Overzicht van oppervlaktewaterkenmerken

 


Bij de monsterneming van oppervlaktewater (sloten) leggen we onder andere de volgende kenmerken vast:

  • Hoogte van het talud (hoogteverschil wateroppervlak en maaiveld);
  • Diepte van de sloot;
  • Breedte van de sloot;
  • Stromingsrichting;
  • Mate van kroosbedekking;
  • Doorzicht met behulp van de Secchi-schijf (zie de foto).

Deze kenmerken worden vastgelegd om de relatie tussen de slootwaterkarakteristieken en de slootwaterkwaliteit te kunnen onderzoeken. Met deze informatie kan ook nagegaan worden of verschillen in slootwaterkwaliteit tussen bedrijven veroorzaakt worden door bemesting of door bepaalde eigenschappen van sloten.

Hoe bemonsteren we drain- en slootwater?

Het nemen van drain- en slootwatermonsters om te analyseren hoeveel stoffen, zoals meststoffen nitraat en fosfaat, er in het water zit voor het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid.
Sprekers: Armath Domburg, Veldonderzoeker LMM, RIVM. Monique Wolters, project coordinator bemonstering LMM, RIVM.