Elk jaar krijgen zo’n 200 ouders van kinderen van een paar maanden oud te horen dat hun kind niet genoeg hoort om goed te leren praten. Om de taalspraakontwikkeling toch zo optimaal mogelijk e laten verlopen, adviseert de audioloog meestal hoortoestellen en gezinsbegeleiding (vroegbehandeling). In een later stadium blijkt soms toch een cochleair implantaat nodig te zijn. Maar wat doen ouders met deze adviezen en wat betekent dit voor de opvoeding en de ontwikkeling van hun kind? Tijdens deze subsessie interviewde  Mariën Hannink van de FODOK (Federatie van ouders van Dove kinderen) vier ouders van dove/slechthorende kinderen over hun ervaringen.

In alle openheid vertelden de ouders over hun verschillende ervaringen in de ziekenhuizen, over de onzekerheid en onrust die gevoeld werd toen het lang duurde voordat duidelijk was hoeveel hun kind niet kon horen. Over het enorme verschil dat een passende interventie zoals een cochleair implantaat kan maken voor het geluk en de ontwikkeling van een kind. Ze vertelden ook  over het gebrek aan begeleiding in sommige gevallen en zich daardoor heel alleen voelen en over de behoefte aan contact met andere ouders van slechthorende/dove kinderen.