Samenvatting fosfor in uitspoelend water

In het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid meten we de fosforconcentratie in het water dat uitspoelt uit de wortelzone. Dit is het water in de bovenste meter van het grondwater (Zand- en Veenregio), in het bodemvocht onder de wortelzone (Lössregio) of het water uit drainagebuizen (Kleiregio). Samengevat uitspoelend water genoemd.

Fosfor kent in de Zand- en Lössregio normaal gesproken lage concentraties in het uitspoelend water. In de Klei- en Veenregio is de concentratie stabiel, overschrijdingen van de KRWKaderrichtlijn Water-norm worden vrijwel niet gevonden.

Hieronder worden de volledige resultaten weergegeven per regio en bedrijfstype.

In de Veenregio was de gemiddelde concentratie tussen de meetjaren erg variabel, maar de laatste jaren gelijkmatiger. De fosforconcentratie in de Kleiregio is redelijk stabiel. Het uitspoelingswater in de Lössregio, maar de laatste 15 jaar ook in de Zandregio, kenmerkt zich door zeer lage opgelost fosforconcentraties (Figuur 1). Het gemiddelde zoals getoond in deze grafiek wordt beïnvloed door de manier waarop met detectiegrenzen is omgegaan. Vaak komen de berekende gemiddelden dan ook onder deze grens te liggen (zie Databehandeling 2017). Het gebied onder de detectiegrens wordt dan in de grafiek grijs gemarkeerd. De detectiegrens voor deze meetreeks is 0,06 mg P/l.

Figuur 1. Bedrijfsgemiddelde opgelost fosforconcentratie in het uitspoelend water per grondsoortregio. Het gebied onder de detectiegrens is grijs gemarkeerd. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

Voor uitspoelend water geldt de KRWKaderrichtlijn Water-norm voor zand- en lössgronden van 2,0 mg P/l voor fosfor. Vrijwel alle bedrijven voldoen aan deze waarde. De gemeten waarden zijn zelfs zo laag, dat deze dichtbij of onder de detectiegrens komen. De KRW-norm voor fosfor is minder streng voor klei- en veengronden (6,9 mg P/l). Alle bedrijven die zijn gelegen in de Klei- en Veenregio voldoen aan deze norm. Zie voor de gebruikte normen ook de pagina Databehandeling 2017.

Het gemiddelde zoals getoond in deze grafieken wordt beïnvloed door de manier waarop met detectiegrenzen is omgegaan. Vaak komen de berekende gemiddelden dan ook onder deze grens te liggen. De detectiegrens voor deze serie is 0,06 mg P/l. Zie ook Databehandeling 2017.

Kleiregio

Figuur 2 Gemiddelde opgelost fosforconcentratie in het uitspoelend water in de Kleiregio, weergegeven per bedrijfstype. Het gebied onder de detectiegrens is grijs gemarkeerd. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

In de Kleiregio (Figuur 2) daalt het gemiddelde van de Akkerbouwbedrijven met de tijd. Het gemiddelde van de categorie Melkveebedrijven laat wel stijgingen en dalingen zien, maar heeft weer ongeveer hetzelfde niveau bereikt als in de eerste jaren van de metingen. De laatste jaren lijkt de concentratie te stabiliseren rond de 0,3 mg P/l. In 2012 is een abrupte stijging zichtbaar in het gemiddelde voor bedrijfstype Overig, gevolgd door een daling in 2013; een nieuw bedrijf met een eenmalige hoge uitschieter is hiervan de oorzaak. Door het kleine aantal bedrijven heeft dit bedrijf veel effect op het gemiddelde. De Kleiregio blijft echter sinds de aanvang van de metingen gemiddeld ver onder de KRWKaderrichtlijn Water-norm voor opgelost fosfor (6,9 mg P/l).

Lössregio

 

Figuur 3. Gemiddelde opgelost fosforconcentratie in het uitspoelend water in de Lössregio, weergegeven per bedrijfstype. Indien het gemiddelde van de bedrijven dicht bij de detectiegrens ligt, wordt het gemiddelde beïnvloed door de manier waarop met detectiegrenzen is omgegaan. De meeste jaargemiddelden komen hierdoor onder de detectiegrens van 0,06 mg/lmilligram per liter. Dit is weergegeven met een grijs vlak. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

In de Lössregio (Figuur 3) zijn de gemeten waarden normaal zo laag dat de jaargemiddelden beneden de detectiegrens van 0,06 mg P/l komen te liggen. Dit wordt veroorzaakt door de berekening (zie Databehandeling 2017). In meetjaar 2011 en het laatste meetjaar 2017 zijn de analyseresultaten voor fosfor in de lössbemonsteringen afgekeurd wegens problemen met de analyses in het laboratorium. De resultaten waren toen onwaarschijnlijk hoog.

Veenregio

Figuur 4. Gemiddelde opgelost fosforconcentratie in het uitspoelend water in de Veenregio, weergegeven per bedrijfstype. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

Figuur 4 toont aan dat het gemiddelde in de Veenregio de KRW-norm voor fosfor (6,9 mg P/l) nooit overschrijdt. Alle bedrijven in deze regio voldoen ook individueel aan deze norm. De huidige fosforconcentraties liggen wel steeds lager dan de metingen in de jaren 1996 tot 2005.

Zandregio

Figuur 5. Gemiddelde opgelost fosforconcentratie in het uitspoelend water in de Zandregio, weergegeven per bedrijfstype. Indien het gemiddelde van de bedrijven dicht bij de detectiegrens ligt, wordt het gemiddelde beïnvloed door de manier waarop met detectiegrenzen is omgegaan. Veel van de jaargemiddelden van het bedrijfstype Akkerbouw komen hierdoor onder de detectiegrens van 0,06 mg/l. Dit is weergegeven met een grijs vlak. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

De Zandregio (Figuur 5) kenmerkt zich door lage jaargemiddelden aan opgelost fosfor. In de Zand- en Lössregio geldt een KRW-norm van 2,0 mg P/l. Op een enkele uitzondering na voldoen alle bedrijven hier aan. De resultaten van de verschillende bedrijfsgroepen liggen dicht bij elkaar, maar Akkerbouw heeft jaarlijks de laagste gemiddelde waarden. De laatste jaren neemt de concentratie opgelost P toe bij alle bedrijfstypen. Voor Akkerbouw is deze stijging nog niet duidelijk. De komende jaren moet blijken of dit doorzet.