Het bevolkingsonderzoek darmkanker start medio mei weer. Het bevolkingsonderzoek borstkanker start rond medio juni weer. Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker start naar verwachting begin juli weer. In de brief naar de Tweede Kamer van 11 mei is dit besluit toegelicht.

Door de uitbraak van het coronavirus COVID-19 stond de beschikbare zorg in Nederland sterk onder druk. 
Daarom was op 16 maart door het Ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) besloten om de bevolkingsonderzoeken naar baarmoederhalskanker, borstkanker en darmkanker tijdelijk stop te zetten.

Hieronder vindt u antwoorden op algemene vragen. Meer specifieke vragen en antwoorden vindt u per bevolkingsonderzoek op de website van de screeningsorganisaties.

Door de uitbraak van het coronavirus COVID-19 stond de beschikbare reguliere zorg in Nederland de afgelopen periode sterk onder druk. Door tijdelijk te stoppen nam het aantal verwijzingen vanuit de bevolkingsonderzoeken sterk af waardoor bij de ziekenhuizen capaciteit vrij kwam voor de zorg rondom het coronavirus.

Het tijdelijk stoppen hield in dat sinds 16 maart 2020 geen nieuwe uitnodigingen meer werden verstuurd voor de bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, darmkanker en baarmoederhalskanker. Cliënten die nog een uitnodiging hadden liggen konden ook niet meer meedoen.

Herstarten houdt in dat de bevolkingsonderzoeken na de stop per 16 maart 2020, weer gefaseerd gaan starten. Dit geldt voor heel Nederland.  
We starten medio mei met de eerste acties voor het bevolkingsonderzoek darmkanker. Als eerste vragen we de cliënten die voor 16 maart al uitgenodigd waren en niet meer mee konden doen, weer mee te doen. Daarna sturen we uitnodigingen aan de mensen die in aanmerking komen voor het bevolkingsonderzoek en nog niet waren uitgenodigd.

De uitnodiging van de cliënten voor het bevolkingsonderzoek borstkanker start vanaf medio juni, voor baarmoederhalskanker vanaf begin juli.

De praktische uitwerking van de herstart wordt verzorgd door de regionale screeningsorganisaties. Meer informatie hierover vindt u binnenkort op de website van de screeningsorganisaties

 

De bevolkingsonderzoeken worden niet gelijktijdig opgestart. Het bevolkingsonderzoek darmkanker start medio mei als eerste. Het bevolkingsonderzoek borstkanker start medio juni. Er zijn nog voorbereidingen nodig om het maken van de borstfoto’s weer op te kunnen starten. De bussen worden aangepast en er moeten voldoende beschermingsmiddelen beschikbaar zijn.

Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker start begin juli weer op. De laboratoriumcapaciteit voor dit onderzoek wordt nu ingezet voor Covid-19 tests. Verder zijn er nog voorbereidingen nodig om weer te starten en is de capaciteit in de zorg begin juli weer voldoende beschikbaar.

De capaciteit van de ziekenhuizen neemt gestaag toe. Dat betekent dat er weer ruimte komt voor reguliere zorg. De vervolgonderzoeken voor mensen die een verwijzing krijgen vanuit een bevolkingsonderzoek, kunnen weer worden uitgevoerd. Daarom kunnen we weer starten met de bevolkingsonderzoeken, als eerste met het bevolkingsonderzoek darmkanker. Voor de bevolkingsonderzoek naar borstkanker en baarmoederhalskanker worden de voorbereidingen voor de herstart getroffen. 

Het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wil zo snel mogelijk de bevolkingsonderzoeken weer volledig aanbieden. Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft aan betrokken partijen gevraagd of het bevolkingsonderzoek gestart kan worden en er voldoende capaciteit voor vervolgonderzoek beschikbaar is. Op basis hiervan heeft het RIVM aan het Ministerie van VWS een advies gegeven hoe de herstart vorm kan krijgen. Het Ministerie van VWS heeft vervolgens besloten dat de bevolkingsonderzoeken naar kanker geleidelijk weer kunnen starten., beginnend bij het bevolkingsonderzoek darmkanker. De Tweede Kamer is hierover ingelicht met de brief van 11 mei.

De uitvoering van de bevolkingsonderzoeken gebeurt binnen de COVID-richtlijnen. De bevolkingsonderzoeken en de aansluitende zorg kunnen veilig en met goede kwaliteit worden georganiseerd. Er is geen reden om de zorg te mijden.

Bij de herstart zullen minder mensen worden uitgenodigd dan gebruikelijk. Als eerste starten we met cliënten die voor 16 maart al uitgenodigd waren en niet meer mee konden doen. Op basis van de beschikbare capaciteit bepalen we steeds het aantal uitnodigingen. Uiteindelijk komt iedereen aan de beurt.   

Welke persoonlijke beschermingsmiddelen zijn er nodig voor het screenen in het bevolkingsonderzoek borstkanker?

We volgen de leidraad ’Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting vanwege SARSsevere acute respiratory syndrome-CoVcoronavirus-2’ van de Federatie Medisch Specialisten (FMS). In deze leidraad zijn adviezen opgesteld over hoe veilige patiëntenzorg verleend kan worden als afstand houden niet mogelijk is. In de screening is sprake van intensief lichamelijk contact om kwalitatief goede foto’s te maken. Daarom adviseert FMS in die gevallen persoonlijke beschermingsmiddelen (PBMpersoonlijke beschermingsmiddelen) te gebruiken. Dit wordt ondersteund door de Nederlandse Vereniging Medische Beeldvorming en Radiotherapie (NVMBRNederlandse Vereniging voor Medische Beeldvorming en Radiotherapie) en de NVvRNederlandse Vereniging voor Radiologie (Nederlandse Vereniging voor Radiologie).

Hoe ziet het verdeelmodel van de persoonlijke beschermingsmiddelen over de zorgsectoren eruit?

Er is door de overheid een methodiek ontwikkeld om ervoor te zorgen dat een zo zorgvuldig en eerlijk mogelijke verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) plaatsvindt. Hoe dit precies in zijn werk gaat, kunt u lezen op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/04/11/factsheet-verdeling-pbm. 

Hoe kan het dat het bevolkingsonderzoek borstkanker medio juni start met persoonlijke beschermingsmiddelen, terwijl tehuizen en ander zorgpersoneel soms nog tekort hebben?

Bevolkingsonderzoek Nederland heeft zich aangemeld bij het Landelijk Consortium Zorgaanbieders Hulpmiddelen (LCH). Daar kunnen wij, en andere zorgaanbieders, aangeven wat we nodig hebben aan persoonlijke beschermingsmiddelen. Het LCH koopt de persoonlijke beschermingsmiddelen in. De verdeling vindt plaats op basis van de regionale behoeften en prioriteiten. Hierbij is het risico op besmetting het belangrijkste criterium. Als er niet voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen zijn, wordt het bevolkingsonderzoek borstkanker niet opgestart. 

Is het zo dat het bevolkingsonderzoek borstkanker voorrang krijgt op de persoonlijke beschermingsmiddelen?

Nee, dit is niet het geval. Bij de nieuwe verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen is het risico op besmetting het belangrijkste criterium. De screeningsorganisaties die het bevolkingsonderzoek borstkanker uitvoeren draaien dus mee in de reguliere verdeling.

Het verloop van de COVID-19 pandemie en de effecten daarvan zijn echter moeilijk te voorspellen. De bevolkingsonderzoeken houden rekening met de COVID-maatregelen voor de zorg. Als er weer grote druk op de zorg ontstaat kan het weer nodig zijn de bevolkingsonderzoeken tijdelijk te stoppen. 

Borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker ontwikkelen zich meestal langzaam. Met de bevolkingsonderzoeken worden vooral voorlopers van deze kankers, of kankers in een vroeg stadium opgespoord. We verwachten dat de negatieve gezondheidseffecten voor de doelgroep van het bevolkingsonderzoek gemiddeld daarom niet heel groot zullen zijn. Voor een aantal individuele cliënten kan dit anders liggen. Bijvoorbeeld als een voorstadium door de vertraging in een later stadium wordt opgespoord waardoor een zwaardere behandeling nodig kan zijn. 

Als u klachten heeft, is het belangrijk dat u een afspraak maakt met uw huisarts.

Op de website van de screeningsorganisaties vindt u antwoorden op praktische vragen over de drie bevolkingsonderzoeken naar kanker. Ook vindt u hier de contactgegevens als u contact met de screeningsorganisatie wilt opnemen.
Maakt u zich zorgen over uw gezondheid, neem dan contact op met uw huisarts.