Uitleg van enkele bepalingen

Bij de drain- en greppelwater bemonstering worden de volgende parameters op ieder monsterpunt bepaald:

  • onderkant drain ten opzichte van het slootwaterpeil;
  • debiet van de drain of greppel.

Voor de interpretatie van de resultaten is het belangrijk om te weten of de drain boven of onder het slootpeil uitkomt. In sommige gevallen kan het onduidelijk zijn of er in de drainbuis uitsluitend drainwater wordt gemeten of dat er ook bijmenging van slootwater is.

De foto geeft de debietmeting van een drain weer. Met een stopwatch wordt de tijd gemeten om een maatbeker van 1 liter te vullen. Hieruit volgt het debiet, het volume water dat per tijdseenheid uit de drain stroomt. Deze parameter is van belang in relatie tot de kwaliteit van het water.

In tegenstelling tot de procedure bij de monsterneming van grondwater worden nitraat, elektrische geleidbaarheid, zuurgraad en zuurstof niet in het veld in het drainwater van ieder monsterpunt bepaald. Deze parameters worden voor alle individuele drainmonsters in het laboratorium gemeten.

Hoe bemonsteren we drain- en slootwater?

Het nemen van drain- en slootwatermonsters om te analyseren hoeveel stoffen, zoals meststoffen nitraat en fosfaat, er in het water zit voor het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid.
Sprekers: Armath Domburg, Veldonderzoeker LMM, RIVM. Monique Wolters, project coordinator bemonstering LMM, RIVM.