ook wel Integrated Pest Management (IPM) genoemd. 

Maatregelen om plaagdieren te weren richten zich op het voorkomen of beperken van:

  • plekken waar plaagdieren kunnen binnenkomen, schuilen of nestelen;
  • de aanwezigheid van water en voedsel(resten).

Deze maatregelen zijn onder te verdelen in technisch-bouwkundige, hygiënische en bedrijfsmatige maatregelen. Technisch-bouwkundige maatregelen zijn bijvoorbeeld horren plaatsen, kieren en gaten dichten en wild struikgewas (waar dieren in kunnen schuilen) rondom het gebouw verwijderen. Een goede schoonmaak en het bewaren van eten in afsluitbare bakken of potten zijn voorbeelden van hygiënische maatregelen. Onder bedrijfsmatige maatregelen valt onder andere het controleren van binnenkomende producten op (sporen van) plaagdieren. 

Hygiënenormen

  • Beheers dierplagen op uw locatie volgens de IPM-benadering. Schakel zo nodig hulp in van een dierplaagbeheerser die volgens deze methode werkt.
  • Stel een dierplaagbeheersplan op.
  • Evalueer minimaal jaarlijks of de maatregelen uit uw dierplaagbeheersplan nog worden uitgevoerd en effectief zijn.
  • Houd de getroffen maatregelen bij in een logboek.
  • Schakel bij overlast een deskundige dierplaagbestrijder in. Gebruik zelf geen bestrijdingsmiddelen.

3 Schoonmaken en desinfecteren

In vuil en stof kunnen ziekteverwekkers zitten. Door regelmatig schoon te maken, haalt u ook veel ziekteverwekkers weg. Hierdoor verkleint u de kans op ziekte. 

Er is een verschil tussen schoonmaken en desinfecteren. Schoonmaken is stof en vuil verwijderen, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen. Zo raakt u ook de meeste ziekteverwekkers in het stof of vuil kwijt. Maar om bijvoorbeeld ziekteverwekkers in bloedvlekken weg te krijgen moet u na het schoonmaken óók desinfecteren. Door te desinfecteren, doodt u de overgebleven ziekteverwekkers tot een aanvaardbaar niveau.

3.1 Schoonmaakregels en -technieken

Er komt veel kijken bij een goede schoonmaak. Als er verkeerd wordt schoongemaakt, kunnen er ziekteverwekkers achterblijven of zelfs verspreid worden.

Hygiënenormen

  • Geef iedereen die schoonmaakt instructie over de manier van schoonmaken en de middelen die ze hiervoor moeten gebruiken.
  • Maak eerst ‘droog’ (afstoffen, stofzuigen) schoon en daarna ‘nat’ (vochtig doekje, stomen, dweilen).
  • Maak schoon van ‘schoon’ naar ‘vuil’ en van ‘hoog’ naar ‘laag’.
  • Maak alleen schoon met middelen die ook daadwerkelijk als schoonmaakmiddel worden verkocht, zoals een allesreiniger. Gebruik de middelen volgens de instructies op de verpakking.
  • Draag latex of nitril handschoenen bij het schoonmaken van voorwerpen of oppervlakken waar lichaamsvloeistoffen op (kunnen) zitten. Kan uw kleding bij het schoonmaken in contact komen met lichaamsvloeistoffen? Draag dan ook een wegwerpschort. Gooi de handschoenen en het schort weg na het schoonmaken.

Tips

  • Laat een professioneel schoonmaakbedrijf schoonmaken.
  • Let tijdens het schoonmaken vooral op plekjes en voorwerpen die mensen veel aanraken, zoals kranen, lichtschakelaars, deurklinken en doorspoelknoppen.

3.2 Omgaan met schoonmaakmaterialen

Schoonmaakmaterialen moeten ook goed schoongemaakt, gedroogd en opgeruimd worden. In paragraaf 5.1 vindt u ook een specifiek schoonmaakschema voor de schoonmaakmaterialen.

Hygiënenormen

  • Vervang schoonmaakmaterialen en sopwater als deze zichtbaar vuil zijn en gebruik dagelijks schone materialen.
  • Was schoonmaakmaterialen zoals moppen en doeken na ieder gebruik. Worden de materialen in uw arrestantenverblijf gewassen (en wordt het dus niet uitbesteed aan een professioneel bedrijf), was ze dan op 60 °C. Laat ze daarna drogen, aan de lucht of in een wasdroger. Of gebruik wegwerpmaterialen en gooi die direct na gebruik weg.
  • Maak schoonmaakmaterialen die niet in de wasmachine kunnen en niet weggegooid worden, zoals emmers en trekkers, na gebruik schoon en spoel ze af met water. Maak de materialen daarna handmatig droog, laat ze drogen op een schone ondergrond of hang ze op om te drogen (trekkers). Laat natte schoonmaakmaterialen na gebruik nooit in emmers achter, om te voorkomen dat ziekteverwekkers uitgroeien.
  • Zijn de schoonmaakmaterialen die handmatig worden gereinigd, gebruikt bij het opruimen van bloed of andere lichaamsvloeistoffen met zichtbare bloedsporen? Dan moeten ze nadat ze zijn schoongemaakt ook worden gedesinfecteerd (zie paragraaf 3.4).
  • Vervang het filter van de stofzuiger zo vaak als de fabrikant voorschrijft.
  • Berg schoonmaakmaterialen en –middelen op in een opslagruimte.

Tips

  • Gebruik bij het dweilen verschillende emmers (bijvoorbeeld met aparte kleuren) voor schoon en vuil sopwater, en gebruik doeken in dezelfde kleur als de emmers. Maak de dweil of mop nat in de emmer met schoon sop, en spoel hem uit in de andere. Zo blijft sopwater langer schoon.
  • Gebruik microvezeldoeken volgens de instructies in paragraaf 5.4.
  • Gebruik zoveel mogelijk wegwerpmaterialen.

3.3 Schoonmaakschema’s gebruiken

Een schoonmaakschema voorkomt dat onderdelen worden overgeslagen.

Hygiënenormen

  • Werk volgens een schoonmaakschema. Beschrijf hierin hoe vaak elk onderdeel schoongemaakt moet worden en op welke manier. De schoonmaakschema’s in paragraaf 5.1 kunt u als basis gebruiken. 
    U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

Tips

  • Vink de schoonmaakwerkzaamheden af. Hierdoor ziet u snel wat er nog moet gebeuren. Dit is vooral handig als er door meerdere personen wordt schoongemaakt.
  • Wordt de schoonmaak door meerdere partijen uitgevoerd? Bijvoorbeeld door een extern schoonmaakbedrijf en medewerkers? Stel dan voor elke partij eigen schoonmaakschema’s op. Zo zijn de verantwoordelijkheden voor iedereen duidelijk.

    3.4 Desinfecteren

    In sommige gevallen is het schoonmaken van voorwerpen en oppervlakken onvoldoende en moet er na het schoonmaken ook worden gedesinfecteerd. Desinfectie is nodig wanneer een oppervlak of voorwerp vervuild is met bloed, en bij sommige infectieziekten. 

    Het kan zijn dat u het desinfecteren uitbesteedt aan een professioneel bedrijf. Of misschien desinfecteren uw medewerkers zelf. Wie het ook doet, zorg dat ze zich houden aan de volgende algemene regels: 

    Hygiënenormen

    • Let op: desinfecteer alleen als er éérst is schoongemaakt. Desinfecterende middelen werken onvoldoende als iets nog vuil of stoffig is.
    • Desinfecteer een oppervlak of voorwerp als er bloed of een andere lichaamsvloeistof met zichtbare bloedsporen op zit. Dit geldt ook als het bloed er al lang op zit; ook in oud bloed kunnen ziekteverwekkers overleven.
    • Hebben één of meer personen in uw arrestantenverblijf een (vermoedelijke) infectieziekte? Desinfecteer dan alleen als dit door een arts of uw GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst wordt aangeraden of als er in het protocol van uw arrestantenverblijf staat dat desinfectie nodig is.
    • Draag bij het desinfecteren altijd wegwerphandschoenen en was de handen na afloop met water en zeep. Draag ook een beschermend schort als uw kleding vervuild kan raken met het bloed.
    • Desinfecteer alleen met middelen die zijn toegelaten door het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides.  Zie ‘Toegelaten desinfecterende middelen voor oppervlakken en handen’ hieronder voor meer informatie.
    • Gebruik een desinfecterend middel altijd volgens de gebruiksaanwijzing.
    • Rook niet als u desinfecterende middelen gebruikt.

    Toegelaten desinfecterende middelen voor oppervlakken en handen

    Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of een desinfecterend middel goed werkt en veilig is. Ook stelt het Ctgb vast waarvoor het gebruikt mag worden. Een middel kan bijvoorbeeld alleen geschikt zijn voor het desinfecteren van de handen, en niet voor het desinfecteren van oppervlakken. Daarnaast zijn sommige middelen alleen effectief tegen sommige bacteriën, terwijl andere middelen ook virussen kunnen doden. 

    Middelen die door het Ctgb zijn toegelaten, zijn te herkennen aan een N-code op de verpakking (4 tot 5 cijfers gevolgd door ‘-N’, bijvoorbeeld: 12345 N). Daarnaast moet de fabrikant op de verpakking melden waarvoor het middel gebruikt mag worden.

    Middelen die zijn toegelaten, staan ook op de website van het Ctgb. Hoe u deze middelen op de website kunt vinden, staat in paragraaf 5.5. Op de website van het Ctgb is voor elk toegelaten middel het ‘Actueel gebruiksvoorschrift’ opgenomen. In dit gebruiksvoorschrift staat waarvoor het middel gebruikt mag worden en tegen welke micro-organismen het effectief is. Ook staat er hoe u het middel moet gebruiken. 

    Hygiënenormen

    • Gebruik alleen een desinfecterend middel dat door het Ctgb is toegelaten. Controleer in het actueel gebruiksvoorschrift dat het middel:
      • geschikt is voor het ‘materiaal’ (bijv. handen, harde oppervlakken) dat u wilt desinfecteren; en
      • effectief is tegen de micro-organismen die u wilt doden.
        Wilt u een oppervlak desinfecteren dat is verontreinigd met bloed? Zorg dan dat uw middel effectief is tegen virussen. Desinfecteert u vanwege een (uitbraak van een) infectieziekte? Bespreek dan met een arts of deskundige infectiepreventie of uw desinfectiemiddel geschikt is tegen de (mogelijke) ziekteverwekker.

    Let op: u mag een desinfecterend middel alleen gebruiken voor de toepassingen die in het gebruiksvoorschrift staan beschreven! Zie het onderstaande voorbeeld:

    • Voorbeeld:
      U heeft een desinfecterend middel waarmee u uw handen wilt desinfecteren. In het gebruiksvoorschrift staat alleen beschreven dat het middel geschikt is voor de desinfectie van harde oppervlakken. U mag dit middel dan niet voor uw handen gebruiken.

    Er zijn een aantal toegelaten middelen die in één handeling zowel schoonmaken als desinfecteren. Dit staat dan in het gebruiksvoorschrift. Gebruikt u zo’n middel? Dan is schoonmaken voordat u dit middel gebruikt uiteraard niet nodig.

    4 Bouw en inrichting

    In dit hoofdstuk vindt u de eisen aan de bouw en inrichting die nodig zijn om een goede persoonlijke hygiëne, schoonmaak en hygiënische omgang met materialen, producten en afval mogelijk te maken.

    Daarnaast zijn er eisen aan de inrichting van arrestantenverblijven vastgelegd in de ‘Regeling politiecellencomplex’. De eisen in deze regeling gaan niet over hygiëne en worden daarom niet verder besproken in deze richtlijn. U vindt de regeling op wetten.overheid.nl.

    4.1 Cellen

    Er bestaan verschillende soorten cellen. Politiebureau’s hebben alleen dagverblijven en, in sommige gevallen, dronkemanscellen. In cellencomplexen zijn daarnaast ook gewone cellen, observatiecellen en zachte cellen aanwezig. Welke hygiëne-eisen er gelden voor de bouw en inrichting, hangt af van het type cel.

    Dagverblijf

    Een dagverblijf is een ruimte waar een arrestant na aankomst tijdelijk verblijft in afwachting van verdere plaatsing of voorgeleiding. In dagverblijven kunnen meerdere arrestanten tegelijk verblijven. Er is geen toilet of drinkwatervoorziening.

    Hygiënenormen

    • Voorzie dagverblijven van gladde muren, vloeren en banken die goed schoon te maken zijn.

    Dronkenmanscel 

    De dronkenmanscel is bedoeld voor arrestanten die onder invloed zijn van alcoholhoudende drank. Deze arrestanten worden regelmatig gecontroleerd op doktersadvies. Dronkenmanscellen moeten zo worden ingericht dat ze eenvoudig schoon te maken zijn, mocht een arrestant overgeven of plassen in de cel. Er is geen toilet of drinkwatervoorziening.

    Hygiënenormen

    • Voorzie dronkenmanscellen van gladde muren en vloeren die goed schoon te maken zijn.
    • Zorg voor een matras met afwasbare matrashoes. 
      Matrassen zijn zo makkelijker en snel schoon bij de wisseling van arrestanten.

    Tips

    • Plaats een putje in de vloer, zodat urine hierin weg kan lopen.

    Gewone cel en observatiecel

    Los van de aanwezigheid van camera’s in een observatiecel, zijn een gewone cel en een observatiecel bijna identiek. Het verschil is dat een observatiecel niet voorzien is van een tafel en bed en dat de grond of wanden bekleed kunnen zijn met een zacht materiaal. Arrestanten die suïcidaal gedrag vertonen worden op doktersadvies in een observatiecel geplaatst. Deze observatiecel is uitgerust met een camera.

    In gewone en observatiecellen verblijft een arrestant een groot gedeelte van de dag. Hij of zij slaapt hier ook in. De ruimte kan dus snel vies worden. Let op de volgende hygiëne-eisen:

    Hygiënenormen

    • Voorzie de cellen van gladde muren en vloeren die goed schoon te maken zijn.
    • Zorg voor een matras met afwasbare matrashoes. 
      Matrassen zijn zo makkelijker en snel schoon bij de wisseling van arrestanten.
    • Zorg dat er zo nodig maandverband en tampons zijn voor vrouwelijke arrestanten.

    Zachte cel

    Mensen die zichzelf willen bezeren of verwonden en onder cameratoezicht staan, worden in een zachte cel geplaatst. Alle wanden en de vloer van deze cel zijn bekleed met zacht materiaal. Let op de volgende hygiëne-eisen:

    Hygiënenormen

    • Zorg dat het zachte materiaal glad en goed afwasbaar is, zodat het goed kan worden schoongemaakt.
    • Zorg dat het zachte materiaal uitneembaar is uit de cel. 
      Zo kan niet alleen het materiaal goed worden schoongemaakt, maar ook de vloer en wanden onder het materiaal.

    Tips

    • Zorg dat het zachte materiaal alleen uitneembaar is op de plek van de deur, en dat dit alleen kan wanneer de deur geopend is. Zo voorkomt u dat de arrestant het los haalt. 

      4.2 Luchtplaats

      Arrestanten van cellencomplexen kunnen een korte tijd buiten in de luchtplaats verblijven. Bij koud weer krijgen de arrestanten jassen van het cellencomplex. Eisen aan het wassen van deze jassen vindt u in het schoonmaakschema in paragraaf 5.1. Verder geldt:

      Hygiënenormen

      • Zorg dat de vloer en wanden van een glad, goed schoon te maken materiaal zijn.

      4.3 Fouilleerruimte

      De fouilleerruimte is een afgesloten ruimte waar arrestanten gecontroleerd worden op gevaarlijke stoffen of voorwerpen. In deze ruimtes kunnen afsluitbare kasten staan waarin persoonlijke eigendommen van arrestanten bewaard worden. 

      Hygiënenormen

      • Zorg dat er handschoenen aanwezig zijn in de ruimte die voldoen aan de NENNederlandse norm over informatiebeveiliging in de zorg normen en van latex of nitril zijn.
      • Plaats een afvalbak in de ruimte
      • Plaats een naaldcontainer met een UNUnited Nations-keurmerk, -nummer en biohazardteken in deze ruimte (zie paragraaf 2.2 voor meer uitleg over naaldcontainers).

      4.4 Ruimte voor dactyloscopisch onderzoek

      In de ruimte voor dactyloscopisch onderzoek worden vingerafdrukken afgenomen en foto’s gemaakt van de arrestanten, volgens de wettelijke eisen. 

      Hygiënenormen

      • Zorg voor een wastafel met stromend water, wegwerphanddoekjes en een afvalbak.
      • Zorg voor een zeepdispenser met grove scrubzeep (garagezeep), speciaal bedoeld voor het verwijderen van hardnekkig vuil zoals inkt.

      4.5 Toiletten voor arrestanten

      Iedereen die van het toilet gebruikmaakt, moet de handen kunnen wassen. Daarnaast moet de toiletruimte goed schoon te maken zijn. De muren en vloeren van de toiletruimte moeten van glad en vochtafstotend materiaal zijn, dat goed te reinigen is. Vocht is namelijk een goede voedingsbodem voor ziekteverwekkers. 

      Hygiënenormen

      • Zorg dat de vloer en de wanden tot een hoogte waar urine tegenaan kan spatten, geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk schoon te maken zijn.
      • Zorg voor een wastafel met stromend water, een zeepdispenser en handdoekjes. Gebruik bij voorkeur wegwerphanddoekjes.

      4.6 Douches

      In verband met de veiligheid krijgt iedere arrestant een stukje zeep voor persoonlijk gebruik. Omdat het in douches heel vochtig is, groeien schimmels en andere micro-organismen er relatief gemakkelijk. Houdt u bij de bouw en inrichting daarom aan de onderstaande hygiëne-eisen. Eisen aan badslippers die na gebruik door een arrestant worden hergebruikt bij een andere arrestant, vindt u in het schoonmaakschema in paragraaf 5.1.

      Hygiënenormen

      • Zorg dat de vloer en de wanden tot een hoogte waar water tegenaan spat, geen vocht kunnen opnemen en gemakkelijk schoon te maken zijn. Het materiaal op de rest van de muren en het plafond moet goed bestand zijn tegen water en waterdamp.
      • Zorg voor ventilatiemogelijkheden.
      • Zorg voor een doucheputje met stankafsluiting.

      Tips

      • Zorg dat de vloer schuin afloopt richting het afvoerputje, zodat het douchewater direct kan wegspoelen.

      4.7 Medische behandelruimte

      In sommige arrestantenverblijven is een medische behandelruimte. In deze ruimte kan een arts of verpleegkundige arrestanten behandelen of onderzoeken. Zorg dat er veilig en hygiënisch gewerkt kan worden in medische behandelruimtes: 

      Hygiënenormen

      • Maak wanden en vloeren van een glad, naadloos materiaal dat goed schoon te maken is.
      • Zorg dat de behandeltafel of -stoel van een niet-absorberend materiaal is gemaakt dat goed schoon te maken is. Zorg ook voor een papierrol zodat iedere arrestant op schoon papier zit of ligt.
      • Zorg voor een handenwasgelegenheid met:
        • een wastafel met stromend water, bij voorkeur uit een no-touch kraan;
        • een zeepdispenser en een houder met papieren wegwerpdoekjes;
        • een handalcoholdispenser.
      • Plaats een pedaalemmer of open afvalbak met plastic zak in de ruimte; open de afvalbak niet met de handen.
      • Plaats een naaldcontainer met een UNUnited Nations-keurmerk, -nummer en biohazardteken in deze ruimte (zie paragraaf 2.2 voor meer uitleg over naaldcontainers).
      • Zorg dat in ieder geval de volgende beschermende middelen aanwezig zijn:

      4.8 Keuken of pantry

      De keuken binnen een arrestantenverblijf is vaak een aparte ruimte met koelkast waar (meestal) kant-en-klare maaltijden worden bereid. 

      Hygiënenormen

      • Zorg voor een vloer die goed schoon te maken.
      • Zorg dat de wand boven het aanrechtblad glad is tot een hoogte waar water en etenswaren tegenaan spatten. Zo is de wand gemakkelijk schoon te maken.
      • Zorg voor een spoelbak met koud en warm stromend water, een zeepdispenser en wegwerphanddoekjes.
      • Plaats een afvalemmer in de ruimte. 
        Bij voorkeur een afvalemmer met voetpedaal of een open afvalbak met plastic zak.

      5 Bijlagen

      In dit hoofdstuk vindt u schoonmaakschema’s en instructies, bijvoorbeeld voor handen wassen en handen desinfecteren. De schoonmaakschema’s en de instructies handhygiëne kunt u downloaden en uitprinten. U kunt ze dan direct ophangen, bijvoorbeeld bij wastafels of in een schoonmaakkast.

      5.1 Schoonmaakschema's

      In de schoonmaakschema’s staat hoe vaak en op welke manier gereinigd moet worden. 

      U mag natuurlijk vaker schoonmaken dan in deze schema’s is aangegeven. Minder vaak of op een andere manier schoonmaken, mag alleen met een goede reden (bijvoorbeeld omdat een ruimte bijna nooit wordt gebruikt).

      U kunt de schoonmaakschema’s hier downloaden als Word-document. De schema’s zijn zoveel mogelijk op losse pagina’s geplaatst, zodat u ze eenvoudig kunt uitprinten en ophangen. Tevens kunt u de schema’s aanpassen aan de eigen situatie. Bespreek binnen uw eigen organisatie de schoonmaakschema’s en werk ze in nader detail uit tot een eigen werkinstructie.

      5.2 Instructies handhygiëne

      Bacteriën en virussen zijn overal, op deurknoppen, tafels, telefoons en andere voorwerpen, apparaten en materialen. Sommigen kunnen ziekteverwekkend zijn. Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Door regelmatig handhygiëne toe te passen wordt de kans dat u of iemand uit uw omgeving ziek wordt klein.

      Pas voor een goede handhygiëne onderstaande regels toe:

      • Was uw handen met water en vloeibare zeep als ze zichtbaar vuil zijn. Gebruik dan geen desinfecterend middel (handalcohol); door zichtbaar vuil vermindert namelijk de werking.
      • Zijn uw handen niet zichtbaar vuil? Dan mag u kiezen of u uw handen wast óf desinfecteert. Pas de manieren echter niet allebei toe; de huid droogt dan te veel uit en beschadigt sneller. De handen worden voldoende schoon als u ze alleen wast of alleen desinfecteert.
      Instructies handhygiëne

      Het schema Instructies handhygiëne kunt u hier downloaden als pdfPortable Document Format.

      5.3 Maaltijden klaarmaken of verstrekken

      Wanneer u maaltijden moet klaarzetten, opwarmen of uitdelen, is het belangrijk dat u zich houdt aan de hygiëneregels. Tijdens het bewaren, opwarmen en serveren van gerechten kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijker verspreiden. Hier kunnen mensen ziek van worden. Let dus op uw persoonlijke hygiëne, was uw handen regelmatig en houdt rekening met de eisen die gesteld worden aan het verstrekken van maaltijden.

      Schone handen

      Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Zorg daarom dat u schone handen hebt voordat u met eten en drinken in aanraking komt. De handen krijgt u schoon door ze te wassen met water en zeep of ze in te wrijven met een handdesinfecterend middel. 

      • Was uw handen met water en vloeibare zeep als ze zichtbaar vies zijn. Gebruik dan geen handdesinfecterend middel; door zichtbaar vuil vermindert de werking.
      • Dek wondjes aan uw handen af met een waterafstotende pleister.
      • Draag geen hand- en polssieraden tijdens werkzaamheden met eten en drinken. Door hand- en polssieraden kunt u uw handen onvoldoende schoon krijgen als u ze wast of desinfecteert.

      Opslag en verhitting van eten en drinken

      Tijdens de bereiding van eten en drinken kan er het één en ander mis gaan. Ziekteverwekkers kunnen zich in een relatief korte tijd tot grote hoeveelheden vermenigvuldigen. Dit kan gebeuren als producten bedorven zijn, maar dat hoeft niet altijd. Houdt u tijdens de bereiding van eten en drinken aan de volgende regels:

      • Gebruik geen producten waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken.
      • Bewaar koelverse producten in de koeling (max. 7 °C).
      • Sla eten en drinken op volgens het ‘fifo-systeem’ (first in, first out). Dit betekent dat producten die het eerst geleverd zijn ook het eerst gebruikt moeten worden. De nieuwe voorraad moet dus altijd achteraan gezet worden en de oude voorraad moet naar voren worden geschoven. 
      • Zorg dat koude gerechten maximaal twee uur buiten de koeling blijven. Gooi deze gerechten weg als ze na twee uur niet zijn opgegeten.
      • Verhit warme gerechten volgens aanwijzing van de fabrikant. 
      • Heeft een arrestant een warme maaltijd niet opgegeten omdat hij of zij al weg is, gooi deze maaltijd dan weg. De maaltijd mag niet opnieuw worden opgewarmd.

      5.4 Microvezeldoekjes

      Tegenwoordig wordt er steeds meer gebruik gemaakt van microvezeldoekjes. Doordat de vezels in deze doekjes zijn gesplitst, hebben microvezeldoekjes een veel groter oppervlak dan katoenen schoonmaakdoekjes. Zo kunnen microvezeldoekjes vuil en ziekteverwekkers veel beter opnemen dan gewone schoonmaakdoekjes. Bovendien raspen de vezels het vuil los, waardoor u vlekken gemakkelijker verwijdert. U kunt microvezeldoekjes zowel droog als vochtig gebruiken.

      Voor een optimaal resultaat gaat u als volgt te werk:

      • Gebruik de microvezeldoekjes altijd zonder schoonmaakmiddelen. Wijk hier alleen van af als de leverancier dit aangeeft.
      • Wilt u de doekjes vochtig gebruiken? Maak ze dan vlak voor gebruik licht vochtig onder de kraan of met het middel dat de leverancier voorschrijft. Leg de doekjes niet in een emmer water. Hierdoor nemen ze direct hun maximale hoeveelheid aan vocht op en verliezen ze hun reinigende werking.
      • Vouw de doekjes voor gebruik een aantal keer dubbel, zodat er meerdere vlakken ontstaan. Gebruik een nieuw, schoon vlak zodra de werking minder wordt.
      • Stop vuile microvezeldoekjes direct in de was; spoel ze tussentijds niet uit. Microvezeldoekjes trekken vuil zó goed aan dat handmatig uitspoelen geen zin heeft. Alleen in de wasmachine wordt een vuil doekje weer schoon.
      • Was de doekjes volgens de voorschriften van de fabrikant.
      • Droog gewassen microvezeldoekjes volgens de gebruiksinstructie. Let op: niet alle microvezeldoekjes kunnen in de droogtrommel. Berg de doekjes nooit vochtig op; hierdoor kunnen ziekteverwekkers uitgroeien.

      5.5 Ctgb-databank

      Hieronder staat hoe u desinfecterende middelen kunt vinden op de website van het Ctgb.

      Hebt u al een desinfecterend middel en wilt u weten of u dit mag gebruiken? Gebruik dan optie A. Wilt u een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen? Gebruik dan optie B.

      A. Zoeken naar een specifiek desinfecterend middel

      B. Een overzicht van toegelaten desinfecterende middelen zien

      • Ga naar www.ctgb.nl en klik op ‘Toelatingendatabank’. Of ga direct naar https://toelatingen.ctgb.nl.
      • Klik op de knop ‘Toon uitgebreide filters’.
      • Voer de gewenste selectiecriteria in. Bij Gebruik kunt u professioneel invoeren. Bij Producttype kiest u een optie die hieronder beschreven staat:
        • Middelen die geschikt zijn voor het desinfecteren van handen hebben een PT01-code (‘Biociden voor menselijke hygiëne’).
        • Middelen die geschikt zijn voor materialen en oppervlakken hebben een PT02-code (‘Desinfecterende middelen voor privégebruik en voor de openbare gezondheidszorg, alsmede andere desinfectantia’).
      • Vervolgens kunt u via de knop downloaden de selectie exporteren naar een Excel-bestand.

      Deze zoekhulp is opgesteld in augustus 2019. Klopt het advies niet meer en heeft u hulp nodig? Neem dan contact op met de Servicedesk van het CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides via telefoonnummer 0317 – 417 810 of door het servicedesk-verzoekformulier in te vullen. Het LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid is niet verantwoordelijk voor eventuele wijzigingen aan de website van het Ctgb.

      Begrippenlijst

      Ademhalingsbeschermingsmasker type FFP-2

      Dit zijn persoonsgeboden ademhalingsbeschermingsmaskers die de gebruiker beschermen tegen het inademen van ziekteverwekkers die in kleine vaste deeltjes of druppels (aerosolen genoemd) in de lucht zitten. Deze maskers morgen maximaal acht uur achtereen gebruikt worden.
      Arrestantenverblijf De term ‘arrestantenverblijf’ is een verzamelnaam voor cellen op politiebureaus en cellencomplexen.

      Binnenmilieu

      Het binnenmilieu is het milieu in gebouwen. Het binnenmilieu wordt beïnvloed door een groot aantal factoren. Bijvoorbeeld de temperatuur, de luchtvochtigheid en de hoeveelheid zuurstof in de ruimte.

      Biofilm

      Een laag micro-organismen omgeven door zelfgeproduceerd slijm. Biofilm is vastgehecht aan een oppervlak of drijft op een wateroppervlak. Legionellabacteriën vermeerderen zich in bepaalde eencellige organismen, protozoa genaamd, die in de biofilm leven.
      CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het Ctgb beoordeelt op basis van Europese wet- en regelgeving of desinfecterende middelen toegelaten worden op de Nederlandse markt.
      Desinfecteren Desinfecteren is het doden van ziekteverwekkers met een speciaal daarvoor bestemd desinfecterend middel. 
      Fifo-systeem First in, first out-systeem. Dit betekent dat materialen die het eerst geleverd zijn, ook het eerst gebruikt worden. Hiervoor moet de nieuwe voorraad achteraan geplaatst worden en de oude voorraad naar voren geschoven.
      HACCP Hazard Analysis Critical Control Points (HACCP), een systeem om de voedselveiligheid te beheersen. Hygiënecodes zijn een praktische uitwerking van HACCP.
      Handdesinfecterend middel Een handdesinfecterend middel is een vloeistof waarmee ziekteverwekkers op de handen kunnen worden gedood. Als handen niet zichtbaar vuil of plakkerig zijn, kan een handdesinfecterend middel worden gebruikt in plaats van water en zeep.
      IPM Integrated Pest Management. IPM is een methode die zich in de eerste plaats richt op het voorkómen van dierplagen door wering, en pas in de tweede plaats op bestrijding.
      Legionellabeheersplan In een legionellabeheersplan staan de maatregelen en controles die nodig zijn om de groei van legionellabacteriën te beheersen.
      Legionellarisicoanalyse Een legionellarisicoanalyse laat zien of legionellabacteriën kunnen groeien en vernevelen in de waterinstallatie.
      Lichaamsvloeistoffen Lichamelijke vloeistoffen zoals bloed, speeksel, braaksel, urine, ontlasting en wondvocht.
      Luchten  Luchten is het korte tijd (ongeveer tien minuten) openzetten van alle ramen en deuren. Hierbij wordt het niet veel kouder, maar is wel alle binnenlucht ververst.
      Micro-organismen Bacteriën, virussen, schimmels, gisten en protozoën zijn micro-organismen. Micro-organismen zijn onzichtbaar voor het blote oog en komen overal voor: op de huid, op meubels en gebruiksvoorwerpen, in de lucht, in water, op en in voedsel. De meeste zijn onschuldig of zelfs nuttig voor de mens, maar sommige micro-organismen kunnen ziekten veroorzaken.
      Microvezeldoeken Microvezeldoeken bestaan uit een weefsel van microscopisch kleine vezels. Samen vormen de vezels een veel groter oppervlak dan de vezels in bijvoorbeeld een katoenen doek. Hierdoor kunnen microvezeldoeken meer vuil absorberen. De vezels bestaan uit materiaal dat vetten goed vasthoudt. 
      Naaldcontainer Een naaldcontainer is een container speciaal ontworpen voor scherp afval zoals naalden en scheermesjes. Bij goed gebruik bieden naaldcontainers bescherming tegen prikken en snijden aan scherp afval.
      Natte koeltoren Natte koeltorens zijn installaties die onderdeel zijn van de klimaatregulering van een gebouw of worden gebruikt bij het afkoelen van een productieproces. In de koeltoren wordt water verneveld. Hierbij kunnen de waterdruppeltjes verspreid worden in de omgeving van de inrichting. Natte koeltorens die gebruikt worden voor de klimaatregulering van een gebouw staan vaak boven op het dak maar ze kunnen ook in het gebouw staan.
      Schoonmaken Schoonmaken is stof en vuil verwijderen, bijvoorbeeld door te stofzuigen of te dweilen.
      Ventileren  Bij ventileren komt voortdurend verse buitenlucht binnen, bijvoorbeeld door een rooster of een open raam.

      Bronnenlijst

      Literatuur

      • ‘Informatieblad: Ratten en muizen in uw bedrijf?’ (2012). Den Haag: Inspectie Leefomgeving en Transport. 
      • Risicoprofiel arrestantenverblijven (2007). Amsterdam: Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (LCHVLandelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid). 

      Wetten en regelingen

      • Accidenteel bloedcontact (revisie 2012). Leiden: Stichting Werkgroep Infectie Preventie. 
      • Handhygiëne medewerkers (revisie 2012). Leiden: Stichting Werkgroep Infectie Preventie. 
      • Hygiënecode voor de Horeca (2007). Zoetermeer: Bedrijfschap Horeca en Catering. 
      • Hygiënecode voor de voedselverzorging in zorginstellingen en Defensie (2008). Den Haag: Voedingscentrum. 
      • Persoonlijke beschermingsmiddelen (revisie 2013). Leiden: Stichting Werkgroep Infectie Preventie. 
      • Reiniging en desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen (revisie 2009). Leiden: Stichting Werkgroep Infectie Preventie. 
      • Regeling politiecellencomplex. 

      Losse informatie

      Verantwoording

      De hygiënerichtlijn voor arrestantenverblijven is voor het laatst volledig herzien in 2015. Aan de laatste herziening hebben de volgende organisaties bijgedragen:

      • Amsterdam Cellencomplex Zuidoost
      • GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst Groningen
      • GGD Noord- en Oost-Gelderland
      • GGD Rottedam-Rijnmond
      • Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCILandelijke coördinatie infectieziektebestrijding)

      Wijzigingen sinds laatste herziening:

      • Juli 2019: de richtlijn is omgezet naar webbased tekst; hierbij zijn enkele niet-inhoudelijke aanpassingen gedaan en zijn diverse hyperlinks geüpdatet.
      • Augustus 2019: bijlage 5.5 (zoekhulp CtgbBoard for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides-databank) is geactualiseerd.

           

          De hygiënerichtlijn is een uitgave van:
          Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
          Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid
          Postbus 1 | 7200 BA Bilthoven
          E-mail: lchv@rivm.nl 
          Web: www.lchv.nl