De overheid werkt dagelijks aan een gezond en veilig Nederland dat mensen ook als zodanig ervaren. Hoe veilig mensen zich voelen in hun woonomgeving verschilt per persoon en locatie. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een vragenlijst ontwikkeld. Hiermee is het mogelijk te peilen hoe veilig mensen zich voelen in de omgeving waar zij wonen in relatie tot activiteiten met gevaarlijke stoffen. In een pilot is de vragenlijst getest in twee stedenː één met veel chemische industrie in de omgeving (Zaandam) en één met enkele chemiebedrijven in de stad (Deventer).

Uit de pilot blijkt dat de vragenlijst geschikt is voor het meten van veiligheidsbeleving. Ook geeft de pilot inzicht in de factoren die kunnen samenhangen met de veiligheidsbeleving. Het is mogelijk verschillen tussen de veiligheidsbeleving van mensen te laten zien op basis van onder andere leeftijd, opleidingsniveau en afstand tussen woning en chemische industrie. Ook is het mogelijk om de vragenlijst in heel Nederland te gebruiken en periodiek aan respondenten voor te leggen. Op basis van de pilot doet het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu enkele concrete suggesties om de vragenlijst te verbeteren. Zo is het belangrijk extra aandacht te geven aan de werkwijze om voldoende representatieve deelnemers te werven.

Samenhang factoren

Kennis over factoren die samenhangen met veiligheidsbeleving biedt aanknopingspunten om in te spelen op de beleving van inwoners. De factor die het meest samenhangt met de veiligheidsbeleving is de mate waarin mensen positief zijn over de omgeving waarin zij wonen als geheel. Hoe positiever mensen hun woonomgeving ervaren hoe positiever de veiligheidsbeleving en andersom. Ook de mate waarin mensen erop vertrouwen dat overheden en bedrijven een ongeval kunnen voorkómen, hangt samen met de veiligheidsbeleving. Hoe groter dit vertrouwen, hoe groter de veiligheidsbeleving en andersom.

Inhoudelijke resultaten

In de pilot zijn de resultaten van de stad met enkele chemiebedrijven (Deventer) en de stad nabij veel chemische industrie (Zaandam) met elkaar vergeleken. Omdat de deelnemers aan de pilot de inwoners van de twee steden onvoldoende weerspiegelden, zijn de inhoudelijke opbrengsten van de pilot puur indicatief. Uit de pilot blijkt dat deelnemers uit de stad met enkele chemiebedrijven de veiligheid positiever beleven dan deelnemers uit de stad die nabij veel chemische industrie ligt. Ook de veiligheid in relatie tot activiteiten met gevaarlijke stoffen beleven mensen in de stad met enkele chemiebedrijven (Deventer) positiever dan mensen in de stad nabij veel chemische industrie (Zaandam). Uit een open vraag blijkt dat in beide steden sociale veiligheid als het belangrijkste onderwerp wordt gezien als het gaat om de veiligheid in de eigen woonomgeving. De aanwezigheid van gevaarlijke stoffen wordt door een kleine groep inwoners genoemd.

Over de vragenlijst

In beide steden hebben circa 4.000 adressen een vragenlijst ontvangen met stellingen over zes verschillende onderwerpen die samenhangen met veiligheidsbeleving. Op de webpagina over de belevingsthermometer staat een uitgebreide samenvatting van het rapport. Op deze webpagina staan ook per deelnemende stad de resultaten van enkele stellingen in de vragenlijst. In het rapport zijn de volledige resultaten te lezen.