Experts baseren hun beleidsadvies niet alleen op wetenschappelijke kennis, maar ook op persoonlijke opvattingen. Wetenschappers vatten hun rol als beleidsadviseur verschillend op en dat moet meer aandacht krijgen. Dit staat in het proefschrift van RIVM-er Pita Spruijt, die op 23 juni promoveert aan de Universiteit Utrecht.

Beleidsmakers vragen wetenschappelijk experts om advies over de vraag: Mag een zendmast op een basisschool worden geplaatst, gelet op de mogelijke effecten van straling op de gezondheid van kinderen? Of moet de snelheidslimiet voor verkeer worden aangepast om de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging te beperken? En hoe beperken we de toenemende dreiging van antibioticaresistentie? 

Wetenschappers kijken bij zulke vragen verschillend naar hun rol als beleidsadviseur, blijkt uit het promotieonderzoek van Pita Spruijt. De één houdt zich strikt aan de – vaak onzekere – kennis. De ander geeft zijn persoonlijke opvatting, bijvoorbeeld dat uit voorzorg maatregelen moeten worden genomen. Of dat er eerst spijkerhard bewijs moet zijn, voordat er kosten worden gemaakt voor maatregelen.

Verschillende rolopvattingen

Tot voor kort waren hierover geen gegevens bekend, alleen theorieën. Spruijt deed onderzoek onder internationale experts op het gebied van elektromagnetische velden, fijnstof en antibioticaresistentie. Zij vond verschillende rolopvattingen in alle drie de expertgroepen. Deze waren voor een deel specifiek voor het onderwerp. 

Bij elektromagnetische velden stellen experts verschillende maatregelen voor. De grootste verschillen tussen fijnstof experts gaan over de wenselijkheid van interactie met beleidsmakers en stakeholders (veel of weinig). Bij antibioticaresistentie vallen vooral verschillen op tussen artsen en dierenartsen. 

Spruijt stelt dat deze verschillen in rolopvatting meer aandacht moeten krijgen, vooral bij adviezen van expertcommissies, in opleidingen aan universiteiten en bij maatschappelijke dialogen over complexe milieu- en gezondheidsvraagstukken. 

Het promotieonderzoek is gefinancierd vanuit het Strategisch Programma RIVM (SPR Strategisch Programma RIVM ), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Met dit programma bereidt het RIVM zich voor op de kennisvragen van morgen.