Uitleg van bodemvocht bemonstering

Bij de bodemvocht bemonstering worden onder andere de volgende parameters vastgelegd:

  • het bodemmonstertraject;
  • de weersomstandigheden;
  • het bodemprofiel.

Het is van belang dat de bodemvochtmonsters steeds uit hetzelfde dieptetraject verzameld worden. Streven is het traject van 150 cm tot 300 cm onder maaiveld. In sommige gevallen (bijvoorbeeld bij een ondoordringbare laag) is dat echter niet mogelijk en kan hier, binnen bepaalde grenzen, van af worden geweken. Voor de interpretatie van de resultaten is het dan echter wel belangrijk dat het werkelijke bemonsteringstraject wordt vastgelegd.

De weersomstandigheden zijn van groot belang bij de bodemvocht bemonstering. Als het bijvoorbeeld regent kan voor een gedeelte regenwater in het bodemmonster terecht komen. En bij warm weer en/of wind kunnen bodemmonsters vocht verliezen. Uiteraard worden bij de bemonstering maatregelen genomen om deze effecten te voorkomen. Maar met kennis over de weersomstandigheden kan er bij de interpretatie in ieder geval rekening mee worden gehouden.

De concentraties van sommige stoffen hangen samen met onder andere het bodemprofiel en bijvoorbeeld de aanwezigheid van organisch materiaal. Kennis over het bodemprofiel is daarom van belang bij de interpretatie van de analyseresultaten.

Hoe bemonsteren we het bodemvocht?