De Milieuongevallendienst van het RIVM onderzoekt of en in hoeverre er schadelijke stoffen vrijkomen bij de brand in het havengebied in Amsterdam. Het RIVM rapporteert de resultaten aan de gemeente Amsterdam (bevoegd gezag) en het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

De Milieuongevallendienst (MOD Milieu Ongevallen Dienst (Milieu Ongevallen Dienst)) van het RIVM onderzoekt of en in hoeverre er schadelijke stoffen vrijkomen bij de brand in het havengebied in Amsterdam. De MOD beschikt over geavanceerde meetapparatuur waarmee ter plekke metingen kunnen worden gedaan.

De MOD maakt onderdeel uit van het Beleidsondersteunend Team milieu-incidenten (BOT-mi het Beleidsondersteunend Team milieu-incidenten (het Beleidsondersteunend Team milieu-incidenten)). Daarin zijn verschillende organisaties vertegenwoordigd, zoals KNMI Koninklijk Meteorologisch Instituut (Koninklijk Meteorologisch Instituut), RIKILT en DCMR Milieudienst Rijnmond (Milieudienst Rijnmond). Gezamenlijk wordt informatie verzameld over mogelijke gevaren voor volksgezondheid en milieu. De informatie en adviezen worden door het BOT-mi aan het zogeheten bevoegd gezag – de coördinerende instantie – gerapporteerd. Het bevoegd gezag kan daarmee eventuele maatregelen nemen.

De MOD neemt onder andere monsters van lucht en neergeslagen (roet)deeltjes. De resultaten van de analyses worden door het BOT-mi gerapporteerd aan het bevoegd gezag: de Gemeente Amsterdam. De resultaten worden binnen enkele dagen verwacht. Het RIVM maakt zelf geen (tussentijdse) resultaten bekend.

Meer informatie over de brand vindt u onder 'Zie ook'.