Samenvatting nitraat in uitspoelend water

Sinds de aanvang van de metingen in 1992 is de nitraatconcentratie in de Zandregio gedaald. De laatste meetjaren (2018, 2019) is de daling echter omgebogen in een stijging. Ook in de Klei- en Lössregio is de nitraatconcentratie in de hele meetperiode gedaald, maar de laatste drie jaar weer gestegen. In de Veenregio voldoen de gemiddelde nitraatconcentraties ruim aan de norm, ook voor de laatste jaren. In de Zand- en Lössregio vinden de meeste overschrijdingen van de nitraatnorm plaats, in de Veenregio de minste.

Het aandeel bedrijven waar de waterkwaliteit aan de norm voldoet, verschilt per jaar en per grondsoortregio. Voor alle regio’s en bedrijfstypen geldt dat er steeds minimaal 10 deelnemers nodig zijn om een gemiddelde te kunnen tonen. Wanneer er in een jaar minder dan 10 deelnemers zijn, dan wordt de betreffende trendlijn onderbroken, en loopt weer door zodra er voldoende data is. De bedrijfstypen met minder dan 10 deelnemers binnen een regio worden wel in de gemiddelde (gewogen) jaarwaarden meegenomen. 

Hieronder worden de volledige resultaten weergegeven per regio en bedrijfstype.

De afgelopen twintig jaar vertoonde de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelend water op landbouwbedrijven in de Zandregio een dalende trend, maar deze wordt de laatste meetjaren gekeerd (Figuur 1). In elke regio is de concentratie in 2019 toegenomen, in de Zandregio ook in 2018 al en in Lössregio vanaf 2017. In de Zandregio was de gemiddelde nitraatconcentratie eerder in 20 jaar gedaald van meer dan 150 mg/l naar onder de 50 mg/l in 2016. Net als bij de andere grondsoortregio’s ligt een verklaring voor de stijging vermoedelijk bij het uitzonderlijk warme en droge weer van de afgelopen paar jaren. 

Ook in de Kleiregio daalde de nitraatconcentratie. In de Kleiregio is de daling in absolute zin minder groot, maar procentueel vergelijkbaar: in 15 jaar van omstreeks 75 mg/l naar circa 20 mg/l. In het laatst getoonde meetjaar 2019 stijgt de concentratie echter naar 49 mg/l. Dit is uitzonderlijk en wordt ook hier vermoedelijk door het droge weer van de afgelopen jaren veroorzaakt.

In de Veenregio is de nitraatconcentratie van alle regio’s het laagst. Gemiddeld genomen ligt dit rond de 15 mg/l. Ook in de Veenregio is sprake van een kleine stijging, maar dit valt binnen de eerdere variatie.

In de Lössregio was, na een eerste voorzichtige afname tot ongeveer 70 mg/l in 2010, sprake van een verdere daling van de nitraatconcentratie tot gemiddeld net boven de 50 mg/l in 2016. Vanaf 2017 neemt het gemiddelde weer toe, tot 92 mg/l in 2019. Dit lijkt een effect dat voornamelijk door de droogte wordt veroorzaakt. In de Lössregio worden nog steeds de hoogste gemiddelde nitraatconcentraties aangetroffen.

Figuur 1. Bedrijfsgemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelend water in de vier grondsoortregio’s; gemiddelde gemeten waarden en gestandaardiseerde waarden in de Zand- en Kleiregio. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

In de Klei- en Zandregio zijn naast de gemeten waarden ook gestandaardiseerde waarden beschikbaar, waarbij de gemeten gemiddelde concentraties zijn ’gestandaardiseerd’ voor invloeden als gevolg van bijvoorbeeld jaarlijkse variaties in neerslag en samenstelling van de steekproef (zie RIVM-rapport 2016-211). Deze standaardisatie van de meetgegevens levert vooral voor de Zandregio een regelmatiger verloop van de concentraties dan de gemeten datareeks. Voor de Lössregio is deze methode niet ontwikkeld omdat hiervoor grondwaterstanden nodig zijn. In de Veenregio’s is de aanleiding niet zo groot vanwege de lage nitraatwaarden die we hier doorgaans aantreffen.

Het aandeel bedrijven waar de kwaliteit van het uitspoelend water voldoet aan de nitraatnorm van 50 mg/l nam vanwege de dalende nitraatconcentraties over het algemeen toe tot 2017 (Tabel 1, hiervoor zijn de gemeten, ongestandaardiseerde concentraties gebruikt). De meest recente meetjaren, vanaf 2017, is dat net andersom. In de Veenregio voldoen in de regel bijna alle bedrijven. In de Lössregio is het aandeel bedrijven dat voldoet aan de nitraatnorm afgenomen tot minder dan 30% in 2019. In 2016 was dit nog ruim meer dan de helft van de bedrijven. In 2019 is ook in de Kleiregio voor het eerst deze afname waar te nemen; waar eerst 90% voldeed, is dit nu gedaald naar net minder dan 60%. Binnen de bedrijfstypen zijn er nog grote verschillen binnen de regio’s. Vooral Akkerbouwbedrijven in de Kleiregio en Lössregio kennen hoge concentraties en daardoor zijn er minder gevallen die voldoen aan de norm.

Tabel 1. Percentage bedrijven per grondsoortregio waar de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelend water voldoet aan de nitraatnorm van 50 mg/l; waarden 1992-2019.

 

(hoofd-)grondsoortregio

jaar

Klei

Löss

Veen

Zand

1992

-

-

-

5

1993

-

-

-

4

1994

-

-

-

26

1995

-

-

-

29

1996

-

-

100

-

1997

-

-

-

25

1998

14

-

-

12

1999

81

-

93

38

2000

50

-

-

26

2001

74

-

-

35

2002

86

26

100

46

2003

90

16

-

55

2004

55

21

-

37

2005

66

17

100

35

2006

63

20

100

44

2007

72

17

87

37

2008

81

31

100

44

2009

83

30

98

53

2010

80

39

96

45

2011

91

38

98

52

2012

94

40

100

59

2013

95

34

100

54

2014

92

42

95

53

2015

86

51

92

54

2016

93

58

98

67

2017

90

50

100

71

2018

89

30

98

63

2019

58

28

90

54

Zie voor de resultaten van de afzonderlijke meetjaren de webrapportages Basismeetnet.

Er wordt een onderverdeling gemaakt naar Melkveebedrijven, Akkerbouwbedrijven en Dierbedrijven. Deze laatste categorie betreft onder meer graasdierbedrijven anders dan melkvee en gemengde bedrijven met bijvoorbeeld een hokdiertak of akkerbouwtak naast de graasdiertak.

​Kleiregio

Figuur 2. Ontwikkeling nitraatconcentratie in de Kleiregio. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

In de gemiddelden van de Kleiregio is een dalende trend zichtbaar. Tussen circa 2000 en 2003 is eerst een sterke afname zichtbaar, waarna in 2004 het eerdere niveau van 2000 wordt bereikt. Daarna zet de dalende trend wel door naar circa 35 mg/l voor Akkerbouw, om vervolgens weer fors te stijgen naar 63 mg/l in 2019. Bij de Dierbedrijven is de sterkste daling te zien naar circa 10 mg/l, maar hier stijgt de concentratie de laatste paar jaar wel weer. De gemiddelde concentratie op Melkveebedrijven neemt van 2012-2015 kortstondig toe, maar schommelt nu rond 20 mg/l. Ook hier schiet het gemiddelde omhoog naar 43 mg/l in 2019. De verwachting is dat dit deels te verklaren is als gevolg van de langjarige droogte. ​

Veenregio

Omdat in de Veenregio alleen melkveebedrijven zijn bemonsterd, is er voor die hoofdgrondsoortregio maar één lijn in de grafiek.

Figuur 3. Ontwikkeling nitraatconcentratie in de Veenregio. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven. Bij ontbrekende meetjaren (o.a. wanneer het aantal benodigde bedrijven onvoldoende is) wordt de trendlijn onderbroken.

Het jaarlijks verloop in de gemiddelde nitraatconcentratie is erg variabel in de Veenregio. De waarden blijven ruim onder de norm van 50 mg nitraat per liter en zijn gemiddeld lager dan in de andere regio’s. In tegenstelling tot de andere regio’s is er meestal voldoende water voorhanden.

 

Lössregio

Figuur 4. Ontwikkeling nitraatconcentratie in de Lössregio. In veel jaren waren er onvoldoende ‘Dierbedrijven’(<10) om een gemiddelde weer te geven. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

Voor de bedrijfstypes Melkvee en Dierbedrijven in de Lössregio geldt dat de nitraatconcentratie gedaald is over de hele meetperiode. Bij het bedrijfstype Akkerbouw is de gemiddelde nitraatconcentratie in de laatste jaren gestegen tot boven het aanvangsniveau. Deze groep bepaalt daarmee ook sterk het gemiddelde voor de hele regio. Voor de groep Dierbedrijven is vanwege het betrekkelijk geringe aantal bedrijven dat werd bemonsterd te weinig data beschikbaar om uitspraken over de meest recente vier jaren te kunnen doen. De groep Melkveebedrijven heeft gemiddeld de laagste nitraatconcentratie, waarmee zij tijdelijk ook voldeden aan de nitraatnorm. Na 2018 is het gemiddelde echter weer gestegen tot boven 50 mg/l. Het gebrek aan voldoende neerslag zorgt er onder meer voor dat gewassen minder goed kunnen groeien en het aanwezige nitraat, in plaats van door de plant opgenomen, uit kan uitspoelen.

 

Zandregio

Figuur 5. Ontwikkeling nitraatconcentratie in de Zandregio. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

In vergelijking met de aanvang van de metingen in 1992 zijn de veranderingen in de nitraatconcentratie van het uitspoelend water in de Zandregio de afgelopen jaren minder groot geworden. In elk van de drie bedrijfstypen in deze regio zijn de concentraties uiteindelijk gedaald maar zijn er periodiek ook stijgingen waar te nemen. Ontwikkelingen in de sectoren maar ook  weersinvloeden spelen hier een rol, naast wijzigingen in steekproefsamenstellingen. Bij ‘Melkvee’ schommelt de nitraatconcentratie vanaf 2003 om en nabij de nitraatnorm van 50 mg/l, en ligt de laatste jaren hier onder. De categorieën Akkerbouw en de Dierbedrijven komen qua gemiddelde concentraties de laatste jaren redelijk overeen maar liggen beduidend hoger dan bij de Melkveehouderijen. Bij de groep Akkerbouw speelt mee dat het aandeel bedrijven in Zand Zuid (Noord-Brabant en het noordelijke deel van Limburg) de laatste jaren is vergroot, hierdoor is het aandeel droge en uitspoelingsgevoelige gronden toegenomen. De meest recente jaren stijgen de gemiddelde concentraties bij de drie bedrijfstypen weer. Dit valt deels te verklaren door de droogte-effecten van deze laatste jaren.

Meer informatie over de steekproefsamenstelling is te vinden in RIVM-Rapport 2016-211 en RIVM rapport 2020-0163. Voor alle bedrijfscategorieën geldt dat de niveaus in de eerste jaren van de metingen hoger lagen dan tegenwoordig, maar door missende waarnemingsjaren zijn de trends in die eerste jaren niet goed vast te stellen.

Het percentage bedrijven in de Zandregio dat voldoet aan de nitraatnorm (Tabel 2), verschilt per bedrijfstype. Het hoogste aandeel bedrijven die voldoen aan de nitraatnorm is te vinden bij de Melkveebedrijven. Het aandeel Melkveebedrijven dat aan de norm voldoet stijgt tot 2017 min of meer, maar daalt daarna weer. Bij de Akkerbouwbedrijven en Dierbedrijven is er jaarlijks meer variatie,  gemiddeld lijkt er steeds wat te verbeteren maar boven de 50% is zelden voorgekomen, omdat ook de gemiddelde concentraties wat lijken te stagneren. Zie ook de trendlijnen van de concentraties per jaar in figuur 5.

Tabel 2. Percentage bedrijven in de Zandregio waar de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelend water voldoet aan de nitraatnorm van 50 mg/l.; waarden 1992 -2019.

 

(hoofd-)grondsoortregio

jaar

Melkvee

Akkerbouw

Dierbedrijven

1992

4

7

-

1993

5

4

-

1994

27

-

-

1995

29

29

-

1996

-

-

-

1997

16

37

-

1998

10

22

6

1999

49

-

12

2000

29

-

9

2001

40

-

-

2002

59

64

14

2003

63

51

42

2004

43

27

27

2005

51

13

14

2006

51

32

28

2007

48

19

28

2008

60

20

32

2009

66

44

31

2010

56

32

26

2011

63

36

38

2012

74

35

45

2013

68

28

40

2014

63

36

33

2015

63

28

44

2016

79

46

48

2017

83

48

47

2018

74

42

40

2019

65

32

33