Samenvatting fosfor in slootwater

De slootwaterkwaliteit in het Basismeetnet wordt vastgesteld in zowel de winterperiode als in de zomerperiode. Van de zomermetingen is een minder lange trendlijn dan van de winterperiode omdat hier in 2008 mee is begonnen. Het wintermeetnet is actief sinds 1992.

De fosforconcentraties in de zomerperiode zijn hoger dan in de winterperiode. Dit heeft te maken met temperatuursinvloeden en evenwichtsreacties. Fosfaat bindt sterk aan ijzer en zal dan neerslaan als slib, maar onder zuurstofarme condities in de zomer komt dit weer vrij en kan daarmee de fosfaatconcentratie laten stijgen. De Kleiregio heeft de hoogste gemiddelde concentratie. In de Zandregio wordt in de sloten weinig opgelost fosfor aangetroffen.

In het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid worden de watermonsters gefiltreerd. Door dit filtreren wordt organisch materiaal (en daarmee organische stikstof en fosfaat) deels weggevangen. In het LMM wordt daarom opgelost totaal stikstof en opgelost totaal fosfor gerapporteerd. Om daarnaast te kunnen vergelijken met andere meetnetten waarin analyses plaatsvinden op ongefiltreerde monsters, meten we sinds kort aanvullend ook ongefiltreerd. De resultaten daarvan zijn nog niet gerapporteerd.

Het hangt van de regio af, of een bedrijf ook sloten heeft die bemonsterd kunnen worden. Daarnaast is er per bedrijfstype een minimum van 10 deelnemers nodig om een gemiddelde te kunnen geven. Hierdoor treden er soms gaten op in trendlijnen. De bedrijven worden wel altijd meegenomen in de regiogemiddelden.

Niet voor elke regio en seizoen is een zelfde trendperiode beschikbaar omdat de meetprogramma’s per regio soms later zijn ingevoerd. Concentraties van parameters kunnen variëren over de tijd door bijvoorbeeld weerseffecten, of veranderingen van de steekproef (bedrijven verlaten soms het meetnet waardoor nieuwe bedrijven geselecteerd moeten worden).

Hieronder worden de volledige resultaten weergegeven per regio en bedrijfstype.

 

Figuur 1. Ontwikkeling van de gemiddelde opgelost fosforconcentratie in slootwater, gemeten in het winter- en zomerseizoen in drie grondsoortregio’s. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

De hoogste opgelost fosforconcentratie wordt gevonden in de zomer in de Kleiregio. De waterkwaliteit van slootwater wordt in het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid pas vanaf 2008 gemonitord in de zomerperiode. Daarom is voor de winterperiode een langere tijdreeks te zien dan voor de zomerperiode(Figuur 1). De bedrijfsgemiddelde concentraties liggen in sommige gevallen vlakbij de detectiegrens. Het gebied onder de detectiegrens wordt in de grafiek grijs gemarkeerd.

’s Zomers zijn de gemiddelde concentraties in vooral de Klei- maar ook in de Veenregio meestal hoger dan ’s winters. Door verminderde zuurstofconcentraties tijdens het groeiseizoen is het normaal sterk aan ijzer gebonden fosfaat makkelijker beschikbaar dan tijdens de koudere winterperiode. Dit effect is waarschijnlijk nog sterker dan gemeten, omdat een deel van de fosfor al opgenomen is in organisch materiaal, terwijl dit door het filtreren van de monsters niet wordt meegeteld (zie ook Factoren van invloed ).

In de Zandregio is na een afname in de zomerconcentratie weer een stijging waar te nemen. De beschikbare gegevens laten voor het winterseizoen de laatste jaren geen duidelijke verandering zien in concentratie. Alleen de gemiddelden in de Kleiregio nemen licht af.

Kleiregio 

Figuur 2. Gemiddelde opgelost fosforconcentratie in slootwater in de Kleiregio, gemeten in het winter- en zomerseizoen. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. Het gebied onder de detectiegrens is grijs gemarkeerd. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

In de Kleiregio (Figuur 2) zijn de opgelost fosforconcentraties op zowel winter- als zomerseizoen gemiddeld het hoogst op Melkveebedrijven. Opvallend zijn de grote verschillen tussen winter- en zomerseizoen. In het winterseizoen nemen de laatste jaren de opgelost fosforconcentraties bij de bedrijfstypen Akkerbouw en Overig licht af. In de zomer zijn de fluctuaties groot en is er geen duidelijke trend te zien.

Veenregio

Figuur 3. Gemiddelde opgelost fosforconcentratie in slootwater in de Veenregio, gemeten in het winter- en zomerseizoen. In sommige jaren is op meer dan 25% van de bedrijven een waarde onder de detectiegrens gemeten. Het gebied onder de detectiegrens is grijs gemarkeerd. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

De Veenregio (Figuur 3) laat in de winter de laatste jaren een redelijk stabiel niveau van rond de 0,2 mg P/l zien. In de zomermaanden zijn de concentraties gemiddeld iets hoger dan in het winterseizoen. In veengebieden kan door inlaten van gebiedsvreemd water de concentratie aan nutriënten worden beïnvloed (zie ook Factoren van invloed).

Zandregio

Figuur 4. Gemiddelde opgelost fosforconcentratie in slootwater in de Zandregio, gemeten in het winter- en zomerseizoen. Het gebied onder de detectiegrens is grijs gemarkeerd. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

In de Zandregio (Figuur 4) treffen we van alle grondsoortregio's de laagste waarden voor opgelost fosfor aan, vaak onder de gehanteerde detectiegrens. In veel jaren is op meer dan 25% van de bedrijven een waarde onder de detectiegrens gemeten. Het gemiddelde wordt daardoor beïnvloed door de manier waarop met de detectiegrens wordt omgegaan. De detectiegrens voor deze meetreeks is 0,06 mg P/l.

Voor de bedrijfstypen Overig en Hokdier zijn onvoldoende waarnemingen (<10) beschikbaar.