Wie is de opdrachtgever voor het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid en welke organisaties zijn betrokken?

Het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.  De uitvoerders zijn het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Wageningen Economic Research (WURWageningen University & Research).

Wie doet wat in het LMM?

 

Afbeelding boerderij met perceel met koeien en gewas waar RIVM'ers waterkwaliteit meten en WUR medewerker gegevens bij boer opneemt

 

Het RIVM monitort de waterkwaliteit en de WUR selecteert de bedrijven en verzamelt gegevens over de landbouwpraktijk. Samen bieden deze gegevens inzicht in de effecten van het mestbeleid.

De WUR brengt de landbouwpraktijk in kaart. Zij verzamelt van alle deelnemers aan het LMM allerlei bedrijfsgegevens, onder meer over bemesting en gewasopbrengsten. Een belangrijke indicator die de WUR berekend is het stikstofbodemoverschot.

Het stikstofbodemoverschot is het verschil tussen de aan- en afvoer van stikstof naar de bodem. Voor deze berekening gebruikt de WUR de verzamelde gegevens en een model. De aanvoer van stikstof naar de bodem wordt onder andere bepaald op basis van meststoffen en voedermiddelen. De afvoer van de stikstof wordt berekend aan de hand van de opbrengsten van het land, zoals de gewassen, vlees of melk. De berekening houdt ook rekening met de afvoer van stikstof via andere routes, zoals mestafvoer en de stikstofemissie naar de lucht.

Een deel van de stikstof uit het stikstofbodemoverschot kan als nitraat in het grondwater of het oppervlaktewater terecht komen. De mate waarin dit gebeurt, is afhankelijk van allerlei factoren, zoals de grondsoort en de weersomstandigheden. Het RIVM monitort in het LMM onder andere hoeveel nitraat er in het grondwater en het slootwater terecht komt.