Samenvatting nitraat in uitspoelend water

In het LMMLandelijk Meetnet effecten Mestbeleid meten we de nitraatconcentratie in het water dat uitspoelt uit de wortelzone. Dit is het water in de bovenste meter van het grondwater (Zand- en Veenregio), in het bodemvocht onder de wortelzone (Lössregio) of het water uit drainagebuizen (Kleiregio). Samengevat uitspoelend water genoemd.

Sinds de aanvang van de metingen in 1992 is de nitraatconcentratie in de Zandregio gedaald. De laatste jaren lijkt de daling minder sterk, of stijgt zelfs licht bij sommige bedrijfstypen. Ook in de Klei- en Lössregio is de nitraatconcentratie gedaald als de hele meetperiode wordt beschouwd. In de Veenregio voldoen de gemiddelde nitraatconcentraties ruim aan de norm. Met het dalen van de concentraties neemt het aandeel bedrijven waar de waterkwaliteit aan de norm voldoet toe. In de Zand- en Lössregio vinden de meeste overschrijdingen van de nitraatnorm plaats, in de Veenregio de minste. Voor alle regio’s en bedrijfstypen geldt dat er steeds minimaal 10 deelnemers nodig zijn om een gemiddelde te kunnen tonen. Wanneer er in een jaar minder dan 10 deelnemers zijn, dan wordt de betreffende trendlijn onderbroken, en loopt weer door zodra er voldoende data is.

Hieronder worden de volledige resultaten weergegeven per regio en bedrijfstype.

De afgelopen twintig jaar vertoont de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelend water op landbouwbedrijven in de Zandregio een dalende trend (Figuur 1). In de Zandregio is de gemiddelde nitraatconcentratie in 20 jaar gedaald van meer dan 150 mg/lmilligram per liter naar circa 50 mg/l.  Ook in de Kleiregio daalt de nitraatconcentratie. In de Kleiregio is de daling in absolute zin minder groot, maar procentueel vergelijkbaar: in 15 jaar van omstreeks 75 mg/l naar circa 20 mg/l. In de Veenregio is de nitraatconcentratie van alle regio’s het laagst. Gemiddeld genomen ligt dit rond de 15 mg/l.  In de Lössregio is, na een eerste voorzichtige afname tot ongeveer 70 mg/l in 2010, sprake van een verdere daling van de nitraatconcentratie tot gemiddeld net boven de 50 mg/l. In 2017 neemt het gemiddelde weer toe. Mogelijk is juist de lage concentratie van 2016 door weerseffecten beïnvloed. In de Lössregio worden, vergeleken met de andere regio’s, nog steeds de hoogste gemiddelde nitraatconcentraties aangetroffen.

 

Figuur 1. Bedrijfsgemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelend water in de vier grondsoortregio’s; gemiddelde gemeten waarden en gestandaardiseerde waarden in de Zand- en Kleiregio. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

In de Klei- en Zandregio zijn naast de gemeten waarden ook gestandaardiseerde waarden beschikbaar, waarbij de gemeten gemiddelde concentraties zijn ’gecorrigeerd’ voor invloeden anders dan bedrijfsvoering. Het gaat hier om invloeden als gevolg van bijvoorbeeld jaarlijkse variaties in neerslag en samenstelling van de steekproef (zie RIVM-rapport 2016-211). Deze correctie van de meetgegevens levert vooral voor de Zandregio een regelmatiger verloop van de concentraties dan de gemeten datareeks. De trendlijn is nog niet bijgewerkt met de cijfers voor 2016 en 2017 ten tijde van deze rapportage. Voor de Löss- en Veenregio’s is deze methode niet ontwikkeld.

Het aandeel bedrijven waar de kwaliteit van het uitspoelend water voldoet aan de nitraatnorm van 50 mg/lmilligram per liter neemt vanwege de dalende nitraatconcentraties over het algemeen toe (Tabel 1, hiervoor zijn de gemeten, ongecorrigeerde concentraties gebruikt). In de Veenregio voldoen in de regel de meeste bedrijven. In de Lössregio is het aandeel bedrijven dat voldoet aan de nitraatnorm juist afgenomen tot minder dan 50%, maar 2017 lijkt meer in lijn met de ontwikkeling in de jaren vóór 2016.

Tabel 1. Percentage bedrijven per grondsoortregio waar de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelend water voldoet aan de nitraatnorm van 50 mg/l; waarden 1992-2017.

Jaar

Klei

Löss

Veen

Zand

1992

-

-

-

2,2

1993

-

-

-

3,4

1994

-

-

-

23

1995

-

-

-

26

1996

-

-

100

-

1997

-

-

-

11

1998

26

-

-

18

1999

83

-

93

32

2000

48

-

-

20

2001

74

-

-

31

2002

86

30

100

47

2003

88

16

-

54

2004

58

14

-

36

2005

65

20

100

33

2006

61

17

100

41

2007

72

15

88

37

2008

81

26

100

45

2009

85

28

98

55

2010

81

42

96

45

2011

91

40

98

50

2012

95

45

100

60

2013

95

34

100

52

2014

91

46

95

51

2015

86

52

93

54

2016

93

62

98

67

2017

91

49

100

71

Zie voor de resultaten van de afzonderlijke meetjaren de webrapportages Basismeetnet.

Er wordt onderscheid gemaakt naar Melkveebedrijven, Akkerbouwbedrijven, Hokdierbedrijven en Overige bedrijven. Deze laatste categorie betreft onder meer graasdierbedrijven anders dan melkvee en bedrijven met bijvoorbeeld een hokdiertak of akkerbouwtak naast de graasdiertak. Omdat in de Veenregio alleen melkveebedrijven zijn bemonsterd, is er voor die hoofdgrondsoortregio maar één lijn in de grafiek.

Kleiregio

 

Figuur 2. Ontwikkeling nitraatconcentratie in de Kleiregio. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

In de gemiddelden van de Kleiregio is een dalende trend zichtbaar. Tussen circa 2000 en 2003 is eerst een sterke afname zichtbaar, waarna in 2004 het eerdere niveau van 2000 wordt bereikt. Daarna zet de dalende trend wel door naar circa 35 mg/lmilligram per liter voor Akkerbouw. Bij de Overige bedrijven is de sterkste daling te zien naar circa 10 mg/l, maar hier stijgt de concentratie de laatste twee jaar wel weer. De gemiddelde concentratie op Melkveebedrijven neemt van 2012-2015 kortstondig toe, maar schommelt nu rond 20 mg/l. De drie bedrijfstypen blijven daarmee de afgelopen tien jaar ook steeds ruim onder de 50 mg/l van de nitraatnorm.

Lössregio

 

Figuur 3. Ontwikkeling nitraatconcentratie in de Lössregio. In veel jaren waren er onvoldoende ‘Overige’- bedrijven (<10) om een gemiddelde weer te geven. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

Voor alle bedrijfstypes in de Lössregio geldt dat de nitraatconcentratie gedaald is gedurende de meetperiode. De gemiddelde nitraatconcentratie is het hoogst bij het bedrijfstype Akkerbouw. De stijging van de gemiddelde concentratie voor het laatste meetjaar van deze groep bedrijven leidt er ook toe dat het gemiddelde voor de Lössregio als geheel is toegenomen. Voor de groep ‘Overig’ is vanwege het betrekkelijk geringe aantal bedrijven dat werd bemonsterd te weinig data beschikbaar om uitspraken over te doen. De groep Melkveebedrijven heeft gemiddeld de laagste nitraatconcentratie, waarmee zij de laatste jaren ook voldoen aan de nitraatnorm.

Veenregio

 

Figuur 4. Ontwikkeling nitraatconcentratie in de Veenregio. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven. Bij ontbrekende meetjaren (o.a. wanneer het aantal benodigde bedrijven onvoldoende is) wordt de trendlijn onderbroken.

Het jaarlijks verloop in de gemiddelde nitraatconcentratie is erg variabel in de Veenregio. De waarden blijven ruim onder de norm van 50 mg nitraat per liter en zijn gemiddeld lager dan in de andere regio’s.

Zandregio

 

Figuur 5. Ontwikkeling nitraatconcentratie in de Zandregio. De jaartallen op de x-as markeren 1 januari van elk jaar. In de legenda wordt het gemiddeld aantal deelnemers gedurende de getoonde meetperiode aangegeven.

In vergelijking met de aanvang van de metingen in 1992 zijn de veranderingen in de nitraatconcentratie van het uitspoelend water in de Zandregio de afgelopen jaren minder groot geworden (Figuur 4), behalve bij de bedrijfscategorie ‘Hokdier’. Hier zijn de concentraties de laatste tien jaar het meest gedaald, na de aanvankelijke stijging tot 2006. De fluctuaties worden vooral veroorzaakt door een wisseling van bedrijven (steekproef-effecten) en de kleine groep deelnemende bedrijven. Bij de categorie ‘Overig’ is het verloop van de gemiddelde concentratie nog niet duidelijk, ook hier spelen de steekproefsamenstellingen mogelijk een rol. Bij ‘Melkvee’ schommelt de nitraatconcentratie vanaf 2003 om en nabij de nitraatnorm van 50 mg/l, en ligt de laatste jaren hieronder. De categorie 'Akkerbouw' kent, samen met de Overige bedrijven inmiddels de hoogste nitraatconcentraties in de Zandregio. De groepen 'Overige' en 'Hokdier' tellen in bepaalde jaren maar weinig deelnemers, waardoor nieuwkomers of uitvallende bedrijven veel invloed op het gemiddelde uitoefenen. Bij de groep 'Akkerbouw' speelt mee dat het aandeel bedrijven in Zand Zuid (Noord-Brabant en het noordelijke deel van Limburg) de laatste jaren is vergroot, hierdoor is het aandeel droge en uitspoelingsgevoelige gronden toegenomen. De meest recente jaren nemen de gemiddelde concentraties licht af. Meer informatie over de steekproefsamenstelling is te vinden in RIVM-Rapport 2016-211. Voor alle bedrijfscategorieën geldt dat de niveaus in de eerste jaren van de metingen hoger lagen dan tegenwoordig, maar door missende waarnemingsjaren zijn de trends in die eerste jaren niet goed vast te stellen.

Het percentage bedrijven in de Zandregio dat voldoet aan de nitraatnorm (Tabel 2), neemt licht toe. Per bedrijfstype zijn er wel duidelijke verschillen. Van 2013 tot 2015 is het aandeel van aan de nitraatnorm voldoende Melkveebedrijven gedaald, vanaf 2015 lijkt de stijgende lijn weer te worden doorgezet. Zie ook de trendlijnen van de concentraties per jaar in figuur 4.

Tabel 2. Percentage bedrijven in de Zandregio waar de gemiddelde nitraatconcentratie in het uitspoelend water voldoet aan de nitraatnorm van 50 mg/lmilligram per liter.; waarden 1992 -2017.

jaar

Melkvee

Akkerbouw

Hokdier

Overig

1992

1,5

5,6

-

-

1993

3,1

5,3

-

-

1994

22

-

-

-

1995

29

22

-

-

1996

-

-

-

-

1997

0,0

30

-

-

1998

5,9

18

-

-

1999

47

-

9,1

-

2000

25

-

-

-

2001

39

-

-

-

2002

57

70

-

-

2003

62

47

50

38

2004

43

14

9,1

-

2005

48

14

6,2

15

2006

49

20

15

24

2007

49

11

27

32

2008

56

15

28

60

2009

63

38

44

56

2010

55

27

32

37

2011

60

27

42

38

2012

74

26

45

50

2013

66

19

33

38

2014

62

26

45

29

2015

63

25

62

45

2016

79

38

54

45

2017

83

39

67

53