Zes belangrijke momenten in 50 jaar stralingsonderzoek

1962

Piekjaar bovengrondse kernwapenproeven

1962 was het piekjaar van de bovengrondse kernwapenproeven en de daarmee gepaard gaande ernstige fall-out.

In anderhalf jaar tijd waren er 250 bovengrondse kernwapenproeven uitgevoerd, met als zwaarste een USSR-waterstofbom van 50 megaton (= ruim 3000x de kracht van de bom op Hiroshima). Een aantal jaren daarvoor, in 1957, was het EURATOM-verdrag afgesloten. Dat verplichtte de lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap, de voorloper van de EU, om radioactiviteit in voedsel en milieu te meten en die informatie vervolgens aan haar burgers ter beschikking te stellen.

Het EURATOM-monitoringprogramma dat toen werd gestart, loopt nog steeds. De radioactiviteit in de lucht nam pas af in 1965, twee jaar na het ondertekenen van de Partial Test Ban Treaty (1963), die kernproeven in de atmosfeer verbood. Na een bovengrondse kernproef blijft de radioactieve fall-out daarvan namelijk nog lange tijd in de lucht hangen. De bodem en daarmee ook het voedsel bleven nog vele jaren besmet.

De eerste stralingskaart

1986

Kernramp Tsjernobyl

Het kernongeval in Tsjernobyl (voormalige Sovjet-Unie), waarbij na een mislukte test een kerncentrale ontplofte, is de zwaarste nucleaire ramp tot nu toe. Bij het bestrijden van de gevolgen hiervan in Nederland speelde LSO een belangrijke rol.

Naar aanleiding van de ramp kwam in 1989 het Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding (NPK) tot stand. Het RIVM kreeg binnen het NPK een belangrijke rol, onder andere vanwege de bouw en het beheer van het Landelijk Meetnet voor Radioactiviteit, het Informatie en Documentatiecentrum voor de Kernongevallenbestrijding, en een aantal nieuwe meetwagens.

Ook nu nog speelt het RIVM een belangrijke adviesrol bij kernongevallen. Daarbij wordt nog steeds gebruik gemaakt van meetnetten, informatiesystemen en meetwagens. Deze technische hulpmiddelen zijn zo goed met hun tijd meegegroeid dat ze nog steeds ‘state-of-the-art’ zijn.

Ronald Smetsers

2006

Aanslag op Litvinenko met polonium-210

In november 2006 stierf de Rus Litvinenko in een Londens ziekenhuis, waar hij drie weken eerder met onbegrepen vergiftigingsverschijnselen was opgenomen.

In eerste instantie was het een raadsel waaraan hij was overleden, maar na autopsie bleek hij te zijn vergiftigd met een radioactieve stof: polonium-210. In de weken daarna onderzocht het RIVM of Nederlanders die ten tijde van de aanslag in hetzelfde hotel verkeerden als Litvinenko, ook zijn blootgesteld aan polonium-210. Bij een paar personen werd inderdaad polonium-210 aangetoond, maar de gevonden besmettingen waren gelukkig niet ernstig.

Kernramp Fukushima