Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Pre- en neonatalescreening

Jaargang 10, Nummer 1 / 31 januari 2017

Inhoudsopgave
Actualisatie draaiboek Neonatale Hielprikscreening
Het draaiboek van de hielprikscreening is geactualiseerd. Alfa-thalassemie (HbH ziekte) en bèta-thalassemie (major) zijn toegevoegd aan de aandoeningen waarop wordt gescreend. Dit waren tot voor kort nevenbevindingen van de screening op sikkelcelziekte. Daarnaast werd een nieuwe paragraaf ingevoegd over nadelen van de screening, een hoofdstuk over het gebruik van restantbloed en een bijlage met de indicatoren en bijbehorende streefwaardes. Ook vonden enkele revisies plaats: van de vooropleidingseisen voor screeners, van de registratie en het gebruik van gegevens, van de kwaliteitseisen voor screeningslaboratoria en van de verwijstermijnen.
"E-learning hielprik "verplicht"
De programmacommissie van de neonatale hielprikscreening heeft in december 2016 het dwingende advies gegeven dat alle screeners de e-learning over de hielprik doorlopen, inclusief het opnieuw volgen van (delen van) de e-learning bij substantiële wijzigingen of uitbreidingen. De screeningsorganisaties worden geacht bij te houden welke screeners dat gedaan hebben. Momenteel heeft een substantieel deel van de screeners de e-learning nog niet doorlopen.
Op een plaats en tijd dat het de screener schikt, kan eenvoudig de kennis over de hielprik opgefrist worden met deze e-learning die wordt afgesloten met een toets. Ook voor ervaren screeners kan de e-learning relevante informatie opleveren. Wanneer er een belangrijke wijziging of een uitbreiding van de e-learning is, zal dat via deze nieuwsbrief gecommuniceerd worden als teken dat een deel van de e-learning opnieuw moet worden doorlopen.
Periode tot herautorisatie van screeners verkort van 5 naar 3 jaar
Screeningsorganisaties hebben een verantwoordelijkheid in het opleiden van screeners. Hieronder valt ook het toetsen of screeners blijven voldoen aan de
kwaliteitseisen.
Wanneer een screener de opleiding met goed gevolg heeft doorlopen, wordt zij geautoriseerd door de screeningsorganisatie. Na een periode van drie jaar (was vijf jaar) dient de screeningsorganisatie na te gaan of de screener nog steeds aan de kwaliteitseisen voldoet en zo ja, de screener te herautoriseren. De programmacommissie van de neonatale hielprikscreening heeft in december 2016 geadviseerd dat per 2017 de periode tot herautorisatie verkort wordt en het RIVM-CvB heeft dit advies overgenomen.
Verwijstermijnen geactualiseerd per 1-1-2017
Per 1 januari 2017 worden geactualiseerde verwijstermijnen gehanteerd in de neonatale hielprik-screening. Deze zijn tot stand gekomen na consultatie van de betreffende adviescommissie van de NVK, het NHG, het referentielaboratorium en de medisch adviseurs van het RIVM. De programmacommissie stemde december 2016 in met de geactualiseerde termijnen, die het RIVM-CvB vervolgens heeft vastgesteld.
In een achtergrond document is vastgelegd waarom tot een bepaalde verwijstermijn is besloten. De geactualiseerde verwijstermijnen zijn opgenomen in de nieuwste versie van het draaiboek NHS.
"Dubieuze uitslag" wordt "niet-conclusieve uitslag"
Bij de screening op AGS, CH en OCTN2 was een "dubieuze uitslag" mogelijk. Dit wordt door veel betrokkenen als een verwarrende term beschouwd. Per 1 januari 2017 is deze term vervangen door "niet-conclusieve uitslag". In de communicatie naar ouders en screeners zal gesproken worden over "er is nog geen conclusie mogelijk". Een dergelijke uitslag betekent in de praktijk dat de uitslag afwijkt van een normale uitslag, maar niet afwijkend genoeg is om direct ziekte te vermoeden. Een niet-conclusieve uitslag leidt tot afname van een 2e hielprik. Als blijkt dat na de 2e hielprik de uitslag niet normaal is, volgt een verwijzing. De programmacommissie stemde in december 2016 ook met deze aanpassing in, die het RIVM-CvB vervolgens heeft vastgesteld.
Ingangsdatum veranderde kwaliteitseisen counselors prenatale screening
Zoals gemeld in december 2016, zijn de kwaliteitseisen voor counselors aangescherpt en uitgebreid om de kwaliteit van de counseling prenatale screening te verbeteren. Alle counselors moeten verplicht 1 keer per 2 jaar een door de Regionale Centra goedgekeurde bijscholing specifiek op het gebied van counselingsvaardigheden gaan volgen. Daarnaast moeten counselors ook 1 keer per 2 jaar de meest recente versie van de DIN doorlopen. Deze wijziging gaat in per 1 april 2017. Er wordt dan tot eind 2018 de tijd gegeven om aan de eis van de vaardigheidstraining te voldoen. Vanwege de verwachte start van de TRIDENT-2 studie per 1 april 2017, dient de DIN 2.1 per 1 april a.s. te zijn doorlopen.

De andere twee wijzigingen gaan in per 1 juli 2017.
- Counseling prenatale screening moet zo georganiseerd zijn dat er minimaal 30 minuten beschikbaar zijn voor counseling.
- Counseling prenatale screening vindt plaats in een apart gesprek (dus los van bijvoorbeeld de obstetrische intake of een echoscopie).

U wordt hierover nader geïnformeerd en gefaciliteerd door uw Regionaal Centrum. Met vragen kunt u ook bij uw Regionaal Centrum terecht.
Lees meer