Per hoofdgrondsoortregio, zand, klei, veen en löss is een meetnet opgezet voor de Evaluerende Monitoring. Ieder regionaal meetnet van het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid is gefaseerd tot stand gekomen.

Na een oriënterend onderzoek is een meetprogramma uitgevoerd. Op basis hiervan is het regionale meetnet gerealiseerd. De opbouw van het meetnet is in 1987 begonnen.

 

Tot 2006 bestond het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid uit steeds wisselende meetlocaties. In de zandgebieden werd ieder bedrijf bijvoorbeeld in een periode van zeven jaar driemaal bemonsterd. Daartoe werden jaarlijks nieuwe landbouwbedrijven opgenomen in het meetnet, terwijl andere bedrijven weer afvielen. Door de inrichting van het Derogatiemeetnet en de bepalingen van de EUEuropese Unie die daarvoor gelden, worden sinds 2006 jaarlijks steeds dezelfde bedrijven bemonsterd en vindt er alleen wisseling plaats als bedrijven niet meer deel willen nemen.

 

Het aantal deelnemende bedrijven aan alle onderdelen van het LMM is van circa 100 in 1991 gegroeid tot circa 540 in 2009. Na de evaluatie van het LMM in 2009-2010 is besloten een aantal onderdelen te stoppen en het LMM te beperken tot het Basismeetnet en het Derogatiemeetnet. Sindsdien wordt jaarlijks van circa 350 - 400 bedrijven de landbouwpraktijk vastgelegd en de waterkwaliteit gemeten.