Bij de bemonstering van het drainwater onderscheiden we boven-water drains en onder-water drains. Daarnaast onderzoeken we alternatieve methoden.

Bovenwaterdrains

Bij bovenwater drains vangen we het drainwater op met een maatbeker. De drainagebuis moet minimaal 0,2 liter water per minuut leveren. Eerst wordt de drain met de spadeStatistical Program to Assess Dietary Exposure vrij- en aan de onderkant schoon gemaakt om te voorkomen dat de maatbeker vervuild. De maatbeker spoelen we met het drainwater voordat deze gevuld wordt met 1 liter water. De hiervoor benodigde tijd nemen we op met een stopwatch om het debiet te bepalen. Met het opgevangen water spoelen we eerst de monsterflesjes voordat deze afgevuld worden.

Onderwaterdrains

Als de drain onder het slootwaterpeil afwatert pompen we het drainwater rechtstreeks uit de drainagebuis. De drain moet hiervoor wel voldoende uitstroom hebben. Als dat het geval is schuiven we een slang circa één meter in de drainagebuis. Na inachtneming van een bepaalde wachtperiode waarin opgewerveld slib uit de drain kan stromen pompen we het water in een maatbeker. De procedure is verder gelijk aan die bij boven-water drains.

Alternatieve methoden

Naast de reguliere methoden zoals hierboven beschreven werken we, samen met anderen, ook aan de ontwikkeling van alternatieve methoden. Een voorbeeld hiervan is de drainmeting met SorbiCells.

Greppelwater

Greppelwater kan feitelijk beschouwd worden als een open drain. Waar de greppel met een greppelbuis afwatert op de sloot bemonsteren we daarom het greppelwater overeenkomstig de methodiek voor bovenwaterdrains. Alleen als het greppelwater niet uit de buis loopt of afwatert onder slootwaterniveau scheppen we het greppelwater met een maatbeker rechtstreeks uit de greppel.

Filtreren en analyseren

In het laboratorium worden de verzamelde drain- en greppelwatermonsters via een 0,45 μm filter gefiltreerd en daarna geanalyseerd.