Verantwoording

Eenzaamheid

Eenzaamheid is gemeten met de eenzaamheidsschaal van Gierveld-de Jong. De eenzaamheidsschaal bestaat uit 11 uitspraken over emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. Voorafgaand aan de uitspraken staat de vraag: 'Wilt u van elk van de volgende uitspraken aangeven in hoeverre die op u, zoals u de laatste tijd bent, van toepassing is?', met de toelichting 'U kunt antwoorden met nee, min of meer, ja'. Een uitspraak voor het meten van emotionele eenzaamheid is bijvoorbeeld ‘Ik mis een echte goede vriend of vriendin’. Sociale eenzaamheid wordt gemeten met onder andere de uitspraak: ‘Wanneer ik daar behoefte aan heb, kan ik altijd bij mijn vrienden terecht’.

Iemand is sociaal of emotioneel eenzaam als diegene op minstens twee van de bijbehorende items ongunstig scoort.
Iemand is eenzaam bij minstens drie ongunstige scores op alle items. Iemand is ernstig eenzaam bij een ongunstige score op minimaal 9 items.

Databron

De gegevens over eenzaamheid zijn afkomstig uit de Gezondheidsmonitor 2016 van GGD’en, CBS en RIVM. De cijfers die hier gepresenteerd worden zijn gebaseerd op 450.146 respondenten, van wie de gegevens zijn verzameld door de GGD’en via vragenlijstonderzoek. De cijfers van de Gezondheidsmonitor leveren input voor landelijk, regionaal en lokaal gezondheidsbeleid. Door de grote steekproefomvang is het mogelijk om uitsplitsingen te doen naar GGD-regio’s en gemeenten. Het RIVM heeft een model ontwikkeld om ook cijfers te kunnen schatten op wijk- en buurtniveau (SMAP). Hiertoe zijn de deelnemers aan de Gezondheidsmonitor anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en vermogen. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt. We willen benadrukken dat het statistische model de Gezondheidsmonitor niet kan vervangen. Om de schattingen voor wijken en buurten te kunnen doen is het nodig om een groot databestand te hebben. Cijfers op wijk- en buurtniveau voor andere gezondheidsmaten zijn te vinden op de RIVM-website.

De gemeentecijfers en landelijke cijfers op deze website zijn via hetzelfde statistische model berekend om als referentiecijfer te kunnen fungeren voor de wijk- en buurtcijfers. De cijfers kunnen afwijken van de cijfers die direct uit de Gezondheidsmonitor 2016 komen omdat ze volgens een andere methode berekend zijn. Voor gebieden met minder dan 10 inwoners worden geen cijfers getoond.

Gerelateerde kenmerken

Om de aanpak van eenzaamheid gerichter te kunnen inzetten, hebben we onderzocht welke kenmerken van personen samenhangen met eenzaamheid. We hebben daarvoor analyses uitgevoerd op het databestand van de Gezondheidsmonitor 2016. Voor elke wijk en buurt laten we zien welk percentage inwoners die kenmerken heeft. We hebben ons daarom ook beperkt tot kenmerken waarvan bekend is hoe vaak ze in wijken en buurten voorkomen. De achtergrondkenmerken zoals leeftijd of etniciteit komen van het CBS (Statline en maatwerk). De gezondheidskenmerken, zoals het hebben van beperkingen, zijn door het RIVM geschat via de SMAP-methode op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 (zie paragraaf over Databron).

Een kanttekening die hierbij gemaakt moet worden is dat het niet per definitie zo is dat de personen met die kenmerken in die wijk of buurt daadwerkelijk eenzaam zijn. Daarnaast realiseren we ons dat er nog meer individuele wijk- of buurtkenmerken zijn die gerelateerd zijn aan eenzaamheid. Ook kan er interactie zijn tussen de kenmerken, die belangrijk zijn voor de aanpak van eenzaamheid.