Oudere mensen blijven tegenwoordig langer thuis wonen en blijven langer zelfredzaam. Preventie van kwetsbaarheid kan hier aan bijdragen. Bij preventie van kwetsbaarheid bij ouderen is het belangrijk om rekening te houden met alle verschillende soorten kwetsbaarheid: fysieke, psychische, cognitieve en sociale kwetsbaarheid. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Voldoende bewegen hangt samen met alle soorten kwetsbaarheid. Extra aandacht is nodig voor de groep oudere mensen met een lage opleiding die vaker kwetsbaar is. De generatie ouderen van de toekomst is anders dan de generatie ouderen van nu. Om met die verschillen rekening te houden is een generatiebewust beleid aan te bevelen.

In dit onderzoek werd gekeken naar volwassenen van 40 tot 81 jaar: de ouderen van nu én van straks. Kwetsbaarheid bij ouderen bestaat in vier verschillende soorten: fysieke, psychische, cognitieve en sociale kwetsbaarheid. De overgrote meerderheid (81%) van de kwetsbare mensen heeft maar één soort kwetsbaarheid. Er is weinig overlap; de vier soorten identificeren dus verschillende groepen kwetsbare mensen. Voor de preventie van kwetsbaarheid zijn daarom alle soorten kwetsbaarheid relevant.

Verschillende factoren

Verschillende factoren blijken samen te hangen met kwetsbaarheid, zoals opleiding, werk, het hebben van een partner en chronische ziekten. Kwetsbaarheid komt vaker voor bij mensen met een lage opleiding. Zij vormen daarom een risicogroep. Hiervoor is extra aandacht nodig. 

Leefstijl

Ook leefstijlfactoren spelen een rol bij kwetsbaarheid. Van de bestudeerde leefstijlfactoren (alcohol, roken, bewegen, voeding en slaap) blijkt dat voldoende bewegen consistent met alle soorten kwetsbaarheid samenhangt. Daarom is het de aanbeveling aan gemeenten om te overwegen beweeginterventies voor ouderen standaard aan het gemeentelijk aanbod van interventies toe te voegen. 

Generatieverschillen

Generatieverschillen leiden mogelijk ertoe dat toekomstige ouderen minder (of anders) kwetsbaar zijn. Zo roken de ouderen van straks minder dan de ouderen van nu, maar bewegen ze minder. Om te anticiperen op de (mogelijk grote) verschillen tussen de generatie ouderen van nu en de ouderen van de toekomst is generatiebewust beleid aan te bevelen.

Factsheet

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De resultaten staan beschreven in de RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-factsheet ‘Ouderen van nu en straks: zijn er verschillen in kwetsbaarheid?’.