Op 8 april heeft de Gezondheidsraad een nieuw advies over de hielprikscreening uitgebracht. In het advies beveelt de commissie aan om 14 aandoeningen toe te voegen aan de screening. Het gaat daarbij om een aantal stofwisselingsziekten en SCIDSevere Combined Immune Deficiency (Severe Combined Immune Deficiency). Ook heeft de commissie gekeken naar het omgaan met dragerschap, wanneer een kind wel het gen draagt voor een aandoening maar niet de ziekte heeft. Hierover adviseert een meerderheid van de commissie om dragerschap van ziekten bij het kind niet te rapporteren aan de ouders. Verder adviseert de commissie om formeel te stoppen met de opgeschorte screening op de stofwisselingsziekte homocystinurie, totdat er een betere testmethode is.

De vorige adviezen van de Gezondheidsraad met betrekking tot dit programma zijn uit 2005 en 2010. Gezien de wetenschappelijke, technologische, ethische en maatschappelijke ontwikkelingen sinds het uitkomen van de vorige adviezen heeft de minister van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de Gezondheidsraad om een nieuw advies gevraagd. Het advies is nu aangeboden aan de minister van VWS. Zij beslist over het vervolg.

In de eerste week na de geboorte krijgt elke baby in Nederland een hielprik. De screening van het hielprikbloed levert belangrijke informatie op over een aantal ernstige ziektes. Vroegtijdige opsporing hiervan is belangrijk om schade aan de gezondheid te voorkomen of te beperken. Jaarlijks wordt de hielprik uitgevoerd bij bijna 175.000 pasgeborenen. Het hielprikbloed wordt onderzocht op 17 aandoeningen. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-CvBCentrum voor Bevolkingsonderzoek (Centrum voor Bevolkingsonderzoek) regisseert de screening in opdracht van het ministerie van VWS. Vorig jaar bestond de hielprikscreening in Nederland 40 jaar.